Introverte en dromerige kunst in de oude huizen van Watou

Kunstenfestival

In het Vlaamse dorp Watou wordt al bijna veertig jaar poëzie gecombineerd met beeldende kunst. Deze zomer draait het op de tentoonstelling, die zich afspeelt in oude huizen en boerenschuren, om verlangen en troost.

Vajiko Chachkhiani, Living Dog Among Dead Lions Foto Erick Slobbe

Ja, zo klonk regen! Dikke druppels vallen uit het lekkende dak, in de teilen die op de veranda staan. Plassen vormen zich rond de meubels in het houten huis dat de Georgische kunstenaar Vajiko Chachkhiani bouwde voor het Kunstenfestival in het Belgische dorp Watou. Het is een geluid dat je onmiddellijk melancholisch stemt. Want wat kan een mens verlangen naar een lekkere plensbui als het al twee maanden niet geregend heeft.

Buiten, op de stoffige akkers van de Vlaamse Westhoek, wordt het stro van het land gehaald. Maar hier, in de oude boerenschuur van de Douviehoeve, komt het met bakken uit de hemel. In de ruimte naast het lekkende huis draait een video van de Belgische kunstenaar Hans Op de Beeck die al net zo weemoedig maakt. Daarin klinkt een dreigend onweer, en zien we slagregens in het gele licht van een eenzame lantarenpaal op een verlaten viaduct. Een mager meisje scharrelt er rond in een mistig, apocalyptisch landschap, alsof ze na een verwoestende zondvloed het laatste wezen op aarde is.

Hans Op de Beeck, The Girl, 2017

Foto Erick Slobbe

Al bijna veertig jaar dient Watou – een guitig dorp met een vierkant plein, een kerk, twee slagers, twee brouwerijen en talloze kroegen – als het decor voor een zomers kunstfestival. Beeldende kunst en dichtkunst worden er naast elkaar getoond in leegstaande huizen, varkenskotten en graanschuren, met soms prachtige combinaties als resultaat. Naast het lekkende huis van Chachkhiani, dat onherroepelijk ten prooi zal vallen aan het vocht, hangen toepasselijke regels uit het gedicht ‘Weer het huis op het plein’ van Moya De Feyter: ‘Je kunt een huis tekenen/ daarna de muren weggommen/ het zal nog steeds een huis zijn/ in het echt moet je dat niet proberen.’

Greet Desal, The Private Party, 2017
Foto Erick Slobbe
Greet Desal, The Private Party, 2017
Foto Erick Slobbe

Introvert en dromerig

‘Over het verlangen en de troost’, zo luidt dit jaar het thema van de manifestatie. Deze 38ste editie is daardoor een wat introverte, dromerige editie geworden, vol in zichzelf gekeerde en getormenteerde mensfiguren. Ze verlangen ernaar om te vliegen (de Belg Panamarenko toont een soort vooroorlogse paraglider), te slapen (de Israëlische Nelly Agassi bouwde een bed waar een heel elftal in past) of ze dromen over een mooiere wereld, voorbij de regenboog (het werk Somewhere van de Duitser Franz Schmidt). Mierzoet is het soms, op het kitscherige af, maar ook vaak prettig toegankelijk.

Wie vorig jaar de Biënnale van Venetië bezocht, zal in Watou veel herkennen. Het lekkende huis was daar al te zien, net als de muur van wol die de Amerikaanse Sheila Hicks ernaast bouwde. Ook de aandoenlijke video The Snow Monkeys of Texas, over Japanse makaken die in Texas een bergje sneeuw cadeau krijgen, was een hit op de biënnale. Het voelt wat tweedehands om die spektakelstukken hier nu weer te zien. Tegelijkertijd is het een wonder dat het Kunstenfestival, dat vorig jaar zijn structurele subsidie kwijtraakte, nog steeds bestaat en toch weer grote namen heeft weten te trekken. Voor nieuw werk zal weinig geld zijn geweest.

Installatie van Geertje Vangenechten. Foto Erick Slobbe

Afgebladderd behang

De Belgische Geertje Vangenechten is een van de weinige kunstenaars die ter plekke aan het werk ging, met een aangrijpende installatie als resultaat. Op het afgebladderde behang van een vervallen huis liet ze haar gedachtekronkels de vrije loop. Het is een luguber kamertje geworden, vol voodoo-achtige figuren, dode vogels en graffiti-achtige tekeningen, waar de muffe geur van generaties vocht alleen maar bijdraagt aan de spookhuiservaring. Hier duiken we pas echt in de krochten van de geest. In kapitalen kalkte Vangenechten haar hartenkreten neer, die in deze context klinken als dichtregels: ‘De borsten van onze moeder zijn leeg/ We hebben veel te gulzig gedronken/ Hebben mekaar vertrapt en opzij geduwd om ons te kunnen laven/ En nu gaan we dood/ Gaan we sterven van de dorst.’

    • Sandra Smallenburg