Merendeel ministeries scoort lager dan gemiddeld op diversiteit

De discussie over diversiteit op ministeries ontstond na een brief aan minister Blok, waarin zijn ambtenaren hem vroegen om hier meer aan te doen.

Foto Lex van Lieshout / ANP

Het merendeel van de ministeries had in 2017 minder werknemers met een niet-westerse achtergrond in dienst dan het aandeel in de Nederlandse beroepsbevolking. Dat blijkt woensdag uit cijfers van de Rijksoverheid die de NOS heeft opgevraagd. Bij de vergelijking werd geen rekening gehouden met opleidingsverschillen.

Voor de gehele Nederlandse beroepsbevolking ligt het gemiddelde op 11 procent, zo blijkt uit cijfers van het CBS. Alleen bij de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (23,8 procent), Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (13,8 procent) en Justitie en Veiligheid (11,9 procent) bestaat meer dan 11 procent van het personeelsbestand uit werknemers met een niet-westerse achtergrond.

Lees ook: ambtenaren willen met Blok in gesprek over diversiteit

De discussie over diversiteit binnen de ministeries ontstond vorige week na een brief van ambtenaren van het ministerie van Buitenlandse Zaken aan minister Stef Blok (VVD). Daarin wordt opgeroepen om meer te doen om het aantal werknemers met een niet-westerse achtergrond op het ministerie te verhogen. Buitenlandse Zaken zit van de ministeries met 9,4 procent in de middenmoot, maar nog steeds onder het landelijk gemiddelde.

Schoonmakers in dienst

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid scoort met 23,8 procent verreweg het hoogst als het gaat om werknemers met een niet-westerse achtergrond. Wel geven de cijfers van diversiteit bij het ministerie een vertekend beeld: de uitschieter wordt veroorzaakt doordat het ministerie in 2016 zijn schoonmakers in dienst nam, zo meldt de NOS. Daardoor is de diversiteit groter in de lagere loonschalen bij het ministerie.

Het gemiddelde aantal werknemers met een niet-westerse achtergrond bij de Rijksoverheid ligt op 10,3 procent. Onder de Rijksoverheid vallen naast de ministeries ook alle ambtenaren van de landelijke overheid. Onder de ministeries van scoort Infrastructuur en Waterstaat (6,6 procent) het slechtst, gevolgd door Cultuur en Wetenschap (7,1 procent) en Algemene Zaken (7,2 procent).

Minister Blok raakte vorige week in opspraak na uitspraken die hij deed bij een besloten bijeenkomst. De minister zei dat hij geen land wist waar “etnische groepen vreedzaam met elkaar samenleven”. Ook noemde hij Suriname een “failed state“. Blok bood zijn excuses aan, maar kon op weinig begrip rekenen van de Surinaamse regering.

    • Sjoerd Klumpenaar