Opinie

    • Jean Pisani-Ferry
    • André Sapir
    • Guntram Wolff
    • Norbert Röttgen
    • Paul Tucker

De Europese Unie moet een ‘no-deal’-Brexit vermijden

De Britten hebben een serieus voorstel liggen. De EU moet ze tegemoetkomen, schrijft een groep prominente Europese denkers.

Een demonstrant verkleed als douanier bij een protest in Ierland tegen een harde grens met Groot-Brittannië. Foto Clodagh Kilcoyne / Reuters

De Britse bevolking stemde in 2016 voor een vertrek uit de Europese Unie. In twee jaar is wel vooruitgang geboekt in de onderhandelingen over de voorwaarden van de scheiding, maar zit er nog altijd geen schot in de even belangrijke inrichting van de toekomstige relatie. In diezelfde tijd zijn de verschuivingen in het mondiale geopolitieke landschap verhevigd en zijn we in een wereld beland waarin regionale betrekkingen misschien wel zwaarder tellen dan ooit.

Eerder deze maand kwam de Britse regering eindelijk met een serieus voorstel voor de toekomstige relatie van het Verenigd Koninkrijk met de EU. Het Britse ‘Witboek’ is de moeite waard om serieus te overwegen. Ten eerste wordt geschetst wat het VK wel en niet wil. Ten tweede wordt getracht rekening te houden met de politieke en juridische beperkingen aan weerskanten. Ten derde is het gedetailleerd genoeg om precieze gesprekken mogelijk te maken. Tot slot wordt erkend dat beide partijen een gezamenlijk belang hebben bij het behoud van sterke economische en veiligheidsbanden.

Lees ook de analyse van redacteur Mark Beunderman: Theresa May pikt in Brexit-plan de krenten uit de pap

Wat goederen betreft kan het Britse voorstel worden gezien als een 21e-eeuws vrijhandelsakkoord waarin de regels omtrent de oorsprong van goederen worden vervangen door een nieuw en geavanceerd regime van douanesamenwerking en gezamenlijke regelgeving voor specifieke producten. Het zal met name goed genoeg moeten werken om te voorkomen dat er in Ierland opnieuw spanningen ontstaan. Ook zal elke vernieuwende douane-afspraak een strenge uitvoering vereisen: het laatste rapport van het EU-bureau voor fraudebestrijding levert beschamende bewijzen van fraude in het VK.

Wat diensten betreft ligt de zaak minder duidelijk. Het Witboek stelt ondubbelzinnig dat het VK geen volledige toegang tot de Europese interne markt zal genieten, maar wel naar een ‘hechte’ relatie streeft. Wat dit betekent staat te bezien en de tegenprestaties zijn niet altijd duidelijk.

EU-doctrine

Wat arbeidsmobiliteit betreft, moet de EU beslissen of ze vasthoudt aan de lijn dat bij gebrek aan volledige mobiliteit toegang tot de interne markt onaanvaardbaar is, ook voor een beperkt aantal producten. De zogeheten doctrine van de onscheidbare vier vrijheden (voor goederen, diensten, kapitaal en arbeid) berust niet op stevige wettelijke of economische grondslagen, maar diende als basis voor een politiek akkoord tussen de 27 EU-landen en is verankerd in verdragen met derde landen als Noorwegen of Zwitserland. Vandaar dat elke verandering vermoedelijk ook gevolgen zou hebben voor de relatie van de EU met deze twee landen.

Wat het bestuur betreft, doet het Witboek enkele belangrijke concessies. De voorgestelde regeling zou een politieke dialoog en nadere technische afstemming inhouden, zonder dat het VK officieel stemrecht zou bezitten, terwijl ook zou worden erkend dat de Britse rechtbanken voldoende rekening dienen te houden met de jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie (HvJ). Dit zal voor sommigen in het VK moeilijk te verteren zijn, maar zoiets is onvermijdelijk, wil het land toegang krijgen tot een aantal elementen van de interne markt: marktintegratie vereist consequente regelgeving en het is onvermijdelijk dat de EU door haar relatieve omvang een aanzienlijk krachtiger regelgever is – en blijft – dan Groot-Brittannië.

EU aan zet

Omdat het Witboek zich richt op doelstellingen in plaats van rode lijnen en omdat het gedetailleerd en verfijnd is, legt het de bal bij de EU. Die is tot nu toe nog niet met iets vergelijkbaars gekomen. Tot dusver heeft de Europese Commissie zich hard opgesteld. Dat is begrijpelijk. Die wilde pas over de toekomstige relatie praten als de basisvoorwaarden van de scheiding waren afgehandeld en niet haar kaarten laten zien voordat het VK had gezegd waaraan het zich wilde verbinden. Het zou inderdaad ook dom zijn geweest als de 27 al concessies waren gaan doen zolang de kans op een race naar de regelgevingsbodem niet kon worden uitgesloten en in Groot-Brittannië de interne discussie voortduurde.

Het Witboek zou tot een doorbraak kunnen leiden. Maar dan moet het VK wel zijn huidige interne meningsverschil oplossen en een afspraak maken die de benodigde parlementaire steun geniet.

Lees ook: Hoe doet Noorwegen het? Melle Garschagen over ‘Noorse model’

Op haar beurt moet de EU een langetermijnvisie hebben en zeggen wat voor relatie ze met haar buurland wil aangaan. Europa (waartoe het VK uiteraard zal blijven behoren) staat op een kruispunt. Het staat voor veel grotere economische, diplomatieke en veiligheidsuitdagingen dan de meesten ooit hadden gedacht. Poetin, Trump, Erdogan en Xi staan niet sympathiek of welwillend tegenover ons. Dit is voor Europa dus niet het moment om zichzelf te verwonden.

Wat moet de houding van de 27 zijn? Wij vinden dat ze niet aan starre meningen moeten vasthouden en zich ook niet achter rode lijnen moeten verschansen. Ze moeten niet doen alsof er alleen pasklare oplossingen zijn om een relatie met Groot-Brittannië op te bouwen.

Zes doelen

In plaats daarvan moeten ze streven naar:

• Serieuze waarborgen voor de uitvoering en handhaving van de voorgestelde douaneregeling voor producten;

• Serieuze waarborgen dat de regelgeving duurzaam naar elkaar toe groeit;

• Duidelijkheid over de manier waarop uitspraken van het HvJ zullen worden toegepast in zaken met betrekking tot de werking van geïntegreerde markten;

• Veiligheidsclausules – waaronder bijvoorbeeld een proeftijd van 10 jaar waarbinnen de toekomstige overeenkomst omkeerbaar zou zijn als het VK op het terrein van regelgeving voor concurrentie zou kiezen;

• Een financiële bijdrage aan de EU-begroting die strookt met de hechtheid van de relatie.

Lees ook: Vier mogelijke Brexitscenario’s, door NRC’s VK-correspondent Melle Garschagen

Het onderhandelen over zo’n deal is vermoedelijk een moeilijk proces, dat misschien in de komende paar maanden onmogelijk te realiseren is. Maar in het najaar moet een akkoord over een richting mogelijk zijn. En een overgangsperiode van twee jaar tot het einde van 2020, waarin het Verenigd Koninkrijk nog binnen de interne markt en de douane-unie blijft, zou de mogelijkheid bieden om te onderhandelen over een verstandige relatie voor de toekomst, in het geostrategische belang van iedereen in dit deel van de wereld.

    • Jean Pisani-Ferry
    • André Sapir
    • Guntram Wolff
    • Norbert Röttgen
    • Paul Tucker