Staat niet aansprakelijk voor dood treinkapers De Punt

Een verzoek van de nabestaanden van de kapers om meer getuigen op te roepen, onder wie oud-premier Dries van Agt, werd van de hand gewezen.

De gekaapte trein bij De Punt in 1977. Foto ANP

De Nederlandse staat is niet aansprakelijk voor de dood van de Molukse treinkapers bij de Punt in 1977. Dat heeft de rechtbank in Den Haag woensdagochtend besloten. Het geweld dat destijds werd ingezet tegen de gijzelnemers was niet onrechtmatig.

De zaak tegen de staat werd in 2015 aangespannen door nabestaanden van twee bij de bevrijding omgekomen Molukse treinkapers, Hansina Uktolseja en Max Papilaja. Hun advocaat Liesbeth Zegveld wilde meer getuigen oproepen, om erachter te komen of de mariniers een heimelijk bevel hadden gekregen om alle kapers te doden bij de bevrijdingsactie. Zij wilde daarvoor onder meer oud-premier Dries van Agt en enkele commandanten ondervragen.

Lees ook: Marinier: ‘Zaak om Molukse treinkaping is een aanfluiting’

Dat verzoek werd woensdag door de rechtbank van de hand gewezen. De rechter ging mee in de these van de landsadvocaten dat van een dergelijk bevel geen sprake was. De rechtbank gelooft niet dat de verklaringen van de eerder gehoorde mariniers ongeloofwaardig zijn of op elkaar afgestemd zouden zijn, zoals door de nabestaanden was betoogd. De nabestaanden zouden hun stelling van een heimelijk bevel “onvoldoende hebben onderbouwd”, aldus de rechter.

Executie

Dan nog is er sprake van een strafbaar feit, stelde Zegveld eerder. Volgens haar blijkt uit autopsieverslagen en bandopnamen dat de twee kapers wier nabestaanden zij vertegenwoordigt van dichtbij geëxecuteerd zijn door de mariniers. De landsadvocaten ontkennen dit. De rechter ging hier woensdag in mee. Volgens hem heeft een marinier wel op Papilaja geschoten, maar staat niet vast dat hij het dodelijke schot heeft gelost.

Lees ook: Was het een executie of noodzakelijk en proportioneel geweld?

De nabestaanden stelden dat helemaal niet op Papilaja geschoten had mogen worden, omdat hij te gewond was om nog een gevaar te vormen. Hij lag onder een deken en had volgens protocol gearresteerd moeten worden. Een marinier kon echter niet vaststellen of Papilaja een gevaar vormde, omdat de coupé schemerig was en de militair een beweging onder de deken zag. De marinier had in het heetst van de strijd geen tijd om te kijken of de beweging betekende dat er een wapen getrokken werd, wat niet het geval was. Volgens de rechter was het besluit van de marinier om te schieten onjuist, maar kon hij op dat moment door de omstandigheden die inschatting niet maken.

Over Uktolseja zeiden nabestaanden ook dat zij gewond en ongewapend was. De vrouw zou alleen in een broekje en shirt gekleed zijn, maar was nog wel ter been. Door de schemer en het slechte zicht in de trein konden mariniers dit echter niet zien. Vanwege de gewelddadige en dreigende context tijdens de bevrijdingsactie was het volgens de rechtbank gerechtvaardigd dat mariniers besloten Uktolseja te beschieten. De rechtbank achtte niet bewezen dat zij van dichtbij geëxecuteerd is.

De rechter bepaalde tot slot dat de nabestaanden niet de kosten van de gehele rechtszaak hoeven te betalen, zoals normaal vaak wel het geval is. Beide partijen betalen slechts hun eigen kosten. De belangstelling voor het eindoordeel was woensdag zo groot dat een aparte zaal moest worden ingericht waarop de uitspraak per video gevolgd kon worden om iedereen een zitplaats te kunnen geven.

Lees ook: Kabinet overwoog drastisch eind aan kaping bij De Punt

De Punt

In 1977 kaapten negen Molukse activisten een intercity tussen Assen en Groningen ter hoogte van het dorp De Punt. Zij streden voor een onafhankelijke Zuid-Molukse staat. De kapers lieten na het trekken aan de noodrem veertig inzittenden gaan en hielden de overige 54 bijna drie weken lang gegijzeld. Tegelijkertijd werd een basisschool gegijzeld in Bovensmilde. Daar gaven de gijzelnemers zich over nadat de school door pantserwagens was aangevallen.

De treinkaping werd na mislukte onderhandelingen beëindigd met een beschieting door antiterreureenheden, waarna mariniers met dekking van de luchtmacht de trein bestormden. Daarbij kwamen negen kapers en twee gegijzelden om het leven. De drie overlevende gijzelnemers kregen eerder celstraffen van zes tot negen jaar opgelegd.

Correctie: in een eerdere versie van dit bericht stond de naam van een van de nabestaanden gespeld als Hansinsa Utkolseja. Dat is onjuist en hierboven aangepast.

    • Casper van der Veen