Recensie

Afgebeten vingerkootjes, verkleed als vrouw: zo gaan geheime Israëlische moordcommando’s te werk

Israëlische geheime dienst

De Israëlische geheime diensten ruimden in de loop van Israëls bestaan veel tegenstanders uit de weg. Een Israëlische journalist wist betrokkenen te spreken over deze dodelijke missies.

Commando’s van de Israëlische elite-eenheid Shayetet 13 (flottielje 13), opgericht in 1949 en vanaf eind jaren ’70 betrokken bij vele geheime moorden. Foto Ziv Koren, uit besproken boek

Er zijn niet veel landen waarvan je de geschiedenis kunt beschrijven aan de hand van geheime moorden, gepleegd in opdracht van de regering. Maar met Israël lukt dat enigszins. Ronen Bergman (1972) bewijst het met zijn doorwrochte boek Rise and Kill First. The Secret History of Israel’s Targeted Assassinations. De Israëlische journalist sprak met betrokken Israëliërs: militairen, geheim agenten en politici. En typerend voor de toestand in de Joodse staat: soldaten worden er vaak politicus. Premiers als Begin, Shamir, Sharon, Barak en Netanyahu waren persoonlijk bij dit soort moordacties betrokken.

Lees ook: ‘Israëlische soldaten zijn grote kinderen vol twijfel en angst’

Uitvoerig vertelt Bergman bijvoorbeeld hoe de latere premier Ehud Barak commandant was van elite-unit Sayeret Matkal, waarin ook de huidige premier Netanyahu diende. In 1973 landde Barak, verkleed als vrouw, met negentien rubberboten vol commando’s op het strand van Beiroet, om drie Palestijnse terroristenleiders met machinepistolen te doden. Tot het jaar 2000 zijn er door Israël zo’n vijfhonderd geheime moordoperaties uitgevoerd, met zo’n duizend dodelijke slachtoffers, zo schat Bergman. Sinds 2000 zijn het zo’n achttienhonderd operaties.

De veiligheidsdiensten Shin Bet (binnenland), Mossad (buitenland) en Aman (militair) hebben geprobeerd Bergmans jarenlange onderzoek te dwarsbomen. Toch spraken vrijwel alle topmensen met hem: ‘In Israël is het een reden om trots te zijn. Want dit soort daden wordt collectief gezien als noodzakelijk voor de nationale veiligheid, om Israëlische levens te beschermen en zelfs om het bestaan van de staat te redden.’

Een centrale figuur in dit boek is Meir Dagan, commando, tankcommandant en later Mossad-directeur. Op zijn werkkamer hing een foto van zijn grootvader in een Pools dorpje, met lange baard en slaaplokken, doodsbang geknield voor grijnzende Duitse soldaten, vlak voor zijn executie. Dagan: ‘Wij zullen nooit meer knielen zonder voor ons leven te vechten.’ Bergman ontleende de hardvochtige titel van zijn boek aan een Talmoedtekst die dezelfde houding weergeeft: ‘Als er iemand komt om je te doden, sta op en dood hem eerst’.

Vergiftigde tandpasta

De kracht van Bergman is dat hij spannende verhalen vertelt, maar niet verhult dat het gaat om executies in opdracht van de premier, zonder bemoeienis van enige rechterlijke macht. En dat het van kwaad tot erger gaat.

Zijn lezers neemt hij mee vanaf de pionierstijd in Palestina, via de wankele jaren vijftig en zestig, waarin de staat Israël zijn leven niet zeker was, naar de machtige en steeds arrogantere jaren zeventig en tachtig, om te eindigen in het heden, waarin Israël sterker is dan ooit, maar de toekomst onzeker.

Lees ook: Wordt zij de nieuwe Israëlische premier?

De vele operaties die Bergman beschrijft zijn vaak huiveringwekkend. Hoe in 1962 zelfs de oud-SS’er Otto Skorzeny werd ingeschakeld om een Duitse raketgeleerde te vermoorden. Hoe de Palestijnse terroristenleider Wadie Haddad in 1978 uit de weg werd geruimd met vergiftigde tandpasta, waarmee hij zelfs in een Oost-Berlijns topziekenhuis trouw bleef poetsen. En hoe in 1965 een aanslag op de Letse oorlogsmisdadiger Herbert Cukurs (verantwoordelijk voor de dood van 30.000 Joden) in Uruguay bijna fout afliep. De man verdedigde zich en beet een vingerkootje af van Aharon Yariv, hoofd van de Mossad. Een ander sloeg de ‘Beul van Riga’ vervolgens met een hamer de schedel in om er de rest van zijn leven nachtmerries aan over te houden.

Het belang van Bergmans boek is dat hij het morele verval en de strategische blindheid toont. Politieke en diplomatieke oplossingen worden niet gezocht, juist omdat een goed gekozen moord een direct (terroristisch) probleem oplost. Korte-termijntactiek verhindert de lange-termijnoplossing.

In de eerste decennia waren de executies nog zorgvuldige beslissingen van de premier, samen met de veiligheidstop, waarbij de kans dat onschuldige buitenstaanders omkwamen extreem zwaar woog. In de jaren tachtig en negentig kwam daar een einde aan.

Noodzakelijke moorden

Een moreel dieptepunt was het optreden van het toenmalig hoofd van de Shin Bet, Avrum Shalom, die toevallig ter plaatse was nadat twee jonge Palestijnse buskapers na een bestorming waren gearresteerd, ten zuiden van Tel Aviv. Met de kolf van zijn pistool sloeg hij een van hen de schedel in. Op een afgelegen veldje werden ze doodgeslagen door Shin Bet-agenten. Onder leiding van Shalom zwoeren alle betrokkenen een heilige eed om alles in de doofpot te houden en de schuld op de regionale legercommandant te schuiven. Pas twee jaar later kwam de waarheid boven water.

„Het leger en de Shin Bet spraken liever van ‘intercepties’, waarvoor geen speciale toestemming van de premier meer nodig was.”

Bergman beschrijft ook uitvoerig de bijna-ondergang van de democratie in Israël toen Defensie-minister Ariël Sharon en legerleider Rafael Eitan vrijwel zonder enige ruggespraak aanvallen in Libanon lieten uitvoeren. Sharon wilde – samen met de latere Mossadleider Dagan – zelfs een voetbalstadion in Beiroet laten opblazen, waar duizenden Palestijnen bijeen zouden komen voor het 25-jarig bestaan van de PLO. Pas een dag van tevoren werd het plan gelekt naar de onderminister van Defensie, die het kabinet waarschuwde.

Tel Aviv werd van ‘gastronomische woestijn’ een culinaire hotspot. Jigal Krant schreef het kookboek TLV. Lees ook:Een beetje culinair Tel Aviv in je keuken

Het wordt er daarna niet veel beter op. Tijdens de strijd tegen de bommenmakers van Hamas begin jaren 2000 werd zelfs de term moord (‘targeted killing’) vermeden. Het leger en de Shin Bet spraken liever van ‘intercepties’, waarvoor geen speciale toestemming van de premier meer nodig was. Standaardterm voor dit soort ‘noodzakelijke moorden’ werd in veiligheidskringen het Hebreeuwse Sikul Meh’mu’kad (SIKUM), dat zoveel betekent als ‘doelgerichte voorzorgsmaatregel’. Overigens was deze ‘nauwgezette preventie’ de meest succesvolle moordcampagne van de Israëliërs. Het land was anders waarschijnlijk ten onder gegaan aan de aanslagen, schrijft Bergman.

Burgerslachtoffers werden steeds vaker op de koop toe genomen. De meest ongelofelijke actie speelt in 1982 en 1983 als de geheime diensten bedenken dat de luchtmacht een vliegtuig met PLO-leider Arafat erin – én onschuldige passagiers – kan neerhalen in een gebied boven de Middellandse Zee dat buiten radarbereik is. Sharon en Eitan vinden het een goed idee. Vijf keer stijgen Israëlische jagers op en telkens wordt de aanval gesaboteerd door hoge Israëlische luchtmachtofficieren. De radio’s van het commandocentrum worden op de verkeerde frequenties gezet, een andere keer melden ze ten onrechte dat de vliegtuigen nét te laat zijn. Er zijn vele soorten helden in Israël.

    • Hendrik Spiering