Buitenlandse Zaken, het dolende departement

Ministerie van Buitenlandse Zaken Ambtenaren zijn boos op minister Blok. Ook hebben ze het gevoel dat ‘BZ’ er in de Haagse rangorde steeds minder toe doet.

De grote vergaderzaal in het nieuwe pand van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Foto Aad Meijer

Opnieuw een blunderende minister, en bovendien ontevreden ambtenaren, en discussie over de effectiviteit van het beleid. Het ministerie van Buitenlandse Zaken is volop negatief in het nieuws. Een product van de journalistieke komkommertijd, zoals voorzitter Delphine Pronk van de Vereniging van de Dienst Buitenlandse Zaken (VDBZ) op de eigen website van de vereniging oppert, of is er meer aan de hand?

Identiteitscrisis is misschien te sterk uitgedrukt, maar het departement is wel dolende en er heerst veel frustratie onder ambtenaren.

Het gaat om op zichzelf staande zaken die het ministerie teisteren, maar op een gegeven moment tellen die op. En zo bezien was de rel die minister Stef Blok (VVD) vorige week veroorzaakte met zijn uitgelekte uitspraken over de multiculturele en multi-etnische samenleving de bekende druppel.

Tekenend voor de situatie is dat de brief die Blok vorige week vrijdag via de interne website aan zijn eigen ambtenaren stuurde en waarin hij schreef zijn „te scherpe woorden” te betreuren, de onrust op het ministerie niet heeft weggenomen. Integendeel, gesprekken met betrokkenen van binnen en buiten het ministerie, veelal op basis van anonimiteit, maken duidelijk dat de boosheid zeer diep zit. Een boosheid die gevoed wordt door een al langer bestaand gevoel dat ‘BZ’ er in de Haagse rangorde steeds minder toe doet.

En dan het beleid zelf. Beter gezegd: geen beleid. Want dat is de kritiek op de enkele maanden geleden door Blok uitgebrachte ‘Geïntegreerde Buitenland- en Veiligheidsstrategie’. Daarin werden weliswaar heel veel dreigingen opgesomd, maar tegelijk ook heel veel keuzes niet gemaakt, was de kritiek uit de Tweede Kamer en van denktanks.

Aanhoudende onvrede

Gedoe dus, onrust; waar dan ook nog eens de aanhoudende onvrede over de nieuwe huisvesting doorheen loopt. Een halve werkplek per ambtenaar verordonneerde Blok in het vorige kabinet als minister voor Wonen en Rijksdienst. Het nieuwe flexibele werken diende in radicale vorm te worden ingevoerd. Zodoende doet zich elke dag een strijd om nog vrije werkplekken voor sinds Buitenlandse Zaken samen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat vorig jaar gezamenlijk een gerenoveerd pand aan de Haagse Rijnstraat betrok. Een diplomaat liep demonstratief met een kampeertafel onder zijn arm door het gebouw.

Lees ook het profiel van Minister Blok: Een zaakwaarnemer op Buitenlandse Zaken

Net als zijn voorganger heeft Blok beloofd iets aan de nijpende huisvestingssituatie te doen. Maar het heeft het gevoel van miskenning onder de medewerkers niet weggenomen. De verhuizing en samenvoeging met een ander departement werd gevoeld als een degradatie en gezien als zoveelste bewijs van marginalisatie. Had Arthur Docters van Leeuwen, de oud-topambtenaar die vijf jaar geleden onderzoek deed naar het functioneren van de Nederlandse diplomatie, dan toch gelijk met zijn toen binnenskamers geuite waarschuwing dat Buitenlandse Zaken moest vrezen voor zijn voortbestaan?

Waar staat het departement nog voor is de vraag, die dikwijls intern wordt gesteld. Zijn we wel voldoende herkenbaar? De eurocrisis was een zaak van het ministerie van Financiën, het Brexit-debat is chefsache en concentreert zich bij premier Rutte. Bij vakdepartementen laten specialisten weten hun internationale contacten ook wel af te kunnen zonder hulp van Buitenlandse Zaken. Vandaar ook de aankondiging van de Vereniging van de Dienst Buitenlandse Zaken dat er een manifest voor „diplomatiek reveil” in de maak is.

En de zoektocht naar de reden van bestaan heeft niet alleen te maken met interne perikelen, maar ook met de huidige buitenlands-politieke vraagstukken. Door toedoen van Trump, Poetin, Brexit zijn die razendsnel aan het veranderen. Er is vraag om een meer uitgesproken politiek en duidelijker keuzes.

Beleid is als een donut

Bij het debat over de strategienota van minister Blok haalde Tweede Kamerlid Bente Becker (VVD) enkele maanden geleden een rapport uit 2010 van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid aan. Daarin werd geconstateerd dat het buitenlands beleid van Nederland te vergelijken viel met een donut: een veelomvattende ring van activiteiten zonder focus in het midden. Dat is nog altijd zo, stelde Becker vast. „Welke bredere prioriteiten ziet de minister in het buitenlandbeleid”, vroeg ook het Kamerlid Lilianne Ploumen (PvdA).

De geopolitieke invloed van Nederland is beperkt, stellen kenners vast, maar als de buitenlandse politiek gedomineerd wordt door louter handel en een binnenlands politieke agenda die bijvoorbeeld geen ruimte laat voor inspanningen om gevangen Nederlandse IS-strijders in Syrië terug te halen, wordt er op het departement gezucht.

Die grotere rol voor het nationaal belang in de buitenlandse politiek zal, als het aan Blok ligt, alleen nog maar toenemen. Het spel wordt harder gespeeld en daar moet de organisatie meer op worden ingericht, zei hij op de inmiddels beruchte besloten bijeenkomst waar hij zijn uitlatingen over de multiculturele samenleving deed.

Over die uitspraken zal Blok na de zomer met zijn ambtenaren in gesprek gaan, beloofde hij. Dat zal hard nodig zijn, zegt een oud-diplomaat. De woorden van de door de diplomatieke porseleinkast stampende minister zijn hard aangekomen. Er is schade aangericht, die niet zo maar weg is met een brief waarin wordt betreurd dat er commotie is veroorzaakt.

Daarbij verwijst hij naar de juist onder diplomaten bekende stelregel die zegt: men krijgt nooit een tweede kans om een eerste indruk te maken.

    • Mark Kranenburg