Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Respect

Ik zat op een terras aan de Zaan op gebeurtenissen te wachten. In Amsterdam kwam ik dan nog weleens iemand tegen, maar hier was ik de enige. Nee, ze hadden er geen kranten, al jaren niet. De ober, een jongen van een jaar of zeventien in een wit T-shirt met daarop een zilveren schakelketting, was de beroerdste niet en ging binnen even voor me kijken.

„Kijk,” zei hij terwijl hij Het Financieele Dagblad van zaterdag omhooghield, „ik heb dus dit. Het lag in de mand.”

Er viel een magazine uit, hij raapte het op.

„Mijn baas wil van die rotzooi af”, zei de ober, „want het blijft maar komen. Je mag het dus ook mee naar huis nemen.”

Ik bestelde een dubbele espresso en een glas water en las het verhaal ‘Flirten bij de printer’ over liefdespartners die elkaar vonden op het werk. Omdat de vriendin en ik elkaar ook leerden kennen op een printer overwoog ik even om het tijdschrift daadwerkelijk mee te nemen.

De ober weer.

Hij zei het maar eerlijk: hij moest van de baas om de zoveel tijd altijd even informeren of gasten eventueel nog genegen waren tot het bestellen van nog een consumptie.

„Doe maar een cola”, zei ik.

De ober: „Dat drink ik persoonlijk nooit, ook niet als ik dorst heb.”

Hij voegde eraan toe dat hij verder wel fan was van de hitte.

„Dan verbrand je nog meer vet. Iedereen klaagt over de warmte, maar ik zweet dus nooit, dat is gewoon zo.”

Misschien kwam het door zijn levensstijl, dacht hij hardop, hij dronk alleen maar water en shakes en at tussendoor zo veel mogelijk bananen. Hij wees naar het schitterend gerenoveerde pakhuis achter ons. Daar zat zijn sportschool, zijn trainer had nog meegedaan aan De Sterkste Man van Nederland. Hij had het over spieropbouw en massa kweken. Hij zag altijd direct welke jongens daar ook serieus mee bezig waren, ook als ze een trui of sweater droegen.

„En dan knik je, uit respect.”

We waren wel uitgepraat, maar opeens was er een stampend geluid dat langzaam dichterbij kwam.

Zijn baas kwam naar buiten.

„Zijn ze weer, pik. We gaan draaien.”

Een paar honderd Chinese toeristen draaiden de brug op, het asfalt dampte onder hun voeten.

„Ze komen van een of andere boot”, zei de ober. „Gisteren ook al. Ze zijn bij de molens geweest.”

Bij het wegfietsen passeerde ik de Chinezen.

Ze knikten naar me, uit respect denk ik.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

    • Marcel van Roosmalen