Opinie

    • Ben van der Velden

Stef Blok in het spoor van de westerse samoerai

Oud-NRC redacteur (1942) ziet in zijn achteruitkijkspiegel waar de „hutspot van racisme, nationalisme en xenofobie” in Europa vandaan komt.

Eind 1972 bezocht ik in Parijs Dominique Venner, oud-militair, lid van verschillende extreem-rechtse organisaties, tot achttien maanden gevangenisstraf veroordeeld wegens zijn deelname aan de terroristische Organisation de l’Armée Secrète (OAS), opiniemaker in blaadjes met afkeer van de liberale samenleving en auteur van boeken over vuurwapens en over Teutoonse ridders die het heldhaftige voorbeeld geweest waren voor SS’ers. We zaten tegenover elkaar in een kamertje in de buurt van de Hallen, de prachtige negentiende-eeuwse gietijzeren constructies die toen nog niet helemaal afgebroken waren.

Venner leidde vanuit die kleine ruimte het Institut d’Études Occidentales, dat zich inzette voor een ‘renaissance van de vernielde waarden’ van de Europese cultuur. Die cultuur had er misschien beter voorgestaan wanneer de Tweede Wereldoorlog („natuurlijk niet met de vervolgingen en zo”) anders was afgelopen, vertelde hij me. Daarna verduidelijkte hij dat een overwinning van het fascisme goed voor de Europese cultuur zou zijn geweest. Hij keek mij strak aan, alsof hij wilde achterhalen wat ik daarvan dacht. Ik reageerde niet.

Deze ontmoeting met Venner had ik ruim tien jaar voordat in Heemstede Thierry Henri Philippe Baudet werd geboren. Je kunt ook zeggen dat ik ruim veertig jaar voordat Baudet op Twitter reclame maakte voor Venners boek Histoire et tradition des Européens, bij deze Franse auteur aan tafel zat. In zijn Parijse kantoortje begreep ik dat deze Fransman bezeten was van een mythische Europese cultuur die in de oertijd was geworteld en van alle kanten bedreigd werd, door immigratie, homohuwelijk, islam en nog veel meer. Omdat de Europese ondergang in zijn ogen niet meer te stoppen was, ging hij als belijdend heiden in 2013 naar de Parijse Notre Dame en schoot zichzelf voor het altaar door het hoofd.

Achteruitkijkspiegel

De herinnering aan mijn kennismaking met Venner is een direct gevolg van de tweet van Baudet. Anderen zijn misschien dadelijk het boek gaan kopen dat hij propageerde of hebben gedacht: als hij dat tweet, is het vast bijzonder goed of slecht. Ik heb in mijn achteruitkijkspiegel gekeken. Dat doe ik de laatste tijd vaker. Met mijn geboortejaar 1942 wordt mijn uitzicht in de toekomst beperkter. In mijn verleden zie ik des te meer.

Over Baudet weet ik dat hij met zijn negentiende-eeuwse autoritaire meningen over vrouwen zelfs Casanova geschokt zou hebben, dat hij denkt dat een nationale cultuur bewust verzwakt wordt door golven van massa-immigratie, dat hij gefascineerd is door een Europese blanke oertijd en dat hij de Franse aristocraat, schrijver en politicus Alexis de Tocqueville niet alleen als zijn grote voorbeeld ziet, maar zelfs als degene die de basis heeft gelegd voor zijn in 2016 opgerichte politieke partij Forum voor Democratie. Dat laatste is opmerkelijk. Tocqueville, die in het begin van de negentiende eeuw de klassieken De la démocratie en Amérique en L’Ancien Régime et la Révolution schreef, vond dat een meerderheid in een democratie niet per definitie de juiste beslissing neemt. En deze liberaal zou Baudet op de gedachte gebracht hebben om door middel van referenda, petities en burgerinitiatieven de kiezer zelf het heft in handen te laten nemen.

Over populisten werd in de jaren zeventig niet gesproken

Ik ging in 1972 bij Venner in Parijs op bezoek omdat het Institut d’Études Occidentales samen met Italianen in Turijn het ‘Eerste internationale congres voor de verdediging van de cultuur’ organiseerde. De Italiaanse kant van de onderneming was in handen van het Centro Italiano Documentazione Azione Studi, dat onder leiding stond van een hoogleraar filosofie, Armando Plebe. Deze Plebe was behalve professor ook senator voor de neofascistische politieke partij Movimento Sociale Italiano.

Venner vertelde me dat het congres in Parijs niets met politiek te maken zou hebben. Het zou alleen over cultuur gaan. Hij zei er wel bij dat het marxisme deze cultuur in Europa in een miserabele toestand gebracht had. Maar die uitspraak had geen politieke bedoeling, zei hij. Hij noemde de rol van het marxisme alleen als een objectief feit.

‘Waar gevaar is, is ook een redder’

In januari 1973 reisde ik naar Turijn om dit culturele congres te volgen. Toevallig was er die dag een algemene staking. Vakbonden hadden demonstraties georganiseerd en neofascisten gooiden pamfletten uit snel rijdende auto’s. Bij het Palazzo del Lavoro (Paleis van de Arbeid), waar het congres gehouden zou worden, was niemand te zien. De portier zei dat de zaak was afgezegd en dat ik misschien verdere inlichtingen kon krijgen in een hotel vlakbij het station Porta Nuova. Toen ik daar binnenstapte moest ik eerst langs een controle van twee fors gebouwde mannen in leren jassen. In de hotellobby stond een keurig gekleed gezelschap. Ook jongeren waren keurig in het pak. Er was geen sprake van spijkerbroeken, truien en jongens met lange haren, zoals toen populair was. Ik hoorde Italiaans, Frans en Duits praten. Iedereen was verontwaardigd over het Palazzo del Lavoro dat de zaalhuur had opgezegd nadat het communistische dagblad L’Unità had gemeld dat achter het congres de Movimento Sociale Italiano zat, een politieke partij die al direct na de Tweede Wereldoorlog was opgericht door oud-medewerkers van de fascistische dictator Benito Mussolini.

Maar deze aanval op de Europese cultuur werd snel afgeslagen. Het congres kon met enkele uren vertraging in een zaal van het Grand Hotel Ambasciatori beginnen. Bij de ingang van het hotel zaten zes bodybuilders en op straat stonden politieauto’s om de zaak in de gaten te houden.

Illustratie Cyprian Koscielniak

De eerste spreker van de bijeenkomst legde uit dat in vroegere tijden barbaren culturen frontaal aanvielen. Marxisten zouden het subtieler doen. Ze zouden infiltreren en de cultuur van binnenuit om zeep helpen om een nieuwe orde tot stand te kunnen brengen. Daarna trad iemand op die sprak over het vertrappen van de traditionele waarden van Europa. Als voorbeelden noemde hij unisex, moderne kunst en literatuur. De samenleving zou te liberaal, te tolerant zijn. „We moeten de moed hebben om hiertegen te strijden. Waar gevaar is, is ook een redder.” Een ander legde uit dat moderne wiskunde werd gebruikt om de band tussen ouders en kinderen te verbreken. Ouders die van die wiskunde niets begrijpen, zouden hun kinderen niets kunnen uitleggen. Hij bepleitte het oprichten van inlichtingendiensten en knokploegen om mensen praktisch voor de culturele strijd geschikt te maken.

De deelnemers aan het congres hadden uiteenlopende achtergronden, maar waren eensgezind als het ging om hun afkeer van de liberale samenleving. Sommigen kon je het etiket extreem-rechts geven, anderen zeiden conservatieve revolutionairen te zijn of neofascisten. Er waren ook ultra-conservatieve katholieken aanwezig, die hier begrip kregen voor hun afkeer van abortus, echtscheiding en meer van die zaken. Over populisten werd in die tijd nog niet gesproken.

Lees ook: Hoe Lukkassen de ‘stervende samenleving’ wil redden, blijft ongewis

Dominique Venner, die een belangrijke rol had gespeeld bij het congres en van wie Thierry Baudet dus een boek heeft aanbevolen, kreeg in 2017 in Turijn nog eens een eerbetoon. Dat was georganiseerd door CasaPound, een politiek partijtje dat afwisselend neofascistisch, extreem-rechts en populistisch wordt genoemd en in ieder geval geweld niet schuwt. Het gebeurde bij de presentatie van de Italiaanse vertaling van Venners boek Un samouraï d’Occident (Een westerse samoerai). Dat is een soort testament dat in 2013 enkele weken na zijn zelfmoord werd gepubliceerd. Alain de Benoist, een van de sprekers op het Turijnse congres en tegenwoordig een gevierd auteur bij alles wat zich in Europa en Amerika tot populistisch, nieuw rechts, extreem-rechts, neofascistisch of neonazistisch mag rekenen, schreef naar aanleiding van dit boek dat Venner „door zijn dood een persoonlijkheid van de Franse geschiedenis is geworden – een ‘vermaard man’ in de zin van Plutarchus”.

Stef Blok en genetica

Een vraag is in hoeverre Baudet met zijn propaganda voor Venner in Nederland succes heeft gehad. Minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok sluit met zijn mening dat genetisch bepaald is dat we „niet goed in staat zijn om een binding aan te gaan met onbekende mensen” in ieder geval naadloos aan bij de hutspot van nationalisme, xenofobie, eigen volk eerst en racisme die helaas op het ogenblik overal in Europa succes heeft.

In Oostenrijk is een ‘Identitaire beweging’ die een culturele revolutie tegen de ‘liberale decadentie’ wil en zich presenteert met een kreet die uit een oude doos lijkt te komen: „Wij zijn een beweging die naar onze identiteit, onze erfenis, ons volk, onze Heimat kijkt en vastberaden de zonsopgang tegemoet marcheert.” In Italië heeft de organisatie Forza Nuova succes met de leuze ‘Italië voor de Italianen’. In Duitsland heeft Björn Höcke, fractievoorzitter van de rechtse partij Alternative für Deutschland in het parlement van de deelstaat Thüringen, beweerd dat de evolutie Afrikanen en Europeanen „twee verschillende voortplantingsstrategieën heeft bezorgd”.

Lees ook: De tegencultuur van nu is op rechts actief

Bij Blok verbaasde mij even dat hij beweerde dat het waarschijnlijk in de genen van mensen zit „dat we een overzichtelijke groep willen hebben om mee te jagen of om een dorpje te onderhouden”. Wat weet deze minister van Buitenlandse Zaken die ooit bedrijfskunde studeerde van genetica? Maar toen herinnerde ik mij hoe op het congres in Turijn in het begin van de jaren zeventig ook iemand sprak over erfelijke eigenschappen van Europeanen. Franse schrijvers komen al tientallen jaren op de proppen met genetica als het om immigranten gaat. De Duitse econoom Thilo Sarrazin, voormalig sociaal-democratisch politicus en ex-bestuurslid van de Deutsche Bundesbank, schreef in 2010 in zijn bestseller Deutschland schafft sich ab over het genetisch belast zijn van immigranten uit het Midden-Oosten.

Blok heeft aan de Kamer geschreven dat hij met zijn uitlatingen heeft willen prikkelen en de scherpte van de discussie heeft opgezocht. Hij kan de halve wereld brieven sturen dat hij het niet zo slecht meende. Er kan sussend gezegd worden dat hij alleen maar borrelpraat heeft uitgekraamd. Dat verandert allemaal niets. De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken heeft laten weten dat hij tot het dubieuze gezelschap behoort dat de liberale samenleving om zeep hoopt te brengen.

    • Ben van der Velden