In het echt is de wolf een stuk aardiger

Wolven Vaak was de wolf in de literatuur de slechterik. In drie nieuwe non-fictieboeken is hij niet langer sluw of kwaadaardig.

Illustratie Istock

De wolf is terug – niet alleen in Midden-Drenthe, waar hij dit voorjaar diverse keren in een natuurgebied werd gezien, of op de Veluwe, waar hij vorig jaar langs de struiken kuierde, of in Limburg, waar hij enkele schapen doodbeet om vervolgens de grens met België over te steken. De wolf is terug in het boek.

In drie recente non-fictieboeken speelt hij de hoofdrol. Daarin krijgt hij zowaar menselijke karaktereigenschappen toebedeeld, wordt hij vakkundig tot op bot en ziel ontleed en neemt hij, zoals van oudsher, een kind onder zijn hoede.

Nieuw is het allerminst; al in het Oude en Nieuwe Testament komt de wolf een keer of negen voor, zegt neerlandicus en schrijver Dik van der Meulen. Zijn boek Kinderen van de nacht, over wolven en mensen, waarin hij naar de wilde wolf zoekt in zowel de verzonnen als de echte wereld, werd vorig jaar bekroond met de Jan Wolkers Prijs voor het beste Nederlandse natuurboek.

Lees ook: Zes wolven dit voorjaar in Nederland geweest

Nieuw is wel het karakter dat in boeken aan de wolf wordt toegeschreven; langzaam maar zeker wordt hij aardiger, socialer. Lang was hij sluw; hij hulde zich in oudevrouwenkleren om zijn slachtoffers om de tuin te leiden. En gulzig; aan één geitje had hij niet genoeg, het moesten er zeven zijn. Bloeddorstig werd hij vooral bij volle maan, dan viel hij aan uit kwaadaardigheid, niet uit honger.

Van de schrijvers van de huidige wolvenboeken gaat de Duitse wolvenonderzoeker Elli H. Radinger het verst in het toekennen van menselijke eigenschappen aan de wolf. In De wijsheid van wolven belichaamt het dier de ideale mens. De wolf leert ons hoe we moeten leidinggeven, rouwen, samenwerken, hoe we onze ouderenzorg moeten inrichten.

Wolven rouwen ook. Ze zoeken hun verloren partner, huilen lang en klaaglijk

Ruim twintig jaar geleden begon Radinger wolven te bestuderen, in de Verenigde Staten. Sindsdien verblijft ze deels in de VS, onder meer in Yellowstone natuurpark, en in Duitsland, waar ze sinds 2000 sporadisch ook een wolf observeert.

Wie naar wolven kijkt, schrijft Radinger, ziet dat ze de ouderen in de roedel respecteren, hun ervaring waarderen. Radinger zag hoe een onttroonde wolvenleider de jongere wolven leerde een bizon te doden. „Oudere werknemers hebben een zekere bezonnenheid en holistische visie op hun werk. Wolven weten dat naar waarde te schatten”, schrijft ze. Wolven rouwen ook. Ze zoeken hun verloren partner, huilen lang en klaaglijk, „maar krabbelen daarna overeind om het hier en nu te vieren. Alleen wij mensen schijnen dit (vieren, red.) niet meer te kunnen.”

Niet iedereen ziet wat Radinger ziet. „Die menselijke eigenschappen, goed of kwaad, plakken wíj op de wolf”, zegt Dik van der Meulen. „Omdat wij ons in hen herkennen.” In andere landen, met een andere fauna, krijgen andere dieren menselijke eigenschappen toebedeeld. In China zet niet de wolf maar de tijger grootmoeders mutsje op.

Wolven en veehouders

Angst voor wolven is in de oudheid ontstaan, „toen de mens vee begon te houden”, schrijft Van der Meulen. De wolf die doorgaans herten at, zag in het lam en het schaap een makkelijker te vangen prooi. Die dan weer in de Bijbel voor het onschuldige kind en de mens staan.

De angst bereikte zijn hoogtepunt in de Middeleeuwen, toen de (weer)wolf in de Europese volkscultuur gelijkgesteld werd aan de duivel. Dat leidde tot legendes, sprookjes en verhalen die tot op de dag van vandaag ons denken over wolven beïnvloeden. Dat uitvergrote machismo van de wolf trekt al naar gelang het tijdsgewricht aan of het stoot af.

In een versie van Roodkapje uit 1697 van de Franse schrijver Charles Perrault, wanneer de (seksuele) uitspattingen van Louis XIV het hof van Versailles domineren, wordt Roodkapje niet opgegeten, maar kleedt het tienermeisje zich uit en stapt bij de wolf in bed, waarna deze boven op haar gaat liggen. In een versie uit 1972, tijdens de tweede feministische golf, gemaakt door de Britse Merseyside Women’s Liberation Movement, slachten Roodkapje en haar oma eigenhandig de wolf af.

Illustratie Istock

De angst nam af toen de natuur niet langer vermeden werd omdat het er gevaarlijk was, maar onder invloed van de Verlichting juist werd bezocht, om te ontspannen. Maar het zou tot in de twintigste eeuw duren voordat de wolf een beetje aardig werd gevonden.

Er is één uitzondering; de wolvin die zich over het verwilderde kind ontfermt. Romulus en Remus, de oprichters van Rome die in een rieten mandje in de Tiber werden gelegd, werden gezoogd door een wolvin. Maar zo’n aardige wolf was lange tijd niet gewoon. Pas na de romantisering van de ‘nobele wilde’, onbedorven door de mens, begon het wolfskind aan zijn opmars in de literatuur. Mowgli uit Rudyard Kiplings The Jungle Book (1894) zou gemodelleerd zijn naar een sterk verwilderde jongeman, die aan het einde van de negentiende eeuw door leden van een Britse expeditie werd gevonden in de jungle van India. „Bij het zien en ruiken van het vel van de wolvin huilde hij als een jakhals”, schreven de leden.

Luister ook naar deze aflevering van onze wetenschapspodcast Onbehaarde Apen, over de komst van de wolf naar Nederland.
U kunt zich ook abonneren via iTunes, Stitcher, Spotify of RSS.

Wolfskinderen doken en duiken op in de fictie en de non-fictie – hoewel de als ‘waargebeurde’ gepresenteerde verhalen uiteindelijk ook altijd in de categorie fictie blijken te vallen. Zoals de ‘autobiografie’ Misha: A mémoire of the Holocaust Years’ (1997) van de Belgisch-Amerikaanse Misha Defonseca. Zij beschreef haar tocht als zevenjarig Joods meisje in de Tweede Wereldoorlog, toen ze door de Oost-Europese bossen trok op zoek naar haar gedeporteerde ouders en bij een roedel wolven terechtkwam. Alvorens Defonseca werd ontmaskerd als leugenaar, werd haar boek een bestseller, een film en een opera.

Nederlands wolfskind

Het spoor van het enige wolfskind in Nederland, Anna Maria, werd gevolgd en dit jaar geboekstaafd in Het wolfsmeisje van historicus Wim Coster. Wolfskinderen zijn een containerbegrip, zegt hij. Het gaat om achtergelaten en verwilderde kinderen, niet zelden zwakzinnigen, die volgens de verhalen opgroeien bij beren, kalveren, schapen.

Lees ook: De zwerftocht van Naya de wolf: een reisdagboek

Zoals de Ierse ‘schaapsjongen’ die in 1672 naar Amsterdam werd gebracht om te worden onderzocht door arts Nicolaes Tulp. De jongen at gras en hooi en blaatte als een schaap.

Anna Maria was afkomstig uit Antwerpen, waar ze rond 1700 als peuter werd geroofd en naar een koopman in Amsterdam werd gebracht. Waarschijnlijk heeft hij haar jaren opgesloten, om zich rond haar zeventiende van haar te ontdoen, over de IJssel, in de bossen bij Zwolle. Coster is dan ook de eerste om te zeggen dat het gaat om een ‘wilde deerne’, zoals ze in Zwolle wordt genoemd. „Had ze echt bij de wolven geleefd, dan hadden zij haar opgegeten”, zegt hij.

Maar dat een wolvin voor haar heeft gezorgd, past in het huidige tijdsbeeld, waar onder de invloed van de opmars van het beton, de natuur wordt gezien als oorspronkelijk en bevrijdend, de heilige graal. In dat beeld is de wolf vriendelijk, verzorgend en sociaal. Niet langer sluw en gulzig, nee, zelfs niet kwaadaardig; tegenwoordig draagt de weerwolf een brilletje en een rood truitje en luistert hij naar de naam Dolfje.

Icoon van de nieuwe wildernis

In het boek is de wolf de icoon van de nieuwe wildernis geworden, van de robuuste natuur. Daar moeten mensenhanden vanaf blijven, vindt Radinger.

Lees ook dit opiniestuk van drie ecologen: Geen paniek. De wolf is terug

Van der Meulen is iets gematigder. „Eerst hebben we de wolf gedemoniseerd, nu maken we de ideale mens van hem. Geen van beide is goed. Wel maakt de wolf in het echte leven de natuur een beetje beter. Wolven eten de zwakke herten en reeën. De populatie van het prooidier wordt er gezonder van”, zegt hij.

Maar Wim Coster, woonachtig in Zwolle, zou niet graag schapenboer in Twente zijn. Want hij hoort andere verhalen in zijn omgeving. Over wolven die schapen doodbijten – niet uit honger maar uit instinct, zegt hij. Nee, de komst van de geromantiseerde, menselijke, iconische wolf is in zijn ogen voornamelijk een boekenverzinsel.

    • Yaël Vinckx