Opinie

    • Joyce Roodnat

Hoe kon Alida zo kwijt raken?

Joyce Roodnat Joyce Roodnat houdt van de expressionistische eigenheimers die zich de Ploeg noemden. Hoe kan het dan dat ze nog nooit van Alida Pott had gehoord? Terwijl Potts werk een kwaliteit had waar haar Ploegvrienden een puntje aan konden zuigen.

Alida Pott: Hilda Idema, collage (1923-24). Beeld uit ‘Aangeraakt door een nieuw licht’. Foto uitg. De kleine uil

Het is zo ver. Alida Pott (1888-1931) mag meedoen met De Ploeg. Beter laat dan nooit. Ze hoorde bij die unieke groep vroeg-20ste-eeuwse Groninger schilders, wat heet, ze was zelfs hun voorzitster, ze ontwierp hun logo. En ze schilderde geweldig, dat vond iedereen toen. Maar wij weten dat niet meer.

Verzint het Groninger Museum weer eens een aanleiding om de Ploegschilders te laten zien, dan ga ik altijd kijken, want ik houd van die expressionistische eigenheimers. Vooral van Johan Dijkstra, met zijn oranje korenvelden en zijn puntige, paarse boerenpaarden. Op zijn ezel werd een koffiehuis in Groningen wuft als een Parijs’ café.

Alida Pott: Dame met rode hoed (ongedateerd). Beeld uit ‘Aangeraakt door een nieuw licht’. Foto uitg. De kleine uil

Maar Alida Pott? Nooit van gehoord. Ik lees haar naam in het Groninger Museum, op een bord in de eerste zaal van de grote overzichtstentoonstelling ter gelegenheid van 100 jaar De Ploeg. Ik ga op zoek en vind van haar drie landschapjes. En een klein portret ten voeten uit van een grote gele mantel met een vrouw erin, ik kan het niet anders omschrijven.

Wat was ze goed.

Kijk naar haar werk en je ziet haar denken, schilderend in het spannende gebied tussen figuratief en abstract. Daar kietelen kleuren en vormen elkaar en lacht het gevoel samen met het verstand. Potts werk heeft een kwaliteit waar haar Ploegvrienden een puntje aan konden zuigen – en het werd na haar dood door haar rouwende echtgenoot, de Ploegschilder George Martens, weggeborgen. En hoe gaat zoiets, ongezien maakt onbemind. Haar werk raakte vergeten en zijzelf stond – hoezo? – allengs te boek als ‘teruggetrokken vrouw’.

De kunstenaar/journalist Eric Bos beschreef Pott in 2003 in een enthousiast artikel in het Dagblad van het Noorden. „En toen bleef het stil”, vertelt hij. „Ik snapte niet dat het niet werd opgepikt.” Hij roemt Potts werken als „zielsportretten”. Kijkt hij ernaar dan raakt hij in de ban van „een andere wereld, van iemand die zich nergens iets van aantrok”.

Nu verscheen er een monografie over haar van Doeke Sijens, Aangeraakt door een nieuw licht. Ik lees ’m en watertand bij de afbeeldingen van haar werk. Wat zou ik graag dat spectaculaire portret van de voetballer Max Tetzner in het echt willen zien, of de gewiekste collage waarmee ze haar vriendin Hilda Idema karakteriseerde. Ik bel Mariëtta Jansen, Ploeg-conservator in Groningen. En ook zij blijkt een Pott-aficionado.

Hoe kon Alida zo kwijt raken? Jansen vertelt dat het museum pas in 2005 via een legaat werk van haar in bezit kreeg. Soms hangt het op zaal. Mag Pott niet eens een eigen tentoonstellling? Jansen weet nog niet wanneer, maar: „Dat zit er zeker in.” Mooi zo. Dat weten we dan en daar houden we haar aan.

    • Joyce Roodnat