2018, het beste Hollandse wijnjaar ooit?

Winnaar van de droogte De droogte kent niet alleen maar nadelen. Nederlandse wijnmakers profiteren van dit weer. Maar juichen durven ze nog niet.

Wijnboer Henk Breugemtoont de volle druiventrossen in zijn wijngaard in Nijkerk. „Veel zon geeft ze een dikkere schil, en daarmee meer kleur-, geur- en smaakstoffen.” Foto Bram Budel

„Het gaat bizar snel dit jaar.” Wijnboer Henk Breugem staat tussen zijn lange rijen druivenplanten. Hij tilt een van de trossen in het zonlicht. „Hier zie je de kleuromslag.” Tussen de vele groene prijken knalpaarse druiven. „Ze zijn er drie weken eerder dan normaal.”

Vijftien jaar geleden ging relatie- en gezinstherapeut Breugem minder werken om wijnboer te worden. Hij begon het merk Aan de Breede Beek. Op zijn twee hectaren bij Nijkerk maakt hij nu prijswinnende wijnen. Zijn akkerbouwende buurman „sproeit zich het leplazarus”, zegt Breugem, „om de oogst te redden”. Maar de wijnboer had nooit eerder zo’n mooie mei, juni en juli.

„Een jaar als dit zal je niet gauw vergeten„

In Nederland wordt op veel plekken geworsteld met de droogte: de oogst moet worden gered, tuinen mogen niet worden besproeid, asfalt smelt. Maar er zijn er ook die profiteren. En zeker de Nederlandse wijnboer. Als dit zo doorgaat, wordt 2018 een Hollands wijnjaar om te onthouden.

Breugem – gebruinde huid, afgeknipte spijkerbroek en kort baardje – hakt de bladeren rond de trossen weg zodat zijn druiven genoeg zonlicht krijgen. Veel zon geeft ze een dikkere schil, vertelt hij. „En daarmee meer kleur-, geur- en smaakstoffen.”

Henk Breugem laat de kleuromslag op zijn druiven zien.

Als Nederlandse wijnboer is Breugem gewend dat hij creatief moet zijn. De grootste Nederlandse wijnbedrijven staan in het warmere Limburg en drogere Zeeland. Zijn Gelderse wijngaard is omringd door een rij hoge bomen. Door het gebrek aan wind warmt zijn terrein op: een eigen microklimaat. Zijn druiven voor rode wijn zijn van een ras uit Duitsland dat geschikt is voor het milde klimaat in Nederland: de regentdruif. Zijn website rept van „een duidelijk aroma van zwarte bessen met daarnaast ook vanille, peper en laurier. De afdronk is vol met nog zacht aanwezige tannines”. Behalve twee witte en twee rode wijnen produceert hij ook twee mousserende wijnen.

Sommige zomers, zoals in 2010, was er zoveel regen dat Breugem druiventrossen moest weghakken zodat de overgebleven trossen nog genoeg suiker van de noodlijdende planten kregen. Vorig jaar begon het relatief goed, maar toen viel in september in een paar dagen 20 tot 30 millimeter regen. Dat zijn de weken dat de druiven veel van hun smaak krijgen.

„Een jaar als dit zal je niet gauw vergeten”, zegt Breugem. Hij kan weken eerder oogsten. Door de zelfbestuiving in de mooie maanden mei en juni zijn er zelfs teveel druiven. „Verschrikkelijk veel, we moeten de druiven handmatig uitdunnen zodat ze genoeg ruimte hebben.” Voorovergebogen plukt Breugem losse druiven uit de trossen.

On-Nederlands goed

De warme zomer geeft nog geen garantie op goede wijn. „Heel veel aspecten maken uiteindelijk uit voor de smaak”, zegt Breugem. Hij wijst op de techniek in de wijnkelder, de plantenvoeding in de bodem, de opslag: niet te lang, niet te kort. „Het is alsof je aan heel veel knopjes moet draaien. Maar goed weer is toch wel de belangrijkste knop.”

Met jaarlijks een miljoen flessen per jaar is de Nederlandse wijnbouw allang geen hobby meer, zegt Peter van Houtert van de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Wijnhandelaren. Hij noemt dit jaar „on-Nederlands goed”. Maar ook hij is voorzichtig. „De nazomer is heel belangrijk. Als het regent, kan het fruit ook gaan rotten.”

„Het kan nog gaan stormen in augustus, er kan hagel vallen. Pas als het sap in de tanks zit, weet ik meer„

Volgens Van Houtert hebben klimaatveranderingen internationaal hun weerslag op de wijn. In de echte wijnlanden als Spanje baart de enorme hitte – te heet is niet fijn voor de druivenplant – en hagel zorgen. De meeste druiven willen zomerse dagen, maar koele nachten. „In die regio’s wordt heel hard nagedacht over andere druivensoorten.” Maar druivenplanten groeien langzaam, dus veranderen van soort kost zo’n negen jaar, zeggen experts.

„Geweldig”, noemt wijnboer Johan van de Velde van het Zeeuwse De Kleine Schorre dit Nederlandse wijnjaar. Dankbaar voor klimaatverandering is hij echter niet. „Klimaatverandering zorgt voor extremen en daar houden druiven ook niet van. Het kan nog gaan stormen in augustus, er kan hagel vallen. Pas als het sap in de tanks zit, weet ik meer.”

    • Liza van Lonkhuyzen