Dit is Nederland, kijk toch, overal rivieren

Water Het boek Rivierenland laat de lezer meekijken naar het vloeibare Nederland. „Elke keer is een rivier anders.”

De Lek bij Nieuwegein Foto Martin van Lokven

Aan het blinkende zandstrand van de Waal ter hoogte van Slot Loevestein raapt Sunny Jansen een kleine, donkere schelp op. Het is de Aziatische korfmossel. Jansen is conservator in Slot Loevestein, van oudsher strategisch juist daar gelegen waar Maas en Waal samenkomen en als Merwede verdergaan.

En ze is auteur van het boek Rivierenland, verrijkt met foto’s van Martin van Lokven. De ondertitel van het rivierenreisboek luidt Nederland van Aa tot Waal. De Aa, dat ‘water’ betekent, staat voor enkele van de kleine riviertjes van ons land, de Aatjes, zoals Drentse Aa en Aa bij Breda. De Waal is een van de stoere werkrivieren die ons land doorsnijdt.

In tijden van zomerse droogte vergeten we snel dat Nederland een waterland is en dat water door de eeuwen heen onze vijand was met overstromingen, dijkdoorbraken. Sunny Jansen staat versteld „van het enorme hoogteverschil in de Waal nu vergeleken met januari: zeven meter”, zegt ze. „Ons rivierenlandschap verandert door extreme tegenstellingen: lange perioden van grote droogte en relatief korte tijden van hoog water.”

Door de lage stand van de Rijn ondervindt zeewater „geen tegendruk”, zoals ze zegt. „Hierdoor kan zout water makkelijk binnendringen met verzilting van agrarisch land en de natuur tot gevolg. Ook tast zout water de zoetwaterkwaliteit aan. Het deze maand aangekondigde vaarverbod op de Leidsche Rijn heeft hiermee te maken. De stand moet 60 centimeter stijgen om zoet water Nederland in te loodsen.” Droogte in rivierenland heeft nog meer gevolgen: kaden en dijken kunnen scheuren, beken en riviertjes vallen droog waardoor vissen bedreigd worden.

Het is zomer, maar het lijkt wel herfst

Jansen wijst op het gebied waarin Loevestein ligt, het waterrijke Munnikenland. De dijk naar Loevestein stond in januari bijna onder water en het slot was nipt bereikbaar. „Nu is het zomer maar het lijkt herfst: de bladeren aan de berkenbomen zijn geel.” Munnikenland is een „moderne klimaatbuffer” en heeft twee functies: bij overlast het water bergen en bij droogte het water vasthouden. Die laatste taak is nu ingetreden.

Terug naar het zandstrand van de Waal en de korfmossel: er liggen er duizenden. De schelp symboliseert Jansens visie op rivieren: „Als je langs een rivier loopt, dan loop je door een schatkaart. Vanuit mijn werkkamer op Loevestein zie ik de Waal liggen, ik maak elke dag een wandeling langs de rivier. Door de lage stand van nu zijn de stranden erlangs immens weids. Kleur, stroomsnelheid, hoe breed of hoe smal de bedding, de schepen die eroverheen varen: elke keer is een rivier anders. Rivieren hebben ons land gemaakt. En ze verbinden ons met de wereld.” Deze mossel, een Aziatische exoot, komt sinds 1988 langs de rivieren voor. Hij is met een schip via de haven van Rotterdam hier terechtgekomen. Jansen: „Het is net of je een stukje Azië vasthoudt.”

De Berkel bij Borculo, waar de Slinge op uitkomtFoto Martin van Lokven

In hun boek hebben Jansen en Van Lokven alles bijeengebracht wat je over rivieren zou willen weten, zelfs de kleinste riviertjes of sporen van riviertjes hebben ze opgespoord, zoals de Ee in Gaasterland, de Jeker bij Maastricht of het Oude Maasje, een afdamming van de Maas.

De blauwe lijn door de tijd

Vanuit Slot Loevestein maken we een tocht langs de Waal. „Het moeilijkste van dit boek was een sluitende omschrijving te vinden van een rivier”, zegt Jansen. „Dat lijkt eenvoudig en iedereen heeft wel een beeld van een rivier, maar waarom is de Dommel in Noord-Brabant wel een rivier en de Drentse Aa niet? Die heet een beek. Zelfs aardrijkskundige wetenschappers konden me niet verder helpen. Uiteindelijk kwamen we tot een eigen omschrijving, namelijk „een rivier is een waterstroom van zekere omvang, die op natuurlijke wijze is ontstaan”. Maar juist deze „zekere omvang” is niet eenduidig. Hoe breed moet een rivier dan zijn? En ook: rivieren in ons land zijn van oudsher getemd door de mens, vooral in de negentiende eeuw. Ze zijn bedijkt, rechtgetrokken, gekanaliseerd, er steken kribben in. Is zo’n genormaliseerde rivier nog een rivier? „We vinden van wel, want we kunnen de oorspronkelijk bedding nog terugvinden.”

De uiterwaarden van de IJssel bij Westervoort.Foto Martin van Lokven

Rivieren hebben vele verschijningsvormen. Het Amsterdamse IJ is evengoed een rivier als de Maas. Steden als Utrecht en Gouda danken hun grachtenstelsel aan rivieren, respectievelijk de Oude Rijn en de Gouwe. Rivieren zijn, zoals Jansen schrijft, „de blauwe lijn die door de tijd stroomt, dwars door of juist parallel aan de Nederlandse geschiedenis”. Ooit was Nederland een grote riviervlakte en nog steeds bestaat ons land voor een derde uit water, behalve rivieren ook sloten, grachten, beken, meren. De foto’s van Van Lokven maken de dynamiek van rivieren aanschouwelijk: we staan als het ware naast hem op de dijk, op kribben, bij overstromingen en kijken mee naar het vloeibare Nederland. Het tegenovergestelde bestaat ook: droge rivierbeddingen, drooggevallen uiterwaarden. Ook dat hoort bij Nederland rivierenland.

Water is de ziel van het landschap

„Talloze mensen leven dagelijks met de rivier”, vertelt Jansen. „Ik sprak met dijkgraven en beurtschippers, vissers, natuurbeschermers en dijkverzwaarders van Rijkswaterstaat die ondanks protest toch de dijken dramatisch wilden ophogen. In het altijd zo rustige dorpje Brakel hier verderop aan de Waal kwam het in de jaren zeventig tot een heuse opstand: bewoners roerden zich toen ze erachter kwamen dat 140 huizen dreigden te verdwijnen. De Brakelse Opstand leidde ertoe dat beleidsmakers niet zomaar hun gang konden gaan, maar dat bewoners van het Rivierengebied betrokkenheid en inspraak eisten.”

Links, vanaf boven: de uiterwaarden van de IJssel bij Westervoort, de Lek bij Nieuwegein, de Berkel bij Borculo, waar de Slinge op uitkomt. Middenboven: de Spiegelwaal een nevengeul van de Waal bij Lent. Rechts: de Rijnstrangen in de Gelderse Poort, waar de Rijn in de Waal en het Pannerdens Kanaal splitst.
Links: e Spiegelwaal een nevengeul van de Waal bij Lent. Rechts: de Rijnstrangen in de Gelderse Poort, waar de Rijn in de Waal en het Pannerdens Kanaal splitst
Foto’s Martin van Lokven

Dat geldt ook voor Plan Ooievaar, waarbij rivieroevers teruggegeven worden aan de wilde natuur. Nu is er een nieuwe strategie, Ruimte voor de Rivier, want met de klimaatverandering zullen overstromingen vaker voorkomen, al lijkt dat in deze zomer zo onwaarschijnlijk. Water vormt, aldus Jansen, „de ziel van het landschap”. Ze geeft een mooie omschrijving van de maakbaarheid van Nederland: „Water vasthouden en brengen waar het nodig is in tijden van droogte. En weren waar het te veel is.”

Al hebben wij door de eeuwen heen onze wateren getemd, bedijkt, bestreden en beheerst, toch leven we elke dag met het water samen. De meeste Nederlanders kennen rivieren vanaf verkeersbruggen die de rivieren oversteken, met dit boek wil je vooral langs de rivieren op ontdekkingsreis.

Rivierenland. Nederland van Aa tot Waal door Sunny Jansen en Martin van Lokven (fotografie). Uitg. Balans, 351 blz., 27,50 euro
    • Kester Freriks