Hij was getrouwd met de krant

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. NRC-verslaggever F.G. de Ruiter (1937-2018) schreef al over ’het milieu’ toen het nog geen ’modeartikel’ was.

Flok de Ruiter als jonge vader met twee van zijn drie zonen.

Dagbladen waren noodlijdend in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Zo ook de Nieuwe Rotterdamse Courant, waaraan deze krant haar drie hoofdletters NRC ontleent. De redactie werd bevolkt door gestudeerde, sigaar of pijp rokende mannen. Van achter hun stalen bureaus spelden zij dagelijks urenlang de buitenlandse kranten, om vervolgens hun eigen draai eraan te geven in taaie beschouwingen.

Dan opeens, in 1963, verschijnt Floris Gerardus de Ruiter (roepnaam: Flok) ten tonele, als voorbode van nieuwe tijden. Hij is allesbehalve een binnenzitter. Hij vestigt zijn naam als de allereerste (en lange tijd enige) verslaggever van de krant, een vak dat hij bijna veertig jaar onafgebroken zou uitoefenen, het grootste deel daarvan voor NRC Handelsblad.

Wennen was het aanvankelijk wel, aan en voor de jonge verslaggever. Kort na zijn aanstelling werd zijn woonplaats Ridderkerk opgeschrikt door een reeks branden. De Ruiter wilde slachtoffers, omstanders, politie- en brandweermannen interviewen, op zoek naar een mogelijke pyromaan. Dat kon hij maar beter niet doen. Dergelijke kwesties werden bij de NRC als regel afgedaan met een berichtje van het ANP.

Hekel aan dikdoenerij

F.G. de Ruiter was een verslaggever van het type dat tegenwoordig niet meer wordt gebakken. Hij had een snor, pafte sigaretten zonder filter, droeg een halflange regenjas en was voortdurend onderweg in stad en land. „Flok was vooral met de krant getrouwd”, zegt zijn echtgenote Liesbet, „en daarna met mij. Dat vond ik weleens moeilijk, maar zo zat hij nu eenmaal in elkaar.”

Flok de Ruiter is zijn hele leven dicht bij zijn roots gebleven. Opgegroeid in een boekwinkel in Hardinxveld-Giessendam, vanwaaruit zijn vader ook de plaatselijke krant volschreef en uitgaf. Zoon Flok volgde de mulo in zijn geboorteplaats, klom naar het gymnasium in Dordrecht en ging vervolgens als leerling-journalist aan de slag bij dagblad De Typhoon in de Zaanstreek.

Wim van der Vlies, jeugdvriend sinds de mulo, roemt Flok de Ruiter om zijn bescheidenheid. „Hij had oprecht een hekel aan dikdoenerij.” In de beginjaren ging hij op zijn brommer naar de redactie in Rotterdam, voor dag en dauw. Buurtgenoten wisten dat hij voor de NRC werkte – als bezorger, dachten velen.

Floks vader was zijn grote voorbeeld. Van der Vlies: „Flok zei al jong: ik word journalist. En dat werd hij.” Zijn vader was antimilitarist. „Flok was ook vrij principieel in zijn overtuigingen, maar minder uitgesproken dan zijn vader. In militaire dienst ging hij bij de geneeskundige troepen, om zelf nooit bij gevechten betrokken te raken.”

Vakbroeder

In 1970, bij de fusie met het Algemeen Handelsblad, kregen de steile NRC’ers opeens gezelschap van wildere, artistiekere collega’s uit Amsterdam. Flok de Ruiter bleef wie hij was: een verlicht gereformeerd opgevoede, harde werker uit de Alblasserwaard. Max Paumen, een van oorsprong Limburgse journalist, werd zijn ware vakbroeder: ook een verslaggever pur sang. Ze grossierden niet in meningen, oprecht nieuwsgierig waren ze en hartelijk in de omgang.

Flok de Ruiter ontwikkelde zich tot autoriteit op het gebied van natuur en milieu. Het liefst, en vooral, schreef hij over de schoonheid van onze leefomgeving en bedreigingen voor de natuur. Dat deed hij in een tijd dat ‘het milieu als modeartikel’, zoals hij het zelf noemde, nog niet was ontdekt.

Zoutlozingen in de Rijn, zure regen, verstikkende fosfaten in het oppervlaktewater – Flok de Ruiter schreef erover zonder een activistische toon aan te slaan, maar impliciet wél met het bijbelse principe van gewetensvol rentmeesterschap als zijn drijfveer. Flok de Ruiter was ook een van de eerste journalisten in Nederland die aandacht vroeg voor een verband tussen gaswinning en gevaar voor aardbevingen in Groningen.

Vijandig schootsveld

Tegelijkertijd was Flok de Ruiter een generalist, die er eer in legde dat hij over íéder onderwerp een gedegen stuk kon schrijven. Eind december 1989 trok hij naar de Hongaarse oostgrens, om te spreken met Roemenen die op de vlucht waren geslagen voor het terreurregime van Nicolae Ceausescu. Juist op dat moment kwam de dictator ten val. De grenzen gingen open. Als een van de eerste westerse journalisten arriveerde Flok de Ruiter in de stad Timisoara, waar de opstand tegen Ceausescu begonnen was en diens elitetroepen nog weerstand boden met urenlange, nachtelijke geweersalvo’s.

„[Soldaten renden] langs ons hotel, het geweer in de aanslag”, noteerde De Ruiter. „ Journalisten trokken zich terug in wc’s, of werkten in het donker.” Hij liet onvermeld dat hij zelf binnen vijandig schootsveld zijn werk moest doen.

In 1997 verscheen de naam F.G. de Ruiter voor het laatst boven een stuk in NRC Handelsblad. Hij ging vervroegd met pensioen, wat toen nog kon. Slechts enkele gezonde jaren zijn hem in de periode daarna gegund geweest. Niettemin bleef hij genieten van het leven, hoe zwaar het soms ook was. Hij overleed op 5 juli 2018 in zijn woonplaats Gorinchem.

Suggesties voor deze rubriek naar necrologie@nrc.nl

    • Marcel Haenen
    • Gijsbert van Es