Borrelpraat is meestal rechts

Omdat het zomer is, en daarom komkommertijd, kan ik in deze rubriek weer eens aandacht besteden aan taal die losstaat van het nieuws. Hieronder een willekeurige greep.

Borrelpraat

Volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal, het wetenschappelijke woordenboek van het Nederlands, betekent borrelpraat ‘dronkenmanspraat’. Daarnaast kan het worden gebruikt voor ‘onzin, wartaal, gewauwel, gebazel’. De vroegste vindplaats is een blijspel uit 1766, getiteld ‘De onzichtbare’. Daarin zegt een harlekijn: „Adieu, mijn heer! Ik moest gek wezen, zo ik hier langer die borrelpraat aanhoorde.”

Naast borrelpraat vind je ook borreltafelpraat(je). Volgens de Dikke van Dale ‘enigszins lichtvoetige conversatie aan de borreltafel’. Andere synoniemen zijn bitterpraatje en bittertafelpraatje.

Interessant is dat de combinatie rechtse borrelpraat veel vaker voorkomt dan linkse borrelpraat. In het grootste Nederlandstalige digitale krantenarchief is de verhouding 20:1. Die ene vindplaats is een citaat uit 1998 van J.L. Heldring in NRC: ,,Nu horen we eens linkse borrelpraat.”

Diep door het stof gaan

Diverse uitdrukkingen met het woord stof zijn ontleend aan de Bijbel. Zo gaat het stof van zijn voeten schudden terug op deze uitspraak van Jezus: „En als ze je niet willen ontvangen noch naar je woorden willen luisteren, verlaat dan dat huis of die stad en schud het stof van je voeten.” (Matteüs 10:14).

Diep door het stof gaan lijkt te zijn ontstaan als variant van: voor iemand door het stof kruipen. „Vaak houdt dat in dat je je nederige excuses aanbiedt aan iemand”, aldus Van Dale’s Groot uitdrukkingenwoordenboek (2006). „Het langs de grond kruipen voor een hoger geplaatst persoon (het beeld waarop deze uitdrukking gebaseerd is) geldt als een teken van uiterste onderdanigheid.”

De gang naar Canossa maken

Dit zeg je van iemand die publiekelijk boete doet. Deze uitdrukking gaat terug op een groot Europees politiek conflict in de elfde eeuw. De hoofdrolspelers: paus Gregorius VII en de Duitse koning Hendrik IV. Inzet: het recht om bisschoppen te benoemen. Eerst probeerde Hendrik de paus af te zetten, waarop die hem excommuniceerde. Toen Hendriks macht begon te wankelen, reisde hij naar de burcht Canossa in Italië, waar de paus toen verbleef. Volgens de overlevering stond Hendrik drie dagen blootsvoets in de winterkou voor de burcht, voordat de paus zijn ban ophief. Canossa werd pas echt bekend nadat Otto von Bismarck in 1872, in een ander conflict tussen staat en kerk, zei: „Nach Canossa gehen wir nicht.” Lees: wij buigen niet voor de kerk.

De gang naar Canossa maken is een tamelijk zeldzame uitdrukking, wellicht omdat het ongebruikelijk is openlijk diep door het stof te gaan.

    • Ewoud Sanders