Zwemmen in een spinaziesmoothie

Blauwalg Door de warmte en droogte loopt de kwaliteit van het zwemwater achteruit. Blauwalg ligt op de loer. Lang niet alle zwemmers laten zich afschrikken door gifstoffen in het water.

Voor natuurzwembad De Kuil in Prinsenbeek in Noord-Brabant geldt een waarschuwing voor blauwalg. Bezoekers trekken zich daar weinig van aan. „Ik ga ervan uit dat als zwemmen gevaarlijk wordt, ze het bad sluiten”, zegt vader Frank Schalk. Foto Roos Pierson

De waarschuwing is duidelijk te zien: op het informatiebord bij de ingang staat het in grote letters op een felgele ondergrond: ‘Blauwalgen. Kans op huidirritatie en maag-/darmklachten.’

Bij natuurzwembad De Kuil in het Brabantse Prinsenbeek is het nog rustig op deze warme ochtend. Aan de waterkant rommelen wat peuters met emmertjes en harkjes, in dieper water spelen kinderen met de vlotten en drijfdingen die je hier kunt lenen tegen een bescheiden borgstelling. ‘Een slipper voor een flipper’, is er te lezen.

Sem en Geert van acht jaar vinden het lichtgroene water lekker fris, zeggen ze, en ook helder genoeg. Vanaf de hoge kant waar ze staan kun je de zandbodem niet zien, het is hier ruim een meter diep. „Maar als je een duikbril op had, kon je de bodem zien”, zegt Sem. De jongens springen erin om het te demonstreren.

Sem en Geert weten niet wat blauwalg is. De vader van Sem, Frank Schalk, zegt dat hij zich niet echt heeft verdiept in de risico’s, maar weet wel dat er in De Kuil nu een waarschuwing geldt voor blauwalg: bij de meting vorige week waren de waarden iets te hoog. „Ik ga ervan uit dat als zwemmen gevaarlijk wordt, ze het bad sluiten. Dat is al eerder gebeurd. Tot die tijd trek ik me er niets van aan.”

Giftige stoffen

De Kuil is niet de enige zwemplek waarvoor een waarschuwing geldt: door de aanhoudende warmte en droogte gaat de kwaliteit van het zwemwater overal in Nederland achteruit. Die waarden zijn te zien op zwemwater.nl of op de nieuwe zwemwaterapp: verspreid over het land verschijnen oranje driehoekjes (waarschuwing) of wit-rode borden (negatief advies of verbod).

Op de kaart staan de officiële zwemplekken waar Rijkswaterstaat in het zwemseizoen elke twee weken de waterkwaliteit controleert. Vooral in Zuid-Holland is de lijst verdachte locaties indrukwekkend. Er is geen aanleiding om de waterkwaliteit vaker te gaan meten, laat een woordvoerder van Rijkswaterstaat weten. „Soms neemt door warm weer het risico op blauwalgen toe, maar dat is niet altijd zo. Hier wordt wereldwijd nog steeds onderzoek naar gedaan.”

De bloeiende blauwalg – verwarrend genoeg geen alg maar een bacterie – vormt groene bolletjes en vlokjes in het water. Als ze afsterven kunnen ze giftige stoffen afgeven, cyanotoxines. Bij lage concentraties kan dat tot huidirritatie of diarree leiden. Als er drijflagen ontstaan – een laag blauwige of rode smurrie op het water – kan het door de concentratie gifstoffen zelfs gevaarlijk worden om te zwemmen. Naast symptomen als koorts en braken kunnen mensen permanente schade aan het zenuwstelsel oplopen, hoewel dit zelden voorkomt. Als de concentraties blauwalg te hoog zijn komt er een zwemverbod – voor de enkeling die nog zou overwegen het water in te gaan dat blauw schuimt en naar rotte vis ruikt.

Ook water waarvoor geen zwemverbod geldt maar een negatief zwemadvies, is doorgaans weinig appetijtelijk. Bij de Bleiswijkse Zoom bijvoorbeeld, of de Krabbeplas in Vlaardingen. Als je daar tot je enkels in staat, kun je je voeten al niet meer zien. Een beetje alsof je overweegt in een aangelengde spinaziesmoothie te zwemmen.

Foto Roos Pierson

Toch wordt ook hier volop gezwommen. Bij de Bleiswijkse Zoom blijkt bij navraag vrijwel niemand te weten dat er een negatief zwemadvies geldt, maar dat schijnt ook niemand veel uit te maken. Als het er nog een beetje goed uitziet en fris ruikt kan het, menen de zwemmers.

In de schaduw onder de bomen van De Kuil is de redenering hetzelfde. Marianne Segaar komt graag naar het natuurzwembad met haar zoontje Aiden van bijna drie jaar. „Als ze nu niet dicht zijn, zal het wel niet zo erg zijn.”

    • Elsje Jorritsma