Opinie

    • Menno Tamminga

De economie zit er warmpjes bij, toch?

Bang voor oververhitting? Bergt u zich maar, er volgt nog meer, in elk geval in de economie. Als het klopt wat mensen soms zeggen over de effectenbeurs, namelijk dat beleggers op de toekomst vooruitlopen, dan staan ons nog meer economische hitteweken te wachten.

De toonaangevende AEX-beursindex sloot dinsdag op een stand van bijna 574 punten; dat is het hoogste punt sinds juli 2001. Maar ik kan me voorstellen dat u zegt: ach, dat is de financiële economie. Allemaal casinokapitalisme. Dat zijn beleggers en speculanten die met de krankzinnig lage rente niet meer weten waar ze met hun geld naar toe moeten. Dus kopen ze maar wat extra aandelen. Of huizen. Of kunst.

Voor die lage-rente-verklaring van de hausse op de aandelen-, kunst- en huizenmarkt is wel iets te zeggen. Het is verleidelijk sinds de bank me berichtte dat de rente op mijn spaargeld is verlaagd van 0,05 naar 0,03 procent.

Lees ook dit tijdsbeeld. Daar zitten we dan, middenin de zeepbel

Maar de cijfers in de échte economie, de economie van brood, banen en bedrijven brengen dezelfde boodschap als de beurskoersen. Verhitting.

Mijn favoriete barometer van de Nederlandse economie is de werkloosheid onder mensen tussen de 25 en 45 jaar. Dat zijn de mensen die de combinatie van opleiding en ervaring bezitten waar werkgevers dol op zijn. Zij zijn als leeftijdsgroep vaardiger dan jongeren (onder de 25) en flexibeler dan jongere ouderen (45-plus). Aan hun werkloosheidscijfer zie je in één oogopslag hoe de arbeidsmarkt ervoor staat.

In juni was de werkloosheid in deze kopgroep volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek gedaald naar 2,7 procent (gecorrigeerd voor seizoenspatronen). Het algemene werkloosheidsniveau was op dat moment 3,9 procent. Die 2,7 procent werkloosheid nadert het dieptepunt van 2,2 procent in april 2008. Dat waren, met de kennis van nu, de zorgeloze jaren van ná de doorgeprikte internetzeepbel-recessie (2002/2003) en vóór de economische crisis na het bankroet van de zakenbank Lehman (herfst 2008). Ter vergelijking: op het dieptepunt van de crisis was de werkloosheid in deze leeftijdsgroep 7,2 procent (februari en maart 2014).

Als je naar de absolute aantallen kijkt, is het verschil tussen nu en de vorige oververhitting van de arbeidsmarkt nog veel kleiner. In april 2008 waren 91.000 mensen tussen de 25 en 45 jaar werkloos, nu zijn het er 99.000.

Kortom: een werkgever die in deze leeftijdsgroep personeel wil werven zal óf zijn lonen serieus moeten verhogen (dat gebeurt nog maar weinig) of andere arbeidsvoorwaarden verbeteren of toch geschikte jongeren of jongere ouderen zoeken.

Dus crisis voorbij, leve de economische oververhitting? Nee. Helaas. De kruipende loongroei en galopperende aandelenkoersen vergroten de economische ongelijkheid op een moment dat politieke polarisatie voelbaar is. Die polarisatie wordt extra gevoed door onzekerheden op de arbeidsmarkt die je in de werkloosheidscijfers niet terug ziet.

De krapte op de arbeidsmarkt vóór 2008 werd aangejaagd door economische groei die, achteraf, mede op het conto kwam van overvloedig krediet en lakse voorwaarden van banken. Nu zie je de ultralage rente opnieuw zijn werk doen.

Maar daar is wel nog een trend bijgekomen. De opkomst van de daglonerseconomie. Dat zorgt voor toenemende groei, maar ook voor toenemende ongelijkheid en vermogensrecords (zoals van Jeff Bezos van Amazon). De dagloners zijn de los-vaste werkers, arbeidsmigranten met soms dubieuze werkomstandigheden, oproepkrachten, nul-uren contractanten en als zzp’er vermomde werknemers. Dat is de schaduwkant van de oververhitting.

Maarten Schinkel is afwezig.
    • Menno Tamminga