De giftige afvalberg op Sint Maarten blijft maar groeien

De ‘dump’ De enorme vuilnisbelt op Sint Maarten is na orkaan Irma nog verder gegroeid. Hij brandt altijd, met kwalijke gevolgen voor de volksgezondheid. De lokale politiek pakt het probleem niet aan.

Meeuwen cirkelen boven de afvaldump in Philipsburg. Het groengele regeringsgebouw moest een paar keer worden ontruimd vanwege rook. Op de achtergrond ’s werelds grootste cruiseschip. Foto Souleyman Trarieux.

Als je de centrale vuilstort van Sint Maarten op rijdt, is er geen ontsnappen aan de stank. Rond de stortplaats, midden op het eiland bij het zoutmeer in hoofdstad Philipsburg, hangt een intens rotte lucht van benzine, brandend rubber en bedorven voedsel. De auto zit direct vol kleine vliegjes die op je armen en benen gaan zitten. Boven de afvalhopen cirkelen grote groepen meeuwen op zoek naar etensresten.

Tadzio Bervoets (36) stapt uit zijn jeep op de afvalstortplaats, die op Sint Maarten de ‘dump’ wordt genoemd. Bervoets is manager van de Sint Maarten Nature Foundation, een organisatie die zich bekommert om de natuur en het milieu op het eiland. Hij onderzoekt de schadelijke gevolgen van de afvalberg voor de leefomgeving en volksgezondheid. De naam ‘dump’ is niet voor niets gekozen: al het afval dat Sint Maarten produceert, wordt hier willekeurig gedumpt, er is geen afvalscheiding. Autobanden, bierflessen, televisies, zakken huisvuil: alles ligt door elkaar. Tussen de grote hopen afval liggen ook veel stukken hout en zinkplaten, materialen die vorig jaar door orkaan Irma van huizen zijn gewaaid.

Gratis dumpen

Controle op wat er binnenkomt is er niet. Bij de officiële ingang staat een vervallen gele container. „Hier zouden beveiligers moeten staan”, zegt Bervoets. ‘Openingstijden 5.00 - 18.00 uur’, staat op het bord bij de container. Het is tien uur ’s ochtends, maar er is niemand.

De dump is inmiddels zo’n veertig meter hoog, schat Bervoets, doordat het afval steeds weer met lagen zand wordt afgedekt. „Na Irma is de hoeveelheid afval met zo’n 30 tot 40 procent toegenomen.” Hij wijst naar de overkant van de weg. „Daar is na Irma een tweede dump gekomen. Die noemen we de ‘baby dump’.”

Lees ook: Op Sint Maarten kunnen velen slechts afwachten

De dump bevindt zich op een plek die een belangrijke rol speelde in de geschiedenis van Sint Maarten. Het zoutmeer was de reden dat Sint Maarten ooit bevolkt werd: de West-Indische Compagnie won er vanaf de zeventiende eeuw zout, waarmee producten vers konden worden geconserveerd. Ruim dertig jaar geleden ontstond op deze plek de afvalstortplaats. Na orkaan Luis in 1995 kwam er veel afval bij. Hoewel de maximumcapaciteit van de dump volgens de lokale autoriteiten rond 2008 was bereikt, ging het storten door. Afval aanbieden is op Sint Maarten gratis. Daardoor is de dump ook aantrekkelijk voor ondernemers aan de Franse kant van het eiland, waar afval wel belast wordt, zeggen eilandbewoners.

Politieke instabiliteit

De situatie op de dump staat symbool voor de bestuurlijke problemen van Sint Maarten, sinds 2010 een autonoom land binnen het Koninkrijk. Sindsdien zijn in het land, met 40.000 inwoners, al zeven verschillende kabinetten aangetreden. Al die regeringen beloofden iets aan de dump te doen, maar tot nu toe is er niets gebeurd aan wat inwoners en bedrijven „het grootste probleem” van Sint Maarten noemen. Een probleem dat sinds Irma nóg erger is geworden.

De consequenties van de ongecontroleerde afvalstroom worden op Sint Maarten steeds zichtbaarder. Dit jaar woedden er volgens het lokale Openbaar Ministerie als gevolg van chemische reacties al zo’n twintig grote branden op de dump. Een aantal keer moest het nabijgelegen regeringsgebouw geëvacueerd worden en ook scholen, de universiteit en het politiebureau moesten tijdelijk sluiten. Op Sint Maarten vrezen steeds meer mensen voor hun gezondheid, én voor het toerisme.

Op onderstaande beelden die de drone van Taizdo Bervoets vorige week maakte, is te zien hoe groot de dump is en dat er permanente brandhaarden zijn:

De 24-jarige Trishanna Harris woont met haar twee zusjes in een klein huisje ten westen van de stortplaats, aan de overkant van het water. Door het groen van de bomen heen zie je hem enkele tientallen meters verderop liggen. „Als de dump in brand staat, trekken hier dikke rookwolken langs en door het huis”, vertelt ze voor haar voordeur. „Dan kan ik moeilijk ademhalen en heb ik soms pijn op m’n borst.” De zusjes zochten dit jaar al een paar keer een veilig heenkomen in het huis van hun vader. Harris’ oudere zus moest naar de dokter toen ze door de rook last kreeg van haar keel. Ze hopen snel te verhuizen. „ Maar een nieuw huis vinden is na Irma ook niet makkelijk.”

Tessa de Graaf woont in de wijk Fort William, ten zuidwesten van de dump. Zij heeft als astmapatiënt regelmatig last van de rook. „De overheid adviseert mensen de ramen en deuren gesloten te houden. Maar na Irma hebben veel mensen niet eens een fatsoenlijk dak meer,” zegt ze.

Op de stortplaats stuurt onderzoeker Tadzio Bervoets een drone de lucht in. Op de afstandsbediening ziet hij livebeelden vanuit de drone en kan hij foto’s en filmpjes maken. Hij zoekt brandhaarden, legt hij uit. „Als er grote branden zijn is hier even veel verontwaardiging, maar daarna gaat de storm weer liggen. Ik wil met mijn onderzoek aan bevolking en lokale media laten zien dat de dump altijd brandt, en wat de gevolgen daarvan zijn.” Bervoets gaat meters plaatsen om vast te stellen wat er precies in de vervuilde lucht zit.

Ook deze ochtend zijn op verschillende plekken op de stortplaats kleine rookpluimen zichtbaar. Doordat al het afval door elkaar ligt, vinden er chemische reacties plaats die voor de continue brandjes zorgen. De precieze effecten van het brandende afval op de volksgezondheid zijn nooit goed onderzocht. In een ongevraagd advies aan de regering somde de lokale Sociaal-Economische Raad in 2016 de gevaarlijke gevolgen van met name brandende autobanden op. Daarbij komen giftige stoffen vrij als dioxinen en polyaromatische koolwaterstoffen (pak’s) en metalen als kwik en chroom. Langdurige blootstelling hieraan kan leiden tot serieuze gezondheidsproblemen, inclusief kanker.

De Nature Foundation hield twee jaar geleden een enquête onder mensen die bij de dump wonen. Daaruit bleek dat de helft van de circa 500 respondenten ademhalingsproblemen heeft als gevolg van de branden. Meer dan 70 procent heeft last van een brandend gevoel in ogen, neus of keel.

De Sint Maartense politiek worstelt al jaren met de dump. Louis Brown is de hoogste ambtenaar op het ministerie van VROMI (Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ontwikkeling, Milieu en Infrastructuur), dat verantwoordelijk is voor de dump. Hij was betrokken bij meerdere mislukte pogingen het probleem op te lossen. Op zijn kantoor, op enkele tientallen meters van de vuilstort, zegt Brown: „Ons land is heel klein, met weinig ruimte. De bevolkingsdichtheid is hoog en ook het toerisme leidt tot veel afval.” Dagelijks wordt op Sint Maarten tien kilo afval per hoofd van de bevolking geproduceerd en gedumpt, goed voor een koppositie in de regio en bijna tien keer zo veel als in Nederland. Een recyclingprogramma is er niet.

Brown zegt dat de regering vanwege de grote afvalstroom al jaren wil inzetten op een verbrandingsoven, waarmee ook energie kan worden opgewekt. Maar verschillende initiatieven liepen de afgelopen jaren op niets uit: soms was een voorstel te duur, dan weer kon een lokaal bedrijf de juiste technologie niet leveren.

Huidig minister Miklos Giterson, in functie sinds januari, „wil zelf alle mogelijkheden uitputtend hebben onderzocht”, zegt Brown. „Elke keer als er een nieuwe regering komt, komen er weer nieuwe visies en plannen. Het zou in de politiek moeten doordringen dat een afvalbelasting nodig is. Ik denk dat de bevolking dat wil accepteren als de politiek ook een echte oplossing voor de dump aandraagt.”

‘Giant murderer’

Wat de druk kan opvoeren, is dat ook justitie nu onderzoek doet naar de dump. Vorig jaar kwamen er meerdere aangiften van bezorgde inwoners binnen tegen de staat Sint Maarten. Officier van justitie Jeroen Kuipers, die het onderzoek leidt, vertelt in zijn kantoor dat justitie worstelde met haar rol. „Wij gaan niet over de toekomst van afvalverwerking op het eiland, dat is een politieke keuze. Maar minister Giterson zei eerder dit jaar: de dump is een ‘giant murderer’. Toen hebben we gezegd: dáár gaan wij wel over.”

Het OM „heeft aanwijzingen” dat er bewuste brandstichtingen zijn, bijvoorbeeld door criminelen die het rubberen omhulsel van koperdraden wegbranden. Ook kijkt Kuipers naar het illegaal dumpen van giftig afval en wat de overheid van dit soort praktijken weet. Het beheer van de dump is uitbesteed aan een lokaal bedrijf, maar zorg voor de leefomgeving vindt Kuipers „corebusiness van de overheid”. Hij constateert dat afspraken over controle op de afvalstromen en het omheinen van het terrein niet worden nageleefd.

Het OM onderzoekt nu wie precies waarvoor verantwoordelijk is en of er sprake is van schuld of nalatigheid. Kuipers sluit het aansprakelijk stellen van het bedrijf dat de dump beheert of vervolging van overheidsfunctionarissen niet uit. Hij hoopt dat het zover niet hoeft te komen. „Ik maak mezelf het liefst overbodig.”

Brandbrief aan de koning

Op Sint Maarten vragen steeds meer mensen zich hardop af of de eigen regering het probleem wel aankan. De Sint Maarten Hospitality and Trade Association (SHTA), met 130 leden de grootste werkgeversvereniging, schreef in april een brandbrief aan onder anderen koning Willem-Alexander en staatssecretaris Raymond Knops (Koninkrijksrelaties, CDA). De vereniging noemt de afvaldump daarin „ons grootste probleem” en schrijft dat „jaren van praten laten zien dat wij het probleem van de dump zelf niet kunnen oplossen en hulp van buitenaf nodig hebben”.

Wyb Meijer, directeur van de SHTA, heeft zijn kantoor dit jaar een paar keer moeten sluiten vanwege de rook en stank. Hij maakt zich grote zorgen, ook vanwege het effect op het toerisme. „Vanaf de cruiseschepen in de haven van Philipsburg zie je dat ding branden. Dat is geen lekkere pr.” Na de brief heeft de SHTA „enorm veel bijval gehad” op het eiland, zegt Meijer. „Dat hadden we niet zien aankomen. Voor sommige nieuwe leden was dit extra reden om zich bij ons aan te sluiten.”

Tadzio Bervoets van de Nature Foundation vindt ook dat Sint Maarten het probleem van de dump niet alleen kan oplossen. „Het is misschien geen populair standpunt, maar ik geloof echt dat het een zaak van het Koninkrijk is als de inwoners van Sint Maarten worden vergiftigd.”

Lees ook het interview met de premier van Sint Maarten: ‘Ons budget was niet toereikend. We zijn niet klaar voor weer een orkaan’

Hulp van buiten

Bervoets somt op wat hij allemaal al heeft geprobeerd. Hij gaf op scholen les over bewust omgaan met afval, schreef zelfs een wetsvoorstel voor een verbod op plastic zakjes. Maar het parlement wilde er niet over stemmen. „Ik hou van mijn werk. Maar soms is het ook heel frustrerend.” Bervoets wil de komende jaren graag een gezin stichten, maar weet niet of hij op Sint Maarten blijft als er niets aan de dump gebeurt.

Hulp van buiten, zoals Bervoets wil, komt er. Een deel van het Nederlandse hulpgeld voor de wederopbouw van Sint Maarten zal aan de dump worden besteed. De afvalproblematiek is één van de vier ‘noodprojecten’ die nu onder toezicht van de Wereldbank van start gaan. In totaal is 25 miljoen dollar (21,5 miljoen euro) beschikbaar, waarmee onder meer gekeken wordt naar het beter managen en scheiden van afval op de dump. Het bedrijf dat nu niet goed toezicht houdt wordt in elk geval aan de kant gezet, zegt de Sint Maartense regering. De hoop is dat er over een paar maanden een nieuwe beheerder is.

De Wereldbank zal Sint Maarten ook in contact brengen met internationale bedrijven die kunnen helpen bij het doven van de permanente branden en een beter afvalmanagement, inclusief recycling. „We hebben hier veel ervaring mee in andere landen”, zegt Michelle Keane, bij de Wereldbank programmadirecteur Sint Maarten.

Ramiro van Heyningen hoopt dat er snel verbetering komt. Hij heeft een winkeltje voor drankjes aan het water. „ Ik heb mijn winkel nooit gesloten, maar ben wel vaak eerder dicht gegaan. Het is vreselijk voor mijn verkoop.” Vertrouwen in de lokale politiek heeft hij niet, maar in de Wereldbank wel. „Als internationale experts ons komen helpen, kan het werken.”

    • Pim van den Dool