Recensie

Heimwee naar twee melancholieke rechercheurs

Foto: iStock

Het is een jaarlijkse traktatie: het nieuwe boek van Arnaldur Indriðason (1961). De misdaadromans van deze IJslandse schrijver en historicus zijn altijd op z’n minst goed en vaak uitzonderlijk gaaf; thrillerschrijvers met een vergelijkbare hoge score moeten met een lampje worden gezocht.

De boeken van Indriðason, waarvan er wereldwijd al ruim twaalf miljoen exemplaren zijn verkocht, stimuleren zelfs het toerisme naar de mensonvriendelijke natuursituaties van IJsland. Steeds meer fans pakken het vliegtuig om in de voetsporen van inspecteur Erlendur te treden, en bijvoorbeeld de onheilbrengende berg Harðskafi in de Oostfjorden te bekijken, waar het grote drama met de broer van de inspecteur zich heeft afgespeeld. Indriðasons Nederlandse uitgeverij Q bediende de liefhebbers onlangs met een literaire reisgids waaraan de auteur zijn medewerking verleende: Het IJsland van Indriðason.

Valkuil is de achttiende roman van Indriðason die is vertaald. Opnieuw geen verhaal waarin de inspecteurs Erlendur, Elínborg en Sigurdur Óli in Reykjavík een hedendaags misdrijf (racisme, xenofobie, verslaving, kindermisbruik, enzovoorts) proberen op te lossen. Valkuil is weer een historische roman die rond de Tweede Wereldoorlog speelt, een periode die Indriðason vaker heeft geïnspireerd. De Canadese militair-politieagent Thorson en de IJslandse rechercheur Flóvent, die eerder acteerden in Erfschuld (2015) en Blauwzuur (2017), buigen zich over een aantal misdrijven.

Op het strand van Nauthólsvík is het lichaam aangespoeld van een man afkomstig uit een familie van nazi-sympathisanten. Niet veel later wordt een jongen met een fles doodgestoken achter een legerkroeg en een regelmatige bezoeker van de kroeg, een prostituee, raakt vermist. De sporen leiden de inspecteurs naar de bases van de geallieerde troepen die IJsland hebben bezet.

Zoals altijd weet Indriðason de verschillende verhaallijnen geraffineerd te vervlechten. En ook de dialogen en plot zijn buitengewoon goed. Wat Valkuil toch net iets minder goed maakt als bijvoorbeeld Moordkuil (2004) en Doodskap (2011), is het karakter van de rechercheurs. Thorson en Flóvent zijn wat vlakker dan Erlendur en Óli. De heimwee naar die twee melancholieke mannen, die in veertien van zijn romans een hoofdrol spelen, weet Indriðason met Valkuil niet helemaal te verdrijven.

    • Arjen Ribbens