Spanningen tussen Israël en Turkije om ‘Joodse natiestaat’-wet

Volgens de Turkse president Erdogan is Israël een racistische en fascistische staat. De Israëlische premier Netanyahu noemde Turkije daarop een ‘duistere dictatuur’.

De Turkse president Erdogan groet zijn partijgenoten van de AK-partij. Foto Reuters

De Turkse president Recep Tayyip Erdogan heeft dinsdag in een speech voor leden van zijn AK-partij gezegd dat sommige Israëlische politici “bezeten zijn door de teruggekeerde geest van Adolf Hitler”. De donderdag aangenomen wet die Israël officieel bestempelt als thuisland van het Joodse volk laat volgens Erdogan zien dat Israël “het meest racistische, zionistische en fascistische land ter wereld” is.

Lees ook: Parlement Israël stemt in met controversiële ‘Joodse natiestaat’-wet

Hij voegde daaraan toe dat de wet de onderdrukking van Arabische minderheden in het land legitimeert. Ook noemde de Turkse president Israël een “terreurstaat” omdat het Palestijnen aanvalt met tanks en artillerie.

In een reactie op Erdogan noemde de Israëlische premier Netanyahu Turkije “een duistere dictatuur” onder het bewind van Erdogan. Ook beschuldigde hij Erdogan van het “afslachten” van Syriërs en Koerden. “Erdogan vermoordt de Syriërs en de Koerden en arresteert duizenden van zijn eigen mensen. Het feit dat de ‘grote Erdogan’ de natiestaat-wet aanvalt is het grootste compliment dat deze wet zou kunnen krijgen”, aldus Netanyahu.

Twitter avatar netanyahu Benjamin Netanyahu Erdogan is massacring Syrians and Kurds and has jailed tens of thousands of his citizens. The fact that the great “democrat” Erdogan is attacking the Nation-State Law is the greatest compliment for this law.

In de donderdag aangenomen wet staat dat “Israël het thuisland is van het Joodse volk en zij er het exclusieve recht op nationale zelfbeschikking hebben”. Daarnaast staat in de wet dat een ‘verenigd Jeruzalem’ de hoofdstad van het land is en dat Hebreeuws de officiële taal is. Het Arabisch wordt gedegradeerd naar een taal met een ‘speciale status’, die wel nog steeds binnen Israëlische instituties gebruikt mag worden.

Ruim 20 procent van de bevolking van Israël is Arabisch. Dat komt neer op ongeveer 1,8 miljoen mensen op een bevolking van bijna negen miljoen. De wet is al aangenomen door de Knesset, maar kan nog worden aangevochten bij het Hooggerechtshof. De wet zorgt voor veel woede bij de Arabische minderheid. Daarnaast hebben Palestijnse leiders om sancties tegen Israël gevraagd bij de Verenigde Naties. Ook internationaal is verontwaardigd gereageerd, maar de reactie van Erdogan is wel erg opvallend.

Van bondgenoot naar tegenstander

Israël en Turkije waren aanvankelijk bondgenoten van elkaar. Turkije was zelfs in 1949, een jaar na de stichting van Israël, het eerste land met een moslimmeerderheid dat Israël erkende. In 1967 na de Zesdaagse Oorlog tussen Israël en buurlanden Egypte, Jordanië en Syrië, veroordeelde Turkije Israël voor het bezetten van de Golanhoogten, de Gazastrook, de Sinaï en de Westelijke Jordaanoever, maar weigerde het Israël aan te wijzen als agressor.

De erkenning door Turkije van een Palestijnse staat zorgde wel voor spanningen tussen Israël en Turkije, net als de Eerste en Tweede Intifada. Toch werd er in de jaren 90 op militair en handelsgebied veel samengewerkt tussen de twee landen. Pas na de Gaza-oorlog eind 2008 ging het snel bergafwaarts met de relatie tussen de twee landen. In 2010 werden de diplomatieke banden zelfs helemaal verbroken na een Israëlische aanval van een Turks schip dat met hulpgoederen onderweg was naar naar Gaza. In 2016 werden de ambassades weer geopend.

    • Steven Musch