Opinie

    • Froukje Santing

Mesut Özil maakte zichzelf tot speelbal

Dat de Turks-Duitse voetballer Mesut Özil poseerde met de Turkse president getuigt van weinig realiteitszin, schrijft . „Erdogan is geen onbevlekt materiaal.”
Illustratie Hajo

De polariserende krachten die in Duitsland vrijkomen naar aanleiding van de foto van de Turks-Duitse voetballer Mesut Özil met de Turkse president Recep Tayyip Erdogan staan niet op zichzelf. Ze vertonen sterke overeenkomsten met de brede ontgoocheling hier dat zeker zeventig procent van de Turkse-Nederlanders die hun stem uitbrengen voor Turkse verkiezingen hem als ‘mijn leider’ zien en stemmen op zijn religieus-nationalistische AK-partij.

De brief waarin Özil zijn verbittering beschrijft, begint met de verklaring dat aan dat gezamenlijke kiekje geen politieke insteek ten grondslag ligt.

Lees hier de brief van Mesut Özil: Ik ben een Duitser bij winst, en een Turk bij verlies

Hij spreekt enkel „zijn respect uit voor het hoogste ambt in het land van zijn familie”. Zo hoort dat immers in deze cultuur. Hij beargumenteert dat het juist de Duitse media en Duitse politici zijn die de foto gebruiken ten behoeve van hun rechtse agenda.

Het is ontegenzeggelijk waar, maar het getuigt ook van weinig realiteitszin en een knagend zelfbeeld. Erdogan is geen onbevlekt materiaal. Hij staat voor een autoritair regime. Met de laatste stembusslag zijn vrijwel alle cruciale checks and balances in een democratie uit het Turkse bestel geperst. Oppositiepartijen, de media en de civil society zijn zo goed als monddood. De rechterlijke macht ligt aan de ketting van de regerende macht.

Polariserende politieke krachten

Juist door zijn band met Turkije wist Özil wat hij deed en wat het inhield. Hoe sterk je je ook verbonden voelt met zijn religieus-nationalistische politiek en hoe trots je ook bent op de welvaart die Erdogan Turkije sinds de eeuwwisseling heeft gebracht, met die foto bevindt hij zich niet in een vacuüm. Poseren met de Turkse president is geen moment zonder betekenis. En daarmee maakte hij zichzelf tot speelbal van niet enkel de polariserende politieke krachten in Duitsland maar eveneens in Turkije. In Duitsland is Özil verworden tot hét voorbeeld van de mislukte integratie; in Turkije wordt hij door de regering op het schild gehesen. Het toont immers eens te meer hoe onverdraagzaam het Westen is.

Tegelijk legt de affaire – die inmiddels zo ver is opgelaaid dat Özil niet langer voor het Duitse nationale voetbalelftal wil uitkomen – bloot hoe heikel, gevoelig en complex het is om opgezadeld te zijn met twee harten: een Duits en een Turks hart. De onvermijdelijke erfenis van de keus van zijn (groot)ouders om te emigreren. In die zin raakt de affaire-Özil aan de misnoegde discussie in Nederland over wat we ons nu precies moeten voorstellen bij die bi-culturele identiteit. Mensen als Özil en inmiddels vele anderen zijn nadrukkelijk op zoek naar maatschappelijk succes, maar ook naar erkenning en acceptatie.

Lees hier de analyse van correspondent Juurd Eijsvoogel: Vertrek Özil raakt heel Duitsland

Die zoektocht naar hun eigenheid speelt zich af op een moment dat in het politieke en maatschappelijke debat een sterke rol is weggelegd voor identiteitspolitiek. De meeste gevestigde politieke partijen vertaalden dat in de afgelopen verkiezingen met de nadrukkelijke vraag in hoeverre er bij Nederlandse burgers sprake is van een gedeelde identificatie met Nederland. Hieronder gaat een veel complexere discussie schuil van botsende waardenoriëntaties van verschillende bevolkingsgroepen.

Affaires zoals met Özil en het bewustzijn dat een belangrijk deel van de Turkse Nederlanders Erdogan als ‘mijn leider’ ziet, worden aangemerkt als voorbeelden daarvan. Ze onderstrepen dat wat Nederland(s) is of zou moeten zijn, is uitgegroeid tot een politiek strijdpunt – in zowel het autochtone als het allochtone electoraat. De stormachtige opkomst en het succes van Denk is een goed voorbeeld van dat laatste. Het toont hoe complex en polariserend het is als de diverse verhaallijnen in Nederland zich blootwoelen.

Besef van context

Maar noch de bi-culturele noch de enkelvoudige identiteit vormt de spreekwoordelijke pleister op elke wond. De bi-culturele identiteit vraagt onvermijdelijk om een sterk besef van context. Waartoe verhoud je je op welk moment en waarom? Tegelijkertijd mag die bi-culturele identiteit niet verworden tot een mantra, een mentale gevangenis. Afwegingen zijn niet altijd vervlochten met afkomst, cultuur en religie. Het is aan Özil zelf om te beslissen of hij op de foto gaat met Erdogan, maar hij kan niet doen alsof dat geen enkele betekenis heeft. Nogmaals: Erdogan is geen onbevlekt materiaal.

Lees hier het NRC Commentaar: Het aanwijzen van Özil als zondebok is afkeurenswaardig

De enkelvoudige identiteit op haar beurt is geen spiegel om slechts één bepaalde perceptie van de Nederlandse identiteit af te dwingen. Identiteit is niet statisch, maar ontwikkelt zich in de wisselwerking tussen het oude en het nieuwe. En in dat proces zullen onvermijdelijk degenen zonder migratieproces vanuit hun machts- en meerderheidspositie veel invloedrijker zijn.

In die zin schuilt in de affaire-Özil vooral angst en onvermogen. Angst in het Westen dat afwijkende waardenpatronen van minderheidsgroeperingen de nationale identiteit negatief beïnvloeden, terwijl bij die groeperingen juist steeds sterker het idee postvat dat ze tot assimilatie worden gedwongen. Mede hierdoor wordt de band met Turkije niet gestald maar levendig gehouden. En onvermogen van beide kanten om daar een vruchtbaar politiek debat over te voeren.

    • Froukje Santing