Foto Merlijn Doomernik

‘Kamagurka lacht om de ernst van kunst’

Interview

Voor het eerst krijgt Kamagurka (62) een grote overzichtsexpositie met aandacht voor zijn cartoons en schilderijen. De makers van ‘Kamagurkistan. Voorbij de grenzen van de ernst’ vertellen over het hoe en waarom.

Nooit eerder dook een museum zo serieus in het veelzijdige werk van de Vlaamse cartoonist en kunstenaar Kamagurka als Het Noordbrabants Museum in Den Bosch. Op zaterdag 28 juli opent daar een expositie met een uitgebreid overzicht van zijn strips, cartoons, schilderijen, sculpturen en tv-werk, uit ruim 50 jaar. De titel van het overzicht luidt Kamagurkistan. Voorbij de grenzen van de ernst.

Bassie en Mondriaan (2008, mixed media op doek, 160 x 160 cm). Kamagurka

De eerste strip die Luc Zeebroek (Nieuwpoort, 1956) ofwel Kamagurka als 12-jarige publiceerde in stripblad Robbedoes is er te zien. Net als zijn eerste tekening uit 1979 in NRC en werk uit bladen als Humo en Hara Kiri. De geboorte van stripfiguren als Bert Vanderslagmulders, Cowboy Henk (met Herr Seele) zijn er. Ook Kamagurka’s recente schilderijen, waarin hij de schilderkunstige avant-garde verder brengt, zoals Bassie en Mondriaan. En een religieus schilderij, zoals dat van het bijbelse personage Job, die door de duivel met zweren bedekt wordt, en zich krabt met een potscherf. Actuele cartoons worden dagelijks geprint door Kamagurka’s speciaal voor deze expositie ontworpen robot, de Kamabot.

Tussen 2008 en 2010 maakte NRC samen met Kamagurka de webserie ‘Kamatube’. In deze aflevering werkt hij aan ‘Bassie en Mondriaan’:

Tegelijk met de expositie verschijnt een boek waarin het kunstzinnige surreële en absurde universum van Kamagurka geduid wordt, met dezelfde titel als de expositie. De surreële, absurde en zwarte humor waarvan Kama zich bedient, en de vele kunsthistorische verwijzingen die hij gebruikt, worden daarin geduid.

Auteur van die studie annex catalogus (verschenen bij Waanders) is kunsthistoricus Kim Ouweleen, die op Kamagurka afstudeerde aan de Universiteit van Amsterdam. Samen met curator Joris Westerink van Het Noordbrabants Museum werkte hij een jaar aan het samenstellen van de expositie.

Waarom een grote Kamagurka-tentoonstelling?

Joris Westerink: „In het jaar dat we de grote Jheronimus Bosch-tentoonstelling in ons museum hadden, in 2016, kregen we te horen dat Kim werkte aan een uitgebreide studie naar Kamagurka en zijn surreële, absurde cartoons en schilderijen. Het leek ons een goed idee om bij het verschijnen van dat boek een serieus overzicht van zijn werk in ons museum te brengen als zomerexpositie.”

Als absurd cartoonist wordt Kamagurka breed gewaardeerd. Maar in ernstige kunstkringen lijken ze hem als beeldend kunstenaar niet zo serieus te nemen. Jullie doen wat wel. Waarom?

Kim Ouweleen: „Humor in de kunst wordt ondergewaardeerd. Kamagurka’s oeuvre wordt getypeerd door zijn overvloedige gebruik van humor. Hij pleit in zijn werk ervoor dat humor weldegelijk een terecht onderdeel van een kunstwerk is. Het voegt een extra laag toe, het is een kwaliteit. Zijn schilderkunst raakt aan stromingen als Cobra, dada en het surrealisme. Hij gebruikt daar elementen van en gaat daarmee verder. Hij zoekt voortdurend grenzen op, hij stelt vragen in zijn kunst. Zijn absurdistische houding en observaties van de wereld lijken op die van Magritte. Kamagurka zoomt in op zaken die wij voor normaal houden, abstraheert ze, haalt ze uit hun context. Via zijn blik laat hij ons de wereld herwaarderen. Hij is in zijn werk anti-autoritair, rebels. Hij gaat in tegen het idee dat de dingen ‘zijn zoals ze zijn’. Hij laat met veel humor het menselijk tekort zien, hij toont dat we op onze eigen manier allemaal heel vreemd zijn.”

Kamatube: Drummen met vogels

Daarmee zijn we over de grens van de ernst en in Kamagurkistan?

Joris Westerink: „Ja, je moet ook een grens over om de drie expositiezalen met het overzicht te betreden: er staat een grenspaal en je kan een visumstempel halen. Ik kende aanvankelijk vooral het grafische werk van Kamagurka, zijn cartoons en strips. We wilden zijn tekenwerk en ook zijn schilderkunst goed gedocumenteerd brengen. Kim en ik hebben in Kamagurka’s atelier uren in bananendozen tekeningen en strips zitten uitzoeken. We laten ook de verschillende kunststromingen zien die Kamagurka begonnen is, zoals de per ongeluk goed gelijkende portretten, het Accidentalisme, en de spiegelei-reeksschilderijen. Ik heb schilderijen uitgezocht die eenzelfde esthetische kwaliteit hebben als zijn tekeningen, die grafisch heel krachtig, snel en raak kunnen zijn.”

Toch is er naast schilderkunst ook veel historisch cartoon- en stripwerk te zien, zoals een strip die Kamagurka samen met Frank Zappa heeft gemaakt.

Kim Ouweleen: „We willen een goed gedocumenteerd overzicht geven van Kamagurka als veelzijdig kunstenaar. Dat is nog nooit eerder gedaan. Dan moet je het tekenwerk, waarmee alles begonnen is goed laten zien. Maar ook zijn schilderkunst. Aanvankelijk moest Kamagurka weinig hebben van kunst met een grote K, van de statigheid, het mysterie en de ernst die daaromheen hangt. Kunst interesseert hem, prikkelt hem, maar van het prestigieuze en pretentieuze van kunst wordt hij onrustig. Hij voelde zich in de eerste plaats tekenaar, vakman. Hij schilderde ook wel eens. In 1991, op zijn 35ste, had hij zijn eerste schilderijententoonstelling in galerie Coppens in Brussel. Maar pas in 2002 wordt het serieus, als Rudi Fuchs hem vraagt in het Stedelijk Museum Amsterdam een expositie, Tour de Trance, te maken. Je ziet in met name zijn vroege schilderijen dat hij worstelt met de vraag: ben ik nou een kunstenaar? Wat is kunst? Wie is het publiek? Wat is de rol van de kunstenaar? Doordat hij in 2008 door een samenwerking met de zakenman Marc Coucke een jaar lang elke dag een schilderij kan maken, vindt hij zijn rol als schilder, die ook de ernst die rond de kunst hangt doorbreekt en onderdeel maakt van zijn schilderijen.”

De slotaflevering van Kamatube (2-10-2010):

    • Paul Steenhuis