De oudste wolluisvrouwtjes zijn het aantrekkelijkst

Biologie

Oude wolluisvrouwtjes worden snel onvruchtbaar maar zijn extra aantrekkelijk door hun grote feromoonproductie.

Wolluizen (P. kraunhiae), met mier. Foto 4-6 / Flickr

Vrouwelijke wolluizen worden aantrekkelijker op hogere leeftijd, zelfs als hun vruchtbaarheid al sterk is afgenomen. Dat concluderen Japanse onderzoekers in Biology Letters. Opmerkelijk, want bij veel andere diersoorten leidt verminderde vruchtbaarheid tot desinteresse bij de mannetjes. Van zulke onverschilligheid is geen sprake bij de wolluissoort Planococcus kraunhiae, schrijven de Japanners. De oudere vrouwtjes blijven veel feromonen produceren, en deze geurlokstoffen wakkeren de seksuele interesse van hun mannelijke soortgenoten aan.

De onderzoekers verzamelden wolluizen in een boomgaard en stopten elk exemplaar apart in een afgesloten petrischaal. Van de afzonderlijke vrouwtjes namen ze feromonen af. Vervolgens werden per keer tientallen mannetjes losgelaten in een glazen ‘arena’ van 20 centimeter doorsnede. Aan de overzijde lag een stukje filterpapier, geïmpregneerd met de feromonen van een vrouwtje. Hoelang de mannetjes erover deden om naar het papier te vliegen en erop te landen werd gezien als maat voor de seksuele aantrekkelijkheid. Ook werden met feromonen doordrenkte papiertjes in lokvallen in de boomgaard geplaatst; hier was de hoeveelheid mannetjes die aan de val bleef kleven een indicator voor aantrekkingskracht.

Hoogbejaarde vrouwtjes

Vrouwelijke wolluizen kunnen enkele maanden oud worden, als ze maagd zijn. Kort na de voortplanting sterven ze. De hoeveelheid feromonen die de vrouwtjes produceren, neemt toe tot ze zo’n vier weken oud zijn. Op dat moment zijn ze ook het aantrekkelijkst: dan komen mannetjes het snelst en het vaakst op de lokstoffen af. Dat terwijl het aantal eitjes al afneemt na één week, en op dag 28 zelfs is gedaald tot 43 procent van de beginhoeveelheid. ‘Hoogbejaarde’ wolluisvrouwtjes, van 70 dagen oud (met 8,3 procent van het oorspronkelijke aantal eitjes) blijken nog altijd meer en sneller mannetjes te lokken dan concurrentes van 7 dagen oud.

Mogelijk duidt dit op een strijd tussen de seksen: de vrouwtjes op leeftijd leiden de mannetjes om de tuin. Maar wie weet is het voor de mannetjes gewoon gunstig om te reageren op die signalen. Te grote kieskeurigheid is voor het voortplantingssucces immers ook nadelig. Zeker voor de kleine, kwetsbare wolluismannetjes, schrijven de Japanners: „Benadeeld door een beperkte hoeveelheid energie en een heel korte levensduur moeten ze op zoek naar de onbeweeglijke vrouwtjes, die geen vleugels hebben en vaak ook geen benen.”

    • Gemma Venhuizen