Leuk, carrière op een eiland. Maar hoe dan?

Waddeneilanden

Van krimpregio veranderden de Waddeneilanden in een populaire plek om te komen werken. Vooral onder jongeren. Maar waar kunnen ze wonen?

Er wordt weinig gebouwd op Schiermonnikoog vanwege de natuur. Wachten op sociale huur duurt vaak jaren. Foto’s Siese Veenstra

Zou Schiermonnikoog zonder bloemist komen te zitten? Even was het de vraag, een jaar geleden. Wie ging de winkel ‘Op Struun’ aan de Middenstreek, de gezellige uitvalsweg van het bekende Hotel van der Werff, overnemen nu de oudere eigenaar het voor gezien hield? Zoveel jonge eilanders zijn er al niet, en nog minder die direct iets voelen voor een bloemenzaak.

Jennifer van der Meer (28) leek het wél wat. De van oorsprong Groningse woonde al twee jaar op het kleinste bewoonde waddeneiland en had een baan bij een strandpaviljoen. Nu runt ze Op Struun en is ze „alleen maar aan het werk”, lacht ze op een zomerse woensdagmiddag in de winkel aan de straat vol typische eilanderhuisjes. Het bezorgen van boeketten op bestelling, bijvoorbeeld voor begrafenissen en huwelijken, daar gaat flink wat tijd in zitten.

Van der Meer is één van de ongeveer honderd jongeren die op Schiermonnikoog (933 inwoners) wonen en werken – een groep die, net als op andere eilanden, verrassend genoeg de afgelopen vijf jaar groeide, na bijna een decennium van krimp. Want hoewel de Wadden nog véél afgelegener liggen dan krimpgebieden als Noordoost-Friesland en Noord-Groningen blijken ze verrassend populair onder jongeren (18-30 jaar) als plek om heen te verhuizen, concludeerde het Fries Sociaal Planbureau (FSP) half juni. Dat komt door de rust en de natuur, maar vooral door de grote hoeveelheid werkgelegenheid op de eilanden.

„Vooral in de horeca is het aantal banen enorm gegroeid”, vertelt Wilma de Vries van het FSP, dat alleen heeft gekeken naar de vier Friese Waddeneilanden Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog. Was de horeca altijd al de grootste sector op de eilanden, dat neemt alleen maar toe. „Het binnenlands toerisme is gegroeid en het seizoen wordt steeds langer: er zijn tegenwoordig bijna het hele jaar door toeristen op de eilanden.” Vaak zijn dat ook steeds kortere tripjes. „Dan moeten kamers ook vaker worden schoongemaakt.”

De vergrijzing op de eilanden is een tweede reden voor de vraag naar werknemers: er wonen veel ouderen die met pensioen gaan. Meer dan de helft van de ongeveer 10.000 Friese eilandbewoners is boven de 45; een kwart boven de 65. Dat biedt volgens De Vries mogelijkheden voor jongeren om banen over te nemen.

Eilandcarrière

Zo komt ook Van der Meer aan haar bloemenwinkel – een wat atypisch resultaat van een typische eilandcarrière. In 2016 zegde Van der Meer haar baan bij een auto-onderdelenbedrijf in Groningen op en trok bij haar vriend in, die al op het eiland werkte. „Mijn moeder zei: als Schier je elk weekend zo gelukkig maakt, ga daar dan heen!” Ze begon met werken bij een strandpaviljoen.

In eerste instantie was het seizoenswerk; in de winter was er vrijwel niks te doen. „In de zomer werk je zoveel dat je in de winter wel doorbetaald krijgt, maar je doet niks. Dan komen de muren na een tijdje wel op je af.” De huisarts vertelde Van der Meer dat dit erbij hoorde op het eiland. Toen ze na het tweede zomerseizoen in de horeca de kans kreeg om de bloemenwinkel over te nemen, besloot ze dat meteen te doen: dan heb je tenminste het hele jaar door werk.

Langzaam werd Van der Meer een echte eilander. Loop nu met haar over de Langestreek en ze groet in één minuut al drie andere dorpelingen. Als een grote vrachtwagen door de smalle straatjes rijdt op het drukke tijdstip vlak na de aankomst van een boot, vraagt ze zich hardop af of dat handig is. „Dit noemen wij hier boottijd.” Ze komt nog wel regelmatig op de vaste wal: dan rijdt ze met haar busje naar de bloemenveiling in Eelde, in Noord-Drenthe.

Op één belangrijk gebied heeft Van der Meer veel geluk gehad. Het FSP-onderzoek uit juni vermeldde dat het vinden van betaalbare woonruimte vaak een grote drempel is voor jongeren om zich uiteindelijk op de eilanden te vestigen. Er wordt weinig gebouwd vanwege de natuur, wachten op sociale huur duurt vaak jaren en koophuizen kosten niet zelden meer dan drie ton – wat niet is weggelegd voor de meeste jongeren met een horecasalaris. De woningmarkt op de Wadden, die soms in regionale media wordt omschreven als „Amsterdams”, staat de verjonging van de eilanden in de weg. En dat terwijl veel particuliere recreatiewoningen juist grote delen van het jaar leegstaan.

Nederland, Schiermonnikoog, 25-07-2018.Een huis aan de Dominee Hasperstraat. Het zijn nieuwe huizen in de oude eilander stijl. Op de foto staat Morrison (4) die geniet van het zwembad in zijn tuin. Achter staat zijn moeder Brenda met Eloy (5 maanden)foto: Siese Veenstra
Siese Veenstra

Mismatch op woningmarkt

Daar kan Van der Meers jongere zus Jill (24), die óók op Schiermonnikoog woont en in het restaurant bij de jachthaven werkt, over meepraten. Ze woont nu op het „zevende of achtste adres” sinds ze in april 2015 naar het eiland kwam, na een opleiding op de Hotelschool. Samen met haar vriend besloot ze uiteindelijk toch maar een relatief duur huis te kopen. Dat betekent hard werken en een hoge hypotheek.

Op andere eilanden is de situatie niet anders. Je vindt de symptomen van de mismatch op de woningmarkt in de ongebruikelijke oplossingen die her en der worden bedacht. Zo start Texel binnenkort een koksopleiding mét woonruimte in enkele tijdelijke bouwketen. Op Schiermonnikoog heeft de gemeente een viertal ‘doorstroomwoningen’ in haar bezit, bedoeld voor mensen die zich op het eiland willen vestigen. Zij kunnen de woningen tijdelijk huren om een start te maken.

Op Vlieland besloot WestCord Hotels, dat hier twee hotels runt en een strandpaviljoen, om zélf maar veertien studio’s en appartementen voor personeel te bouwen, op de plek van een voormalige loods in het dorp. Dat was een direct gevolg van het toegenomen toerisme, vertelt manager Niek Strous. „We hebben recent het strandpaviljoen erg uitgebreid en hadden daardoor meer personeel nodig”, vertelt hij. „Alleen in het hotel hebben we al ruim zeventig medewerkers slapen. Dat groeit uit z’n voegen.”

Lees ook: Acht maanden hoogseizoen op Texel, wordt het niet te druk?

Je verwacht van je personeel dat het hard werkt, zegt Strous – dan kan je ze niet zo „opgehokt” laten slapen. „Bovendien: als je net bent begonnen als weekendhulp is zo’n slaapplek misschien prima, maar als je langer blijft wil je wel iets van vastigheid.”

WestCord heeft de kosten van de panden uit eigen zak betaald. Daar staan weliswaar huurinkomsten tegenover, maar Strous realiseert zich dat niet elke ondernemer zich zomaar zulke bouwprojecten kan veroorloven.

Op Schiermonnikoog klinkt er al langer een roep vanuit ondernemers aan het lokale bestuur om bijvoorbeeld tijdelijke woonruimtes neer te zetten, maar het lukte tot nu toe niet om tot overeenstemming te komen. Een poging van het vorige gemeentebestuur liep op niets uit: voormalig wethouder Willem Meerdink zei in april dit jaar tegen RTV Noord dat het plan stukliep op een eigen bijdrage van ondernemers. In het kortgeleden gesloten nieuwe coalitieakkoord kiest de gemeente voor een soortgelijke koers: „Wij willen personeelshuisvesting faciliteren, waarbij de ondernemers uiteraard ook zelf hun verantwoordelijkheden moeten nemen.”

Ook op andere eilanden kijken nieuwe bestuurscolleges hoe er voor meer betaalbare woonruimte gezorgd kan worden, blijkt uit de akkoorden. Daarbij wordt vaak gekeken binnen bestaande dorpskernen, zoals bijvoorbeeld locaties van oude scholen, een busremise of – zoals op Schiermonnikoog - het voormalige bezoekerscentrum.

Jennifer van der Meer: „De gemeente zal wel een basis moeten leggen om jongeren op het eiland te kunnen laten blijven. Er gaan nu echt stellen naar de wal omdat ze geen huis krijgen. Dan heeft de basisschool straks twaalf leerlingen, hoe ga je die dan openhouden?”

Aan teruggaan naar Groningen denken de twee zusjes niet meer, vertellen ze aan een tafeltje in de bloemenwinkel: ze zijn volledig gewend aan de rust en de duinen. Jill heeft een paard op het eiland staan en wandelt met een wandelclub. Jennifer: „Sinds ik hierheen ben verhuisd, ben ik volgens mij niet meer in de stad Groningen geweest.”

Jill: „Op de wal heb je ook zo veel prikkels.” Jennifer: „Alsof er allemaal dingen moeten.” Jill: „Als ik hier vrij ben moet ik ook gewoon soms stofzuigen en schoonmaken natuurlijk. Maar met dit weer blijft het voelen alsof je op vakantie bent.”

    • Milo van Bokkum