Onderwijs

Een promotiebeurs biedt de zekerheid van een onderzoeksbaan

OnderwijsblogDe internationale beurspromovendus krijgt in Groningen WW, ziektewet en zwangerschapsverlof, schrijven drie Groningse wetenschappers na twee jaar ervaring met de promotiebeurs.

ANP XTRA Robin van Lonkhuijsen

De vorming van een gemeenschappelijke Europese Hogeronderwijsruimte (EHEA, Bolognaproces, 1999) heeft in Nederland geleid tot de bachelor-masterstructuur van het hoger onderwijs. Deze twee fasen zijn in 2003 uitgebreid met een derde fase: de promotieopleiding (EHEA, Berlijncommuniqué). In Nederland zijn daarvoor vanaf 2004 graduate schools opgezet.

Ondanks alle inspanningen is de bestaande praktijk van promoveren echter nauwelijks veranderd. Promovendi doen nog steeds vooral onderzoek (onder begeleiding) en ontwikkelen zich al doende tot zelfstandig onderzoeker. Dat is uiteraard goed, maar andere opleidingsactiviteiten komen meestal niet of slechts (te) beperkt aan bod. Als ‘proeve van bekwaamheid’ schrijven promovendi een proefschrift, dat, na succesvolle verdediging in het openbaar, leidt tot de doctorstitel. Deze titel is gelijkgesteld aan de internationaal meer gebruikelijke titel PhD.

Recentelijk heeft het online tijdschrift ScienceGuide een reeks artikelen gewijd aan het promotiestelsel: het promovendidiscours. Een algemene conclusie is dat het Nederlandse stelsel op een aantal punten behoorlijk wringt, vooral vanuit het gezichtspunt van onze promovendi. Als universiteiten moeten we dit serieus nemen. Niet alleen omdat het opleiden van onderzoekers een belangrijke raison d’être van de universiteit is, maar ook omdat promovendi het grootste deel van het universitaire onderzoek uitvoeren en, last but not least, omdat we een maatschappelijke opdracht hebben om goed opgeleide gepromoveerden af te leveren. In onze bijdrage aan bovengenoemd discours hebben we niet alleen aangegeven dat onze huidige kennismaatschappij behoefte heeft aan meer gepromoveerden (Nederland doet het slecht in OESO-verband en de eerdere groei is gestopt), maar ook dat deze anders opgeleid moeten worden.

Vervolgbaan

Bij de Rijksuniversiteit Groningen hebben we een aanzet tot vernieuwing vormgegeven in het programma ‘Promotieonderwijs’ dat op 1 september 2016 is gestart in het kader van een landelijk experiment van het ministerie van OCW. In dit programma zijn promovendi student (promotiestudent) en kunnen ze een eigen promotieonderwerp kiezen (‘nieuwsgierigheidgedreven’). Daarnaast wordt hun een gedegen opleiding aangeboden voor een vervolgbaan als hoogopgeleide kenniswerker binnen, maar zeker ook buiten de universiteit. Het merendeel van de gepromoveerden krijgt immers een baan buiten de universiteit. In Groningen is veel geïnvesteerd in het programma en nu het twee jaar draait, kunnen we kijken of de eerste resultaten passen bij onze oorspronkelijke ideeën en doelstellingen.

Een eerste doelstelling was het creëren van meer door de universiteit zelf – via de eerste geldstroom – gefinancierde promotieplekken. Niet alleen zijn er veel gemotiveerde studenten die graag willen promoveren, ook heeft de Nederlandse kennismaatschappij meer goed opgeleide gepromoveerden nodig. In de huidige manier van financieren is echter geen geld voor meer promotieplaatsen. De universitaire financiën staan immers onder druk en de promotiepremie van 77.400 euro is bij lange na niet voldoende om een promotietraject te financieren. Promovendi worden vooral gefinancierd vanuit extern verkregen projectgelden (NWO, KNAW, Europese Unie, het bedrijfsleven, charitatieve fondsen en buitenlandse beurzen). Net als de universitaire financiën neemt ook deze vorm van financiering de komende tijd echter niet toe.

Door eerstegeldstroompromovendi geen aanstelling maar een beurs te geven, zijn er meer promotieplaatsen gecreëerd. Het betalen van belasting (als voorheffing) en socialeverzekeringspremies over deze beurs ondervangt veel van de nadelen van het oude ‘bursalensysteem’ (van voor 2009), waar veel kritiek op was. Iedereen past dan in het Nederlandse systeem, ook de buitenlandse promovendi met een eigen beurs. Iedere promovendus is verzekerd voor ziekte en zwangerschap en heeft recht op WW. Het scheelt in inkomen maar er staat grotere sociale zekerheid tegenover. Vanaf 1 september 2018 bedraagt de beurs ongeveer 1.765 euro netto per maand, vergelijkbaar met het netto maandinkomen van een eerstejaars werknemerpromovendus.

Aanvulling

Het programma komt niet in plaats van, maar vormt een aanvulling op de bestaande (externe) bekostiging van promotieplaatsen. Er komen hierdoor meer promotieplaatsen en dit betekent dat geïnteresseerde studenten een grotere kans hebben om aan promotieonderzoek te beginnen. De ervaring van de afgelopen twee jaar laat zien dat de belangstelling voor ons programma groot is en dat er – tegen de landelijke trend in – de afgelopen twee jaar ook daadwerkelijk meer promovendi zijn gestart.

De tweede en belangrijkste doelstelling was promovendi beter voor te bereiden op een succesvolle vervolgbaan. Hiervoor is een speciale leerlijn ontwikkeld, de Career Perspectives Series. Vanaf het begin worden promovendi zich bewust gemaakt van hun carrièremogelijkheden, worden ze geholpen bij het maken van keuzes, krijgen ze een scala aan trainingsmogelijkheden aangeboden en worden ze uiteindelijk ook in contact gebracht met potentiële werkgevers. Deze aanpak is enthousiast ontvangen door de promovendi.

Het Promotieonderwijs-programma wordt jaarlijks geëvalueerd. De resultaten tot nu toe laten zien dat promotiestudenten tevreden zijn. Wij hopen uiteraard dat dit zo blijft en dat uiteindelijk het Nederlandse promotiestelsel verrijkt kan worden met het in Groningen ontworpen promotieonderwijs als volwaardige invulling van de derde fase van de academische opleiding.

Prof. Lou de Leij, dean Groningen Graduate Schools
Dr. Marjan Koopmans, projectleider Graduate Schools
Prof. Ingrid Molema, bedenker van de Career Perspectives Series