Opinie

    • Thomas de Veen

Ook onze tijdgeest inspireert tot meesterwerken

Maxim Februari is veel te pessimistisch als hij schrijft dat rechtlijnige tijden leiden tot rechtlijnig proza, aldus
Schrijvers en andere genodigden bij het Boekenbal in de Amsterdamse Stadsschouwburg Foto Vincent Mentzel

Dat er vroeger zo veel beter geschreven werd, dat de literaire cultuur toen in weemoedig stemmende mate floreerde, is te wijten aan het verschrikkelijk dorre heden. Onze tijd, onze tijdgéést, onze ‘huidige cultuur’, die zich kenmerkt door de neoliberaal-kapitalistische verzakelijking van alles en de controlerende stroomlijning van de rest. Met die pessimistische strekking wist Maxim Februari in zijn column (In een gestroomlijnde wereld geen champagne) een snaar te raken. De tekst werd vele tientallen keren gedeeld op sociale media. Doem sells.

Als lezer (en literair criticus) denk je dan: is het werkelijk zó erg? Natuurlijk wás er vroeger veel dat beter was – dat het heden het in vergelijking zo vaak aflegt, ligt aan het doodsimpele feit dat er nou eenmaal meer verleden dan heden is, terwijl we er tegelijkertijd minder van zien. Hoe groter de vaas, hoe meer rode knikkers je eruit kunt halen: er is in dat onbegrensde verleden zoveel meer kans op voorbeelden van voortreffelijkheid dan in het beperkte heden. Zeker omdat we de grauwe middelmaat van het verleden, die zee aan niet-rode knikkers, genadig laten rusten.

Literaire reuzen

Het is dan ook wat flauw dat Februari twee literaire critici citeert die in minzame terzijdes de alledaagse boekenoogst vergeleken met tijdloze reuzen en opgedoken parels. Die waren eens wat anders dan de hedendaagse middelmaat waaronder ze bedolven worden. Die verzuchtingen waren nog niet meteen veroordelingen – want literaire reuzen zijn er nu ook. Af en toe. Misschien wel net zo vaak of net zo zelden als vroeger.

Februari heeft misschien gelijk dat de omstandigheden in het literaire veld nu niet optimaal zijn, maar zijn ze dat ooit geweest? Hedendaagse boekhoudprogramma’s en recensieballen zijn een vloek en een zegen ineen. Vroeger kreeg je na een literair klusje „borrels en roddels en artistieke vergezichten”, mijmert Februari, en tegenwoordig krijg je een factuurverzoek – maar dus wel geld. En die vermaledijde recensieballen benemen inderdaad het zicht op argumenten, maar wie er veel krijgt, trekt de champagne open. Trouwens: een schrijver die zich erover beklaagt dat we niet meer speels neuriënd door het leven gaan, doet die met columns vol alarmerende sweeping statements over de ‘huidige cultuur’ niet ook gewoon mee aan de ratrace van de aandachtseconomie?

Lees de column van Maxim Februari: In een gestroomlijnde wereld geen champagne

Februari weet zeker dat onze uitsluitend rechtlijnige tijden leiden tot uitsluitend rechtlijnig proza – waarbij hij even vergeet dat het bestendige literaire meesterwerk per definitie de uitzondering is. De beste, tintelende literatuur ontstaat nu juist, zoals altijd al, ondanks de ‘huidige cultuur’. Dat gold voor de boeken van Virginia Woolf net zo goed als voor die van schrijvers van nu. Optimistischer zou je kunnen zeggen: die literatuur ontstaat ook dankzij die huidige cultuur. De tijdgeest inspireert tot meesterwerken, die onze tijd op een allesbehalve eenduidige manier vangen. Boter bij de vis: Jij bent van mij van romancier/columnist Peter Middendorp, of Hier van de grenzeloze Joke van Leeuwen.

De ‘dwang’ van de tijdgeest wordt getrotseerd – soms – want er zijn ook altijd omstandigheden die meezitten, van beginnersbeurzen tot festivaloptredens tot columnopdrachten, schrijversresidenties, literaire roddels, boekpresentaties, recensieballen en kilometerdeclaraties. Een schrijver die nu opgroeit, ziet geen onoverkomelijk kwaad in een factuur met een pdf’je via afstandberekenen.nl. Hij is niet anders gewend, en werkt door.

    • Thomas de Veen