Google Assistent moet eerst van ons leren

kunstmatige intelligentie

Google Assistent verstaat voortaan Nederlands. Maar begrijpt hij je ook?

Illustratie Pepijn Barnard

‘Ik ben er om jouw leven makkelijker te maken.” Met die woorden introduceert Google de Nederlandse versie van zijn digitale hulp in de huishouding. Vanaf donderdag begrijpt de digitale assistent ook Nederlandse vragen, hoewel er beperkingen zijn vergeleken met de buitenlandse versie.

Na de computer en de smartphone – beloven techbedrijven – is de digitale assistent de nieuwe manier waarop je informatie zoekt, muziek selecteert, boodschappen doet, apparaten bedient en afspraken maakt.

Opdrachten geef je met je stem, het antwoord komt van een bijna menselijk klinkende computer waarmee je een gesprek kunt voeren. Om de conversatie niet al te stroef te laten verlopen moet de computer eerst van ons leren. Gebruikers zijn de voedingsbodem voor Googles algoritmes. Dat is de reden dat de assistent na elke vraag informeert of het antwoord naar tevredenheid was – met een duimpje omhoog of omlaag. Zo train je je persoonlijke assistent, en het gezamenlijke algoritme.

Nu draait de Nederlandstalige versie alleen op smartphones (Android vanaf versie 6, iOS zodra de Google Assistent-app beschikbaar is in de App Store). Pas in het najaar werkt Nederlands ook op slimme speakers, als Google die in Nederland gaat verkopen. Dat is het moment waarop de assistent volwaardig moet presteren – deze zomerse introductie dient als trainingsfase.

De assistenten-trend

Google heeft niet de enige digitale assistent. In de iPhone zit al sinds 2011 zo’n pratende computer, Siri, maar die is ingehaald door assistenten met meer parate kennis.

Amazon gaf in 2015 het startschot voor de assistenten-trend, door ‘Alexa’ te verpakken in een luisterende luidspreker, de Echo. Er zijn tientallen miljoenen van verkocht.

Ook Google stortte zich op slimme luidsprekers en in het eerste kwartaal van 2018 verkocht Google al meer speakers dan Amazon.

De Nederlandse versie van Google Assistent werkt alleen nog op je telefoon. Dat is ook de oorsprong; de technologie borduurt voort op Google Now, een dienst die probeert relevante informatie voor te schotelen op basis van je locatie en agenda. De assistent maakt daar een vraag-antwoordspelletje van. Vraag je eerst: ‘Wie is de premier van Nederland? en daarna: ‘Hoe lang is ie?’ dan antwoordt Google dat Mark Rutte 1,95 meter is. Voor mensen is dat vanzelfsprekend, voor een computer is het begrijpen van de context een hele prestatie.

Wil je weten waar de dichtstbijzijnde ‘Appie’ is, dan krijg je adressen van Albert Heijn. De assistent leerde zelf het verband te leggen tussen ‘Appie’ en de supermarkt, aldus Google.

Wat wel ingeprogrammeerd moest worden: als je zegt ‘stuur een appje naar Richard’, dan opent de Google Assistent WhatsApp. Voor Amerikanen is het raar om een tekstbericht een ‘app’ te noemen. Dat is typisch Nederlands.

Poepemoji

Om de Nederlandstalige versie te bouwen stelde Google een personality team samen met scriptschrijvers, die de digitale assistent karakter moeten geven. Voor zover dat gaat, want de relatie tussen kunstmatige intelligentie en menselijke humor blijft moeizaam.

Vraag je Google Assistent hoe oud ‘ze’ is (er is alleen een vrouwelijke stem): „Oud genoeg om niet op uiterlijk af te gaan en jong genoeg om de poepemoji grappig te vinden” – gevolgd door het geluid van een toilet. Net als bij de Engelstalige versie mijdt Google Assistent negatieve of gevoelige onderwerpen; in de huiskamer filtert Google veel strenger dan op het web.

Google werkt in de VS samen met supermarktketen Walmart om tegenwicht te bieden aan Amazon. Winkelen kan ook in Nederland; via het commando ‘Praat met…’ leg je contact met bol.com, Albert Heijn of Kruidvat. Boodschappen afrekenen kan de assistent nog niet.

Lees ook: De strijd tussen Google en Amazon over het ‘slimme huis’

Unilever bouwde een ‘shampoo-app’ voor de Google Assistent (voor prangende vragen als ‘hoe maak je een mooie vlecht?’). Unilever ziet het als een experiment: Merijn Koelewijn, directeur e-commerce, zegt in een persbericht dat consumenten pas over twee tot vier jaar via spraakopdrachten boodschappen gaan doen.

Radio luisteren via de assistent is dichterbij. Als je vraagt ‘vertel me het nieuws’, kun je kiezen uit de nieuwsbulletins van verschillende radiostations, waaronder BNR, RTL en NOS. Ook Blendle doet mee en leest op verzoek drie kranten- of tijdschriftenartikelen voor.

Onverstaanbaar

In mei demonstreerde Google een opgenomen gesprek tussen de virtuele assistent en een kapster, die niet doorhad dat ze praatte met een robot. De software kon ‘ehhh’ zeggen en klonk erg menselijk. Mensen voor de gek houden gaat te ver, besefte Google achteraf.

Die omstreden kappersafspraak klonk wat geënsceneerd – het is onduidelijk hoe een robot zich redt als er een onverwachte vraag komt of iemand onverstaanbaar is. Dat gebeurt vaak als je de assistent in gezelschap gebruikt.

Hoewel spraakherkenning en spraaksynthese de laatste jaren sterk verbeterden is een open conversatie over elk denkbaar thema te complex – zelfs voor de algoritmes van Google. Nog te vaak gooien digitale assistenten de handdoek in de ring als ze het antwoord niet weten of bang zijn iets verkeerds te zeggen.

Alexa of Google Assistent voegen weinig toe aan wat je met een computer of telefoon kan. Je zoekt een muziekje uit, doet de lampen aan, krijgt een update van je agenda of een goed restaurant in de buurt.

Spraak is niet de snelste manier om informatie uit te wisselen - je moet bovendien commando’s weten om je wensen duidelijk te maken. Wel bieden Google, Amazon en straks Apple de optie om terugkerende opdrachten vast te leggen in ‘routines’ of ‘shortcuts’. In feite programmeer je dan een rijtje taken. Dat doet afbreuk aan de conversatievorm, maar geeft je wel meer regie over een wispelturige assistent.

Voor consumenten zijn het vermakelijke speeltjes, voor de techbedrijven zijn digitale assistenten en smart speakers waardevolle sensoren van het moderne huishouden. Het creëert rijke profielen om meer diensten – gratis en betaald – aan te bieden. Een portaal tot de wereld die Google heet. Of Amazon. Of Apple.

    • Marc Hijink