Reikhalzend kijkt iedereen uit naar een vaccin

AIDS 2018, Amsterdam De internationale doelen van aidsbestrijding zijn hoog en moeilijk te halen. „We lopen achter. We moeten agressief zijn.”

Opening van de Global Village, op de 22ste internationale aids-conferentie (AIDS 2018) in Amsterdam, afgelopen dinsdag. Foto Matthijs Immink/IAS

„Toen ik twintig jaar geleden met hiv geboren werd, zag het hiv- en aidslandschap er heel anders uit dan nu.” Met die indringende zin begon Mercy Ngulube een kort praatje op de eerste persconferentie van het congres AIDS 2018, deze week in Amsterdam. Mooi, die vooruitgang, zei ze. Ze is er dankbaar voor, maar „toch zijn we nog veel te ver af van de doelen die zijn gesteld voor 2020 en 2030. Als we doorgaan zoals nu zullen we, zoals Tedros net al aangaf, die doelen niet halen.”

Tedros, dat is directeur-generaal van de World Health Organization Tedros Ghebreyesus, die zich even daarvoor richtte tot het honderdtal journalisten dat zich voor de persconferentie in het zaaltje had gewrongen. Het 22ste internationale, tegenwoordig tweejaarlijkse aidscongres trekt dit keer 15.000 deelnemers naar de Amsterdamse RAI. Traditiegetrouw is het een mix van onderzoekers, volksgezondheidsdeskundigen, beleidsmakers, belangenorganisaties en actiegroepen van mensen met hiv.

Ghebreyesus formuleerde het probleem kernachtig: het doel is om in 2020 dertig miljoen mensen met een hiv-besmetting te behandelen met virusremmende medicijnen. Nu zijn het er 21 miljoen. Er moeten dus in drie jaar tijd negen miljoen mensen meer aan hiv-medicijnen worden geholpen. „Het is moeilijk te zeggen of we dat halen. We lopen achter. We moeten agressief zijn”, zei de WHO-baas.

De lidstaten van de Verenigde Naties willen dat in 2030 aids geen bedreiging meer vormt voor de volksgezondheid. Het is een van de vele duurzame ontwikkelingsdoelen (sustainable development goals) van de gezamenlijke VN-organisaties.

Unaids, de VN-organisatie voor hiv- en aidsbestrijding, heeft daarvoor de ‘90-90-90-doelstelling’ bedacht. Die houdt in dat al in 2020 90 procent van de mensen die met hiv zijn besmet ook wéten dat ze hiv hebben. Ze moeten zijn getest. Hiv wordt vooral doorgegegeven door mensen die hun hiv-status niet kennen. Mensen die weten dat ze met hiv in hun lijf leven, vrijen over het algemeen voorzichtiger. De tweede ‘90’ in 90-90-90 geeft aan dat 90 procent van de mensen met een hiv-diagnose virusonderdrukkers slikt. Dat heet ART-therapie. En de derde ‘90’ betekent dat bij meer dan 90 procent van de mensen die ART-medicijnen slikken het virus niet meer aantoonbaar is. Zelfs als die mensen onbeschermde seks hebben, is de kans vrijwel nihil dat ze hun sekspartner besmetten.

Voorbereidingen voor de opening van de Global Village. Foto Steve Forrest/IAS

De meeste westerse landen hebben dat 90-90-90-doel al gehaald. De eerste Afrikaanse landen volgen. Er blijven problemen. In Nederland zoeken migranten uit Azië en zuidelijk Afrika relatief laat hulp. Hun afweersysteem is al meetbaar aangetast door het virus, of ze hebben zelfs al aids.

Deze aidsconferentie heeft speciale aandacht voor de pijlsnel opkomende hiv-epidemie in de voormalige Sovjet-Unie, voornamelijk onder spuitende drugsgebruikers. En voor jongeren met hiv – vandaar dat de 20-jarige Britse Mercy Ngulube een prominente plek kreeg – en voor minderheidsgroepen.

Die kregen een hart onder de riem van Ghebreyesus. De 90-90-90-doelen, zei hij, mogen er nooit toe leiden dat minderheden die makkelijk in de overige 10 procent passen worden vergeten. Hiv-zorg moet beschikbaar zijn voor iedereen, „zonder financiële drempels, waar ze ook wonen en hoe ze ook leven, moeten die doelen voor iedereen haalbaar zijn.” Hij somde op: migranten, vluchtelingen, sekswerkers, drugsgebruikers en iedereen van de lhbt-gemeenschap.

De wereldaidsconferenties begonnen in 1985 als wetenschappelijk congres. Aids is begin jaren tachtig ontdekt als ziekte onder homoseksuele mannen in San Francisco. Op de eerste congressen werden wetenschappelijke praatjes verstoord door activisten die sneller de levensverlengende medicijnen wilden hebben waar de onderzoekers over spraken. En die eerst nog moesten worden getest, voordat ze voor iedereen beschikbaar waren. Tegenwoordig is er meer saamhorigheid. Het is traditie dat de hele hiv-aids-gemeenschap vertegenwoordigd is.

En de wetenschap? Reikhalzend kijkt iedereen naar de laboratoria waar een vaccin tegen hiv uit moet komen. Genezing is moeilijk doordat hiv zich heel goed diep in lichaamscellen kan verstoppen en daar, sluimerend, onbereikbaar is voor medicijnen. „Genezing is nog ver weg”, zei Peter Reiss, aidshoogleraar aan het Amsterdam UMC en voorzitter van de wetenschapscommissie van het congres. Hetzelfde geldt voor een hiv-vaccin, dat door iedereen een noodzakelijk onderdeel van de oplossing van aids wordt genoemd.

    • Wim Köhler