Onderzoek gestopt na dood baby’s

Amsterdam UMC Bij een studie met sildenafil bij zwangere vrouwen overleden veel meer baby’s dan bij vrouwen die een placebo kregen.

Academisch ziekenhuis Amsterdam UMC is donderdag onmiddellijk gestopt met een groot onderzoek naar het effect van het middel sildenafil op placenta’s en de groei van te kleine foetussen. Aanleiding is het overlijden van te veel pasgeboren baby’s van wie de moeders meededen aan de studie.

Van de 93 zwangere vrouwen die sildenafil in de studie slikten, zijn na de bevalling 19 baby’s overleden. Elf van die overleden baby’s hadden een ernstige longaandoening; nog eens zes hadden die longaandoening ook maar overleden niet. Van de negentig moeders die een placebo slikten, overleden negen baby’s. Drie van die negentig baby’s hadden ook de longaandoening, maar overleden niet. De kans dat het verschil door toeval is te verklaren, is heel klein.

Sildenafil, ook bekend als viagra, is een toegelaten medicijn dat sommige bloedvaten verwijdt en wordt voorgeschreven bij erectieproblemen en verhoogde bloeddruk in de longen bij volwassenen. Het risico op overlijden was volgens Amsterdam UMC onbekend. Het middel wordt al gebruikt bij zwangere vrouwen met te kleine foetussen in andere landen en was getest op placenta’s van dieren.

Het ging in de studie om foetussen die al vroeg in de zwangerschap een forse groeiachterstand hebben. Zij hebben een verhoogde kans om te vroeg te worden geboren en te overlijden in de baarmoeder of na de geboorte. Die groeiachterstand wordt veroorzaakt doordat de placenta van de moeder (die de baby voedt) niet goed functioneert. Onderzoekers wereldwijd vragen zich al langer af of zo’n zwakke placenta te versterken is. Een foetus weegt gemiddeld ongeveer 330 gram na 20 weken, maar deze foetussen wegen dan maar gemiddeld 165 gram.

Zeldzame afwijking

Elf Nederlandse ziekenhuizen deden mee aan de studie (de acht academische centra en het Isala in Zwolle, het Máxima Medisch Centrum in Veldhoven en het MCL in Leeuwarden) onder leiding van Amsterdam UMC. De studie begon in januari 2015 en zou oorspronkelijk in het najaar van 2017 afgerond zijn, maar was nu pas op de helft. De onderzoekers wilden het middel testen op 354 placenta’s, maar hadden nog maar 183 moeders gevonden met een te kleine foetus, die ook wilden meedoen aan het onderzoek. Het is een zeldzame afwijking.

Als de onderzoekers hadden vermoed dat er baby’s zouden overlijden, dan waren ze er nooit aan begonnen, zegt Amsterdam UMC desgevraagd. „We beseffen dat dit heel erg is voor de betrokken gezinnen. De onderzoekers zijn aangeslagen. Zodra de commissie die de gegevens tussentijds evalueert meldde dat er twee keer zo veel baby’s waren overleden bij de groep die sildenafil had geslikt, hebben de onderzoekers het onderzoek gestaakt. Ze hebben alle betrokken ouders meteen gebeld en verteld wat er was gebeurd.” Ook is hun verteld of zij sildenafil of een placebo hadden gekregen – dat weten de deelnemers aan het onderzoek nooit.

Er waren vijftien moeders die het middel tot donderdag nog slikten en wier kind nog niet is geboren. Hoe ver hun zwangerschap is gevorderd, is nog onbekend.

Patiënten moeten tekenen voor de risico’s als ze meedoen aan onderzoek naar een medicijn. Wel moeten ze eerst goed zijn voorgelicht over die risico’s. Ook krijgen ze standaard het telefoonnummer van een deskundige die niet betrokken is bij de studie om vragen aan te stellen.

Volgens Marcel Kenter van het LUMC, die niet verbonden was aan dit onderzoek maar veel onderzoekers opleidt en eerder toezicht hield op medisch-ethische toetsingscommissies, is het „heel triest dat dit zo slecht heeft uitgepakt”. „Waarschijnlijk waren deze risico’s nog onbekend bij de onderzoekers. Het komt zelden voor dat het zo misgaat, maar risico’s zijn nooit helemaal uit te sluiten.”

    • Guus Ritzen
    • Frederiek Weeda