De achtbaan kraakt, piept, ratelt – precies wat ze willen

Toverland Toverland groeide in nog geen twintig jaar uit van een speelhal voor kleuters tot een pretpark met meerdere achtbanen. Een toonbeeld van het succes van attractieparken in Nederland. Raken we dan nooit pretparkmoe? „Een pretpark heeft anno 2018 een verhaal nodig.”

De Fenix, de nieuwste attractie in Toverland met karretjes naast de rails in plaats van erop, gaat drie keer over de kop. Foto Merlin Daleman

De eigenaar van Toverland kampeert deze dagen op een stoffig terrein vlak naast zijn attractiepark. Zijn luxe camper staat tegenover een in onbruik geraakte poffertjeskraam en een voormalig souvenirstalletje: het soort houten huisjes dat je ook op kerstmarkten ziet. Jean Gelissen (59) zit onder zijn luifel, strekt zijn lange bruine benen en legt zijn armen op de leuning van zijn klapstoel. Er komt een man aangelopen, die een goud blikje Leffe uit de camper pakt. „En Eric, kunnen we open?”

In Nederland zijn we nog lang niet pretparkmoe. We gaan zo’n twee keer per jaar, terwijl dat in omringende landen één keer of minder is. Het aanbod is er dan ook naar: we hebben nogal wat pretparken dichtbij de deur. Ongeveer tien daarvan ontvangen meer dan 500.000 bezoekers per jaar. De Efteling vorig jaar zelfs zo’n vijf miljoen. (Ter vergelijking: het Stedelijk Museum ontving vorig jaar 650.000 mensen.) Kenners zeggen dat Nederland de grootste pretparkendichtheid van Europa heeft.

Voor de innige relatie tussen Nederlanders en hun pretparken worden verschillende verklaringen gegeven. De over het algemeen almaar groeiende welvaart na de Tweede Wereldoorlog (in die jaren werden de eerste parken vol attracties geopend) wakkert de behoefte om te recreëren aan. Bovendien verstrekken gemeenten regelmatig subsidie aan pretparken omdat die gezien worden als lokkertje voor mensen van buitenaf. Zo ontstond in 1952 bijvoorbeeld het door Anton Pieck ontworpen Sprookjesbos in Kaatsheuvel, nu bekend als de Efteling. Toverland – tot vorig jaar goed voor 700.000 bezoekers per jaar – werd in 2001 binnengehengeld door de burgemeester van het Limburgse Sevenum, toen die hoorde dat Jean Gelissen op zoek was naar land.

„Nu ga ik een pintje drinken”, zegt timmerman en familievriend Eric Krux (54).

Hij heeft de laatste lelijke tiewraps uit het zicht geknipt en nog wat stekkerdozen ingegraven. „Ik kan nog wel uren rondlopen en dan zie ik weer dingen die moeten gebeuren.”

Daar is geen tijd meer voor, vanavond is de officiële opening van twee nieuwe ‘werelden’. Port Laguna en Avalon, met als huzarenstuk een stalen achtbaan waarvan de karretjes niet óver maar náást de baan glijden. Fenix gaat drie keer over de kop. Er is ook een ‘darkride’ in het nieuwe gedeelte van een park: Merlin’s Quest, waarin de bezoekers in een bootje meekijken bij de zoektocht naar de bron van het eeuwige leven. Een darkride is een pronkstuk voor een pretpark, de attractie is overdekt en de bezoeker wordt erin rondgeleid, wat voor veel bouwtechnische uitdagingen zorgt.

Toverland is anderhalf keer zo groot geworden. Dat is ongekend in de moderne Nederlandse pretparkenwereld, zegt Wessel Wit (28), de hoofdredacteur van Looopings.nl, een website die geheel gewijd is aan pretparknieuws.

In nog geen twintig jaar groeide Toverland uit van speelhal voor kinderen van de basisschool – met mascotte Toos Toverhoed – tot een park voor het hele gezin met meerdere achtbanen. Kenners verwachten dat het park op den duur gaat concurreren met de Efteling.

Een verhaal nodig

Jean Gelissen neemt een slok water. „Bij ons kom je binnen en je denkt: wacht eens even, ik zit in de Méditerranée. Helemaal weg. Je hebt in deze hectische wereld sneller behoefte aan rust.’’

Een pretpark heeft anno 2018 een verhaal nodig, een thema, zegt Wessel Wit. Het gaat niet meer alleen om de attracties, maar ook om de samenhang ertussen; in Toverland is dat magie. De bezoeker wil – zo blijkt uit onderzoeken – tussen de attracties in niet uit de betovering van het uitje worden gehaald. „Daarom is Walibi ook niet meer zo populair als het ooit is geweest”, zegt Wessel Wit even later tijdens het openingsfeest van Toverland. „Zij hebben maar geen verhaal. Dat kan niet meer.” Walibi geeft geen bezoekerscijfers.

In de rij voor een achtbaan stonden vroeger alleen maar bordjes met de wachttijd, zegt Wit. „Nu is het de plek om de bezoeker het verhaal in te trekken. Dat zie je ook in Fenix, de nieuwe achtbaan van Toverland, waarin Merlijn de Tovenaar wachtende bezoekers via een 3D-animatie opwarmt voor de rit. „Het is hier een fotogenieke boel geworden”, zegt hij tijdens de opening van Toverland, aan een tafeltje dat uitkijkt op Fenix. „Kijk! De CEO van de Efteling.” Hij vaart voorbij in een van de Merlin’s Quest-bootjes. „Die komt de concurrent beoordelen.”

Foto Merlin Daleman
Foto Merlin Daleman

Toverland-ontwerper Peter van Holsteijn (35) stond vannacht nog tot aan zijn oksels in datzelfde water, computer in zijn rechterhand, om ervoor te zorgen dat de lampjes bij de poppen in de ‘grot’ op tijd aan gaan. „Ik zag net nog dat de vliegende boeken beter moeten worden uitgelicht.” Bezoekers mogen niet worden afgeleid door de techniek. Het mag er bovendien niet nieuw uitzien. „Je moet het gevoel hebben dat er veel aan vooraf is gegaan. Je stapt in op een pagina uit een boek.”

Volgens Hans van Leeuwen, die onderzoek doet naar pretparken, willen we in steeds kortere tijd in een compleet andere wereld terechtkomen. „We blijven tijdens vakanties minder vaak twee, drie weken op dezelfde plek. We gaan drie of vier keer per jaar kort met vakantie. Dan willen we alles – plezier, eten, drinken – op één plaats.” Een pretpark wordt steeds meer een vakantiepark, zegt hij. Na de opening gaat Gelissen om die reden door met het ontwikkelen van een themahotel.

Overdekt en er moet een achtbaan in

Toverland begon met een regenbui. Gelissen was van timmerman opgeklommen naar bestuursvoorzitter van zijn eigen bedrijf, waarmee hij plafonds in bedrijfspanden installeerde. Soms moest hij wel een halve ton investeren in materiaal, die hij pas na maanden weer uitbetaald kreeg. „Ik wilde ook nog een boter-bij-de-vis-bedrijf; dat er meteen zou worden afgerekend.”

Het echtpaar Gelissen liep met dochter en zoon op een zondagmiddag door het Steinerbos, een recreatiepark met een zwembad en speeltuinen. „Om een uur of vier begon het te regenen. Hup, daar gingen de klanten. Toen had ik het. Een overdekt pretpark maken en er moet een achtbaan in. Zo is het gegaan.’’

De eerste investering was 19 miljoen gulden, zegt Gelissen. Een groot deel daarvan was eigen vermogen – de plafondbusiness was nogal lucratief geweest.

Jean Gelissen: „Ik heb mijn zus Caroline gebeld, die les gaf op een basisschool. Doe je mee? Zij is haar kinderen gaan interviewen: stel we gaan een pretpark bouwen, wat moet er dan in? Daarna gingen we samen over de wereld, pretparken bezoeken.” Caroline Kortooms is nu algemeen directeur van het pretpark. Gelissens dochter doet de inkoop voor de winkels, en Kortooms dochter bepaalt de muziek van het park. Werknemers bedachten de nieuwste Toverland-slogan: Discover your own magic.

De charme van hout

Troy is de snelste, de hoogste en de langste houten achtbaan van de Benelux. Troy kraakt en piept en rammelt en ratelt als de karretjes naar boven worden gehesen: dat vinden liefhebbers precies de charme van zo’n houten constructie (in plaats van de gebruikelijkere stalen variant). Jean Gelissen ís Troy, zeggen de medewerkers van Attractiepark Toverland – soms noemen ze hem zelfs zo.

Een paar jaar na de opening van de eerste speelhal in 2001, besefte Gelissen dat hij om een ouder publiek te trekken een knaller van een achtbaan nodig had. Volgens kenners een gewaagde stap. Zouden die oudere mensen wel komen, voor alleen dat dure houten gevaarte? Het bezoekersaantal stagneerde twee jaar na de opening van Troy, maar trok geleidelijk aan toen er buiten meer spannende attracties kwamen.

Jean Gelissen: „We hebben het thema toveren heel goed geclaimd, vind ik. Omdat we ons met Troy ook gingen richten op jongeren, dachten we even dat toveren te kinderachtig zou zijn. Maar toen werd Harry Potter zelfs bij volwassenen populair.” Even dachten Gelissen en zijn vrouw nog aan het thema droomland.

Gelissen: „Maar dat was al de naam van een beddenfabrikant in België.”

    • Kim Bos