Een ‘reus’ van het kaliber Henry Ford

Sergio Marchionne (1952-2018) topman Fiat Chrysler

De man die Fiat redde, confronteerde Italië met de realiteit van globalisering.

Sergio Marchionne droeg meestal een donkerblauwe of zwarte trui. Zo wilde hij laten zien dat hij anders was. Half Canadees, met weinig geduld voor Italiaanse gevoeligheden en rituelen. Foto Rebecca Cook / Reuters

Nadat hij in 2004 baas was geworden van de Fiat-groep, de grootste particuliere werkgever van Italië, droeg Sergio Marchionne meestal een donkerblauwe of zwarte trui. Zo wilde hij laten zien dat hij anders was. Half Canadees, zijn sporen als leider van een onderneming verdiend in Zwitserland, met weinig geduld voor Italiaanse gevoeligheden en rituelen.

Die trui is zijn beeldmerk gebleven, ook toen hij, na de fusie in 2009 tussen Fiat en Chrysler, op mondiaal niveau opereerde als baas van de zevende autoproducent ter wereld. „Ik heb geen tijd om een das te strikken”, was zijn grappende antwoord op vragen over zijn kleding. De trui en zijn geruite overhemden onderstreepten in Italië de breuk met de financieel-economische kongsi’s waarin Fiat lang een centrale rol heeft gespeeld.

Marchionne wordt geprezen omdat hij van twee noodlijdende autofabrikanten, Fiat en Chrysler, tegen veel voorspellingen in een bloeiend bedrijf heeft weten te maken. Zijn kwaliteiten: recht door zee, duidelijk, gefocust, snoeihard als dat volgens hem nodig was, op andere momenten empathisch en vol aandacht voor ‘zijn’ mensen. Vriend en vijand hebben Marchionne altijd als een klasse apart beschouwd. De baas van Daimler, Dieter Zetsche, noemde hem woensdag „een ware reus”. President Trump sprak van „een van de briljantste en succesvolste managers sinds de dagen van de legendarische Henry Ford.” En de Italiaanse president Mattarella: Marchionne probeerde steeds „verder te kijken dan de horizon”.

Zijn werklust is legendarisch, en hij eiste ook veel van anderen. Toen hij in zijn begintijd bij Fiat constateerde dat een hele rij mensen achter elkaar binnenkwamen toen de deur naar de bedrijfskantine openging: „Hoe lang hebben die daar wel niet staan wachten?”

Neus op de feiten

De internationale autowereld waardeert zijn visionaire kwaliteiten en creativiteit – ook al zijn China en de elektrische auto zwakke plekken van Fiat Chrysler (FCA). In Italië, waar het parlement een minuut stilte hield toen woensdag het nieuws van zijn overlijden bekend werd, komt daar nog iets bij. Hij heeft het land met de neus op de feiten gedrukt. Globalisering vereist een andere manier van werken.

Dat bracht Marchionne tot harde ingrepen. Hij heeft een hele reeks managementlagen binnen Fiat geschrapt. Hij is ook een harde strijd aangegaan met de vakbonden. Die gaven zich niet snel gewonnen. In 2007 verzuchtte hij nog op de autosalon van Genève: „We kunnen niets doen. We zijn generaals die de gevangenen zijn van ons leger.” Maar een paar jaar later kozen de Fiat-werknemers tegen het advies van de bonden in voor de visie van Marchionne: minder goede arbeidsvoorwaarden, veel automatisering, maar geen gedwongen ontslagen.

Belangrijk daarbij is dat Marchionne de meeste fabrieken in Italië open wist te houden – in het Zuid-Italiaanse Melfi wordt nu ook de Jeep gemaakt, met meer dan 1,5 miljoen auto’s het succesvolste model van FCA. „Wij hebben onze meningsverschillen gehad, maar samen hebben we het opgenomen tegen het luie kleine Italië dat liever de fabrieken sluit dan de mouwen opstroopt”, zei de leider van de metaalbond van de vakcentrale CISL, Marco Bentivogli. Een linksere vakbond, de CGIL, prees Marchionne omdat hij „een stervend bedrijf heeft gered”.

„Marchionne heeft een belangrijke pagina van de geschiedenis van de Italiaanse industrie geschreven”, zei president Mattarella. ,,Hij heeft de wereld de capaciteiten en de creativiteit’’ van de Italiaanse industrie laten zien.

Toen Marchionne in 2004 de leiding kreeg, zat de Fiat-groep diep in de rode cijfers. „We verliezen twee miljoen euro per dag”, vertelde hij tegen journalisten. Marchionne hield grote schoonmaak binnen het bedrijf en zette zijn kaarten op een nieuwe versie van de legendarische Fiat 500, uit 1957. „Dit is onze iPod’’, zei Marchionne toen de nieuwe Cinquecento in 2007 werd gepresenteerd. De auto bleek een groot succes, Fiat kwam uit de rode cijfers.

Te klein

Marchionne realiseerde zich dat Fiat te klein was om alleen te overleven. Al in 2005 sloot hij een akkoord met General Motors, waarbij hij vooral geïnteresseerd was in Opel. Dat plan tot samenwerking mislukte. „Ik ben ervan overtuigd dat ze mij Opel niet wilde geven omdat ik Italiaan ben’’, heeft hij later gezegd. Maar hij hield er twee miljard dollar aan over toen GM het contract verbrak.

Zijn meesterzet was in 2009. In de VS stond Chrysler aan de rand van een faillissement. Na lang en moeizaam overleg met de Amerikaanse bonden en de Amerikaanse regering kreeg Marchionne het voor elkaar dat Fiat 20 procent van de aandelen Chrysler kreeg in ruil voor de technische kennis van Fiat. Twee jaar later kreeg Fiat de meerderheid in handen.

Je moet niet bang zijn groots te denken, zei hij kort daarna tegen la Repubblica. „Om een reeks historische en culturele redenen zijn wij Europeanen geconditioneerd door het verleden. Het idee dat af te sluiten om iets nieuws geboren te laten worden, boezemt ons angst in.”

De aandeelhouders waren blij met de stroomlijning van het nieuwe concern. In 2011 maakte hij de landbouw- en graafmachinepoot zelfstandig, vier jaar later volgde Ferrari. En bij een van zijn laatste publieke optredens, in juni, had hij zelfs bij uitzondering een das aangedaan, zo tevreden was hij te kunnen melden dat de Fiat Chrysler groep uit de schulden was.

Vorig maand was hij ook in Rome om de carabinieri een nieuwe Jeep aan te bieden. Marchionne hechtte daaraan. Hij is zoon van een carabiniere die, toen hij veertien was, naar Canada is geëmigreerd. In het korps carabinieri herken ik „dezelfde waarden die de basis zijn van mijn eigen opvoeding: serieusheid, eerlijkheid, plichtsgevoel, discipline en dienstbaarheid’’, zei Marchionne.

Vlak daarna ging hij voor wat omschreven is als een ingreep aan zijn schouders naar een kliniek in Zürich. Marchionne, een kettingroker, verwachtte een paar dagen weg te zijn. Maar na de operatie waren er problemen, die midden vorige week verergerden. Woensdagochtend werd bekend dat Marchionne op 66-jarige leeftijd is overleden.

Even daarna publiceerde FCA, volgens afspraak, de kwartaalcijfers. Die vielen tegen: een winstdaling van 35 procent, van 1,15 miljard euro naar 754 miljard euro. De winstverwachting voor heel 2018 is van 8,7 miljard euro bijgesteld naar 8 miljard euro; de winst wordt voor 85 procent gemaakt in Noord-Amerika. Op de beurs in Milaan daalde FCA met 10 procent. De „reus” Marchionne wordt nu al gemist.

    • Marc Leijendekker