Recensie

Onconventionele en scherpe ‘Aida’ in Spanga

Aida

In de recente bewerking van Verdi’s ‘Aida’ door Opera Spanga zien we een woelige zee vol oorlogsvaartuigen, en zelfs vluchtelingen in rubberbootjes.

Sopraan Maribeth Diggle als Aida in de gelijkname Verdi-opera in Spanga. Dinand van der Wal

Woestijnzand met oprukkende legers verandert in een woelige zee vol oorlogsvaartuigen, zelfs met vluchtelingen in rubberbootjes: de opera Aida (1871) van Giuseppe Verdi, uitgevoerd door Opera Spanga, breekt met elke conventie, zoals dat sinds 1989 de traditie is van regisseur Corina van Eijk. Eerder, in 2001, bracht zij Verdi’s meesterwerk tegen het decor van schokkende beelden uit de Golfoorlog. Hiermee was ze zo ver verwijderd van het origineel, dat het gemengde tot zeer negatieve reacties opriep.

De nieuwe Aida is minder extreem. Tijdens de ouverture, opmerkelijk zacht en intiem gebracht door Filharmonie Noord met Tjalling Wijnstra als dirigent, krijgen we de essentie te zien, als videobeeld: de Ethiopische Aida wordt als oorlogsbuit geschaakt door het vijandige Egypte. Hier, aan het hof, raakt zij als slavin verwikkeld in een drama: de Egyptische bevelhebber Radames is hevig verliefd op Aida. Als daar niet de jaloerse koningsdochter Amneris zou zijn, was het liefdespad vrij geweest. Zo is het niet.

Opnames in Malta

Net zoals in eerdere voorstellingen van Opera Spanga vormt het reusachtige achtergronddoek een virtuele wereld en vindt de echte handeling plaats op het toneel. Omdat de voorstelling is gemaakt in samenwerking met Valletta in Malta, de culturele zusterstad van Leeuwarden, zijn tal van massa-scènes ginds opgenomen, onder meer die met de priesters. Maar als er Malta is, dan is er ook Nederland, moet Van Eijk gedacht hebben, dus stuurt ze de machtsbeluste gluiperd Ramfis naar de rosse buurt.

Meteen in de eerste scène zet de regie het klassieke driehoeksdrama op scherp. Schitterend is mezzosopraan Eva Kroon die ontdekt dat haar grote liefde Radames (tenor Tao Tong) heimelijk verliefd is op Aida, sopraan Maribeth Diggle. De veldheer gaat gekleed als een hedendaagse zeekapitein in smetteloos wit kostuum. Hij trekt ten strijde tegen Aida’s vader. Daarom klinkt haar aria ‘Ritorna vincitor!’, (‘Keer terug als overwinnaar!’) zo wanhopig: kiest ze voor haar vader dan wenst ze haar geliefde dood. Dit vormt een mooi contrast tot ‘Celeste Aida’ (‘Hemelse Aida’) waarmee Radames zijn liefde betuigt. Hedendaagse oorlogstonelen in het Midden-Oosten woeden op de achtergrond en bereiken, via televisie, de paleiselijke vertrekken. Maar naar believen zappen de legeraanvoerders met afstandsbediening de gruwelen weg. Gewaagd is de jaloezie-scène tussen Aida en Amneris , waarin Amneris aan haar rivale haar lichaam toont. Ze is geschapen om begeerd te worden.

Boegeroep na première

Na afloop van de première was er boe-geroep, en dat is deels begrijpelijk. Van Eijks opera-fantasie en de drang alles naar haar hand te zetten, gaat soms te ver en de vloed van beelden is niet altijd te doorgronden. De titelrol van Diggle is beslist niet klassiek geschoold, eerder jazz-achtig met schrille uithalen. De mezzo van Kroon belijdt haar jaloezie verzengend. Daarom is het slotbeeld sterk: veldheer Radames wordt wegens verraad opgesloten in een tombe. Daar treft hij Aida. Zij wil sterven in zijn armen en, oh wonder, Amneris voegt zich bij hen. Zo biedt deze Aida uiteindelijk een aangrijpende drievoudige liefdesdood, etherisch vertolkt door zacht verglijdende muziek en innige zangers.

    • Kester Freriks