Deze asielzoekers rekenen op een wonder. En op God

Asielzoekers

Asielzoekers die in Italië aankwamen, moeten in Italië de procedure doorlopen. Ook als ze doorreizen naar Nederland en liever daar asiel aanvragen. Ook als Italië hen níet wil. NRC sprak vier van hen.

Foto's Olivier Middendorp

Je leven kan afhangen van de plek waar je je vingerafdrukken achterlaat. Dat weten deze mannen. Ze zijn jong, zwart en zitten op een terras in Soesterberg. Soesterberg is wit en op leeftijd, zeker op deze warme vrijdagmiddag. Het groepje dat hier niet hoort, wordt genegeerd, de blik is gericht op het witbiertje en de bitterballen op de terrastafel. Of er wordt wél gekeken, maar dan met opgetrokken wenkbrauwen.

De mannen zijn, in asieljargon, ‘Dubliners’. Daarmee worden vluchtelingen bedoeld die elders Europa binnenkwamen, daar hun vingerafdrukken afgaven en dus dáár asiel moeten aanvragen – zoals afgesproken in het Verdrag van Dublin. Voor Afrikanen is dat vaak Italië. En een asielprocedure in Italië is geen feest, dat weet elke vluchteling: overvolle vluchtelingenkampen, ondoorzichtige procedures. Ze reizen liefst ongezien door Nederland, België, Duitsland, Scandinavië.

Meestal lukt dat niet. Dan worden ze aangehouden. Vanaf het moment dat de vingertoppen van vijf vingers op het digitale stempelkussen zijn gedrukt, is er geen ontkomen meer aan. Tussen 1 januari en 30 juni dit jaar zijn in Nederland 2.820 asielaanvragen om die reden afgewezen.

„Mensen keren hun hoofd af en houden hun neus dicht, als ze langs je lopen.”

Muhammed Minteh (19) uit Gambia

Hun vingerafdrukken hebben deze mannen allemaal afgegeven in Italië. Ze hebben dat land toch verlaten en allemaal min of meer dezelfde reden om niet terug te willen – de Italianen kunnen de stroom migranten en asielzoekers niet aan.

“Bewakers in Italië zijn net zo corrupt als de maffia”, Aladin Saine (32) uit Gambia. Foto Olivier Middendorp

Aladin Saine (32) uit Gambia woonde een tijd in een kamp in Noordoost-Italië. Hij kreeg naar eigen zeggen problemen toen een kamergenoot in drugs bleek te dealen en de bewakers – net zo corrupt als de maffia, zegt Saine – hem daar ook van verdachten.

De mannen wonen in het asielzoekerscentrum Zeist, dat dichterbij Soesterberg ligt. Verstopt in de bossen. Het is er mooi, maar de verveling dreigt. Vrijwilligers proberen te zorgen voor vertier en klusjes. Wie zin heeft helpt mee bij Ashtonia, een langlopende variétéshow in de tuinen van Slot Zeist. Aladin werkte zelfs een aantal dagen op het Oerol Festival. Diegenen die het vrijwilligerswerk volhouden, krijgen een getuigschrift met sierlijke letters. Ze laten het vol trots zien. „Ik ben geraakt door hun inzet”, zegt Ina Smittenberg, een van de vrijwilligers. „Ze hopen dat ze zo aan de IND kunnen laten zien dat ze bereid zijn te werken.”

“Mensen keren hun hoofd af en houden hun neus dicht, als ze langs je lopen”, Muhammed Minteh (19) uit Gambia. Foto Olivier Middendorp

Muhammed Minteh (19) is al vanaf zijn zestiende onderweg. Hij woonde een jaar in Italië, waarvan vier maanden in een kamp. „Het was zo koud dat we allemaal rond de vuurplaats sliepen.” Hij vertrok en woonde maanden op straat. „Mensen keren hun hoofd af en houden hun neus dicht, als ze langs je lopen.” Hij reisde illegaal door naar Nederland.

Vandaag vliegt hij terug

Assimiou Aboulaye (18) uit Togo verstaat een beetje Engels, hij praat terug in het Frans. Hij was twee dagen in Italië, genoeg tijd voor vingerafdrukken. Hij voelde zich totaal verloren. Twee Nederlandse toeristen die hij om hulp vroeg, hebben een kaartje voor de bus naar Nederland voor hem gekocht, vertelt hij. Hij kwam op 9 december vorig jaar aan in Amsterdam. De politie wees de weg naar Ter Apel. Op 12 april stuurden ze hem vandaar naar Zeist.

“Ik vroeg twee Nederlandse toeristen om hulp”, Assimiou Aboulaye (18) uit Togo. Foto Olivier Middendorp

En dan is er nog Ousman Jaw (20), een vrolijke Gambiaan die goed Engels spreekt. Hij verliet januari 2015 zijn land, augustus 2016 arriveerde hij in Italië. Hij verbleef in het kamp nabij het dorp Santa Maria Toro. Ook hij raakte, net als Aladin, verzeild in een drugskwestie – „de kampmanager wilde dat ik drugs verkocht, ik wilde dat niet.” Hij voelde zich niet meer veilig en vertrok.

Wat ze willen: werk. Leven. Laat ons werken, zeggen ze. Dan zijn we geen last.

Maar Nederland wil ze niet. Het net sluit zich snel. Voor Aladin heeft de Dienst Terugkeer en Vertrek, verantwoordelijk voor vreemdelingen die niet in Nederland mogen blijven, een ticket gekocht. Hij vliegt deze vrijdag terug.

Martelingen

Eigenlijk wil Italië ze niet terug. Zelfs vluchtelingen die vanuit Libië over zee het land met rubberboten naderen, moeten door de Libische kustwacht worden opgepikt, vindt de nieuwe Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken. Hij wil ze Italië niet in hebben.

Door het Verdrag van Dublin krijgt hij de vluchtelingen toch. Nederland doet een verzoek, Italië heeft dan twee maanden om te reageren. „Meestal komt er geen reactie”, zegt Lenny Reesink van VluchtelingenWerk. „Het asielsysteem is daar overbelast. Als er na twee maanden nog niets is gehoord, mag Nederland hoe dan ook overdragen. En dat gebeurt.”

De mannen vrezen dat Italië hen zal terugsturen naar hun geboorteland. En die vrees is terecht. Togo staat op de lijst van veilige landen. Gambia niet – maar een asielvergunning is niet vanzelfsprekend. „Zelfs als een land als veilig te boek staat, mag Italië ze niet zonder meer terugsturen”, zegt Reesink. „Er kunnen redenen zijn dat iemand toch gevaar loopt. Elk asielverzoek moet individueel getoetst worden. Het is alleen de vraag of Italië in staat is om dat te doen.”

„Ze laten je naar huis bellen terwijl ze je martelen.”

Ousman Jaw (20) uit Gambia

Zelf vinden ze hun geboorteland zonder uitzondering onveilig. Saine vertelt over ruzie met de familie van zijn vriendin, die besneden moest worden. Hij was daar tegen. Hij werd door de oudste broer van zijn vriendin, een militair, meegenomen en dagenlang gemarteld. Toen zijn ouders hem hadden vrijgekocht, zat er nog maar één ding op: vluchten. Zijn dochter was toen zeven, nu is ze tien. Zij is nog bij haar moeder in Gambia.

“Ze laten je naar huis bellen terwijl ze je martelen”, Ousman Jaw (20) uit Gambia. Foto Olivier Middendorp

De vader van Ousman Jaw is overleden. Hij vertelt over de tweede vrouw van zijn vader, die de eerste vrouw – zijn moeder – haatte. Het was zo erg dat ze hete olie over zijn moeder goot, waardoor ze overleed. „Ik denk dat mijn stiefmoeder het land en bezit van mijn vader niet wilde delen.”

In Libië zat hij zeven maanden in de gevangenis. Hij huilt als hij erover vertelt. „Ze laten je naar huis bellen terwijl ze je martelen”, zegt hij. De familie moet dan geld overmaken. Hij had niemand om te bellen. Hij laat zijn rug zien vol littekens. „Er zijn daar geen wetten en geen regels.”

Ook Muhammed kon in Libië niemand bellen. Hij heeft in Gambia een vader en twee jongere broers, maar zij zijn zo arm dat ze honger hebben, zegt hij, en geen geld. Hij kreeg in Libië hulp van andere Gambianen, anders had hij het niet gered. Hij heeft maar één wens: geld verdienen voor zijn vader en broers.

Terugkeren kan geen van hen zich voorstellen. Ze weten inmiddels wel dat het niet eerlijk verdeeld is in de wereld. En dat er bij nader inzien niemand in Europa op hen zit te wachten. Maar ze rekenen toch op een wonder. En op God.

    • Sheila Kamerman