2017 was dodelijk jaar voor land- en natuurbeschermers

Geweld

Vorig jaar werden ten minste 207 milieuactivisten omgebracht. Veel doden vielen in de landbouw- en mijnsector.

2017 was een dodelijk jaar voor milieuactivisten en activisten die strijden voor eigendomsrechten op land. Volgens Global Witness, een mensenrechtenorganisatie die zich inzet voor het milieu en landrechten, kwamen ten minste 207 activisten op gewelddadige wijze aan hun einde.

Daarmee was 2017 het dodelijkste jaar sinds 2002, toen de organisatie begon met het bijhouden van het aantal vermoorde activisten. In 2016 vonden 201 land- en natuurbeschermers de dood. Volgens de ngo ligt het daadwerkelijke dodental waarschijnlijk nog hoger, omdat in veel landen volledige data niet voorhanden zijn.

De slachtoffers zijn activisten en leden van inheemse groepen die vermoord werden „tijdens pogingen hun huizen en gemeenschappen te beschermen tegen grootschalige projecten in de mijnbouw, landbouw en andere verwoestende industrieën”, schrijft Global Witness in een dinsdag verschenen rapport.

Het rapport stelt dat de toename onder andere te wijten is aan de wereldwijd stijgende vraag naar producten zoals koffie, palmolie en suikerriet, waardoor landbouwbedrijven voortdurend uitbreiden. De landbouw is met bijna vijftig slachtoffers de meest dodelijke sector. Regeringstroepen zouden schuldig zijn aan 53 van de moorden in 2017. Criminele bendes en stropers pleegden veel overige moorden.

Dit zou als een wake-upcall moeten dienen voor mensen en bedrijven die investeren in grootschalige landbouw, zegt de auteur van het rapport Ben Leather tegen persbureau AP. Zij moeten er bewust van zijn dat zij geweld financieren, vindt Leather. Ook overheden zijn schuldig, vindt hij. „Het aantal moorden blijft stijgen, wat een duidelijk bewijs is dat overheden en bedrijven nog steeds geen prioriteit geven aan dit probleem en geen enkele ernst hebben getoond om dit aan te pakken.”

Amazone

60 procent van de gerapporteerde moorden vond plaats in Latijns-Amerika. Brazilië voert met 57 doden de lijst aan. Het gaat vooral om inheemse gemeenschappen in het Amazonegebied die zich inzetten tegen landonteigening ten behoeve van houtkap. Ook in Colombia en Mexico vielen veel slachtoffers.

In Azië zijn het vooral de Filippijnen waar confrontaties dodelijk aflopen. Hier kwamen bijna vijftig milieu-activisten om, een stijging van 70 procent ten opzichte van het jaar ervoor. Volgens Global Witness heeft dit onder andere te maken met president Duterte en zijn pogingen om de industriële landbouw uit te breiden.

Andere dodelijke sectoren zijn de mijnindustrie (40 doden) en de houtkap (23). In Afrika leidden pogingen van rangers om stropers te stoppen tot 23 doden.