Staat niet aansprakelijk voor dood van treinkapers

De Punt

Een verzoek van de nabestaanden om meer getuigen op te roepen, onder wie oud-premier Van Agt, werd afgewezen.

Tijdens de kaping bij De Punt, zondag 30 mei 1977. Foto ANP

De Nederlandse staat is niet aansprakelijk voor de dood van twee Molukse treinkapers bij De Punt in 1977. Dat heeft de rechtbank in Den Haag deze woensdagochtend besloten. Het geweld dat destijds werd ingezet tegen de gijzelaars was niet onrechtmatig.

De zaak tegen de staat werd in 2015 aangespannen door nabestaanden van twee bij de bevrijding omgekomen Molukse treinkapers, Hansina Uktolseja en Max Papilaja. De nabestaanden stelden dat Uktolseja en Papilaja zijn gedood terwijl zij duidelijk geen gevaar meer vormden. Verder betoogden zij dat de mariniers een heimelijk bevel hebben gekregen om alle kapers te doden bij de bevrijdingsactie. Hun advocaat Liesbeth Zegveld wilde meer getuigen oproepen, om erachter te komen of dit inderdaad het geval was. Dit verzoek werd woensdag door de rechtbank van de hand gewezen. De nabestaanden hebben hun stelling van een heimelijk bevel „onvoldoende onderbouwd”, aldus de rechter.

Bij de kwestie van het handelen van de mariniers spelen twee zaken: de vraag of Papilaja en Uktolseja inderdaad van dichtbij zijn doodgeschoten en de vraag of voor de mariniers duidelijk was dat zij geen gevaar meer vormden. In het geval van Papilaja is niet vastgesteld of het schot inderdaad van dichtbij kwam.

Verder was voor marinier 5B, de man die mogelijk het dodelijke schot loste, niet duidelijk dat Papilaja geen gevaar meer vormde, aldus de rechter. De militair zag iemand onder een deken liggen in een schemerige coupé en besloot in een „split second” te schieten. Volgens de rechter was het besluit van de marinier om te schieten onjuist, maar kon hij op dat moment door de omstandigheden geen goede inschatting maken.

Voor Uktolseja’s dood volgde de rechter een identieke redenering. Marinier 2D, die haar vermoedelijk doodschoot, verkeerde volgens de rechter „in de onjuiste, maar oprechte en verschoonbare veronderstelling dat geweld geboden was”. Ook hier was het schemerig, en Uktolseja lag in een donkere hoek. Vanwege de gewelddadige en dreigende context tijdens de bevrijdingsactie was het volgens de rechtbank gerechtvaardigd dat mariniers besloten Uktolseja te beschieten.

Advocaat Zegveld noemde het vonnis na afloop een „vrijbrief om te doden”. Dat de schoten „in the heat of the moment” werden gelost, zoals de rechter betoogde, vindt ze geen steekhoudend argument. Daarmee zegt de staat volgens haar: „Doe gewoon je ding, door ons word je niet lastiggevallen.” Deze zaak noemt ze „klaar voor hoger beroep”.

Correctie (25 juli, 30 juli 2018): In een eerdere versie van dit bericht was de achternaam van Hansina Uktolseja foutief geschreven als Utkolseja. Dat is hierboven aangepast.

    • Floor Rusman