Net als het peloton met doodsverachting naar beneden

De Tour vanaf de motor

Philippe Cluzel (59) rijdt al acht jaar als ‘motard’ journalisten rond in de Tour. Redacteur Dennis Meinema zat bij hem achterop in de turbulente zestiende etappe, die ontregeld werd door een boerenprotest.

Het peloton is op weg naar Bagnères-deLuchon. De zestiende etappe is nog geen half uur oud als uit de luidspreker van de motor alarmerende berichten klinken over een boerenprotest. De Tour wordt kort daarna stilgelegd. Foto Stephane Mahe/Reuters

De zestiende etappe is nog geen half uur oud als uit de luidspreker in de cockpit van de Kawasaki Grand Tourer alarmerende berichten komen. Radio Tour maakt melding van een incident bij kilometer 28 en Philippe Cluzel (59) aarzelt geen moment. Hij is bezig aan zijn achtste Tour als motorrijder maar dit heeft hij nog nooit meegemaakt. Er is haast geboden, dus draait hij met zijn rechterhand de gashendel zo ver open dat het chassis begint te trillen. Het glooiende landschap trekt in een waas voorbij.

Met een gillende motor gaat het over de D119 naar het plaatsje Montréal, dat ingebed ligt tussen zonnebloemvelden en lege druivenranken. Een paar minuten geleden was er nog alle tijd om naar het publiek te zwaaien, dat in groten getale langs de kant van de weg stond opgesteld, zonder uitzondering met een glimlach op het gezicht. „Voor even vergeten ze hun problemen”, zei Cluzel.

Maar de waan van de wedstrijd is ver weg als aan de linkerkant van de weg een grote tractor opdoemt die bezig is strobalen op het wegdek te smijten en het parcours te blokkeren. Links en rechts in de berm schreeuwen mensen het uit, gehuld in besmeurde kleding. „Paysans”, zegt Cluzel resoluut – boeren. „Het is een demonstratie.”

Mensen zijn in paniek, omstanders, maar ook de gendarmerie. Het wegdek ligt nog bezaaid met stro en er is een op hol geslagen peloton van 148 wielrenners in aantocht die een verbeten strijd met elkaar zijn aangegaan om een ontsnapping te vormen. Over een paar minuten zijn ze hier. Er is geen tijd om na te denken.

Pepperspray

Een van de boeren heeft een houten stok in zijn handen en begint in te slaan op een auto van de Tour-organisatie. Een vrouw wordt aan haar armen vastgehouden door de politie, maar weet zich los te wurmen en zet het dan op een lopen. Een jonge agent weet haar bij te halen, trekt een witte spuitbus van zijn riem en begint die in haar gezicht leeg te spuiten. Hij schreeuwt tegen de vrouw: wegwezen, ophouden! Ze hoest hevig, wendt haar gezicht af en begint te huilen in een graanveld. Ook de man met de stok wordt overmeesterd met zoiets als pepperspray, of traangas. Cluzel wordt langs de strobalen geleid en stuurt zijn motor voorbij de chaos, langs een dorpje waar een andere groep boeren deze dag juist heeft aangegrepen om feest te vieren. Ze rijden rondjes met hun tractor, maar er is geen helikopter die het vastlegt – die vliegen bij het incident vandaan.

„De koers wordt stilgelegd”, zegt Cluzel. Hij heeft een zijweggetje gevonden om even op adem te komen. Een groepje toeschouwers wil weten wat er aan de hand is. Een van hen begint uit te leggen hoe zwaar het is om als boer in deze contreien het hoofd boven water te houden. „Duizend liter melk verkoop je hier voor 350 euro.” Cluzel schudt zijn hoofd als hij vertelt dat hij een journalist bij zich heeft. „C’est pas une bonne image.” Hij begrijpt er niets van. „Een uur geleden passeerde de reclamekaravaan. Toen was er niets aan de hand.”

Als het peloton een paar minuten later langs de balen wordt geleid, beginnen renners te hoesten en te tranen. Niet de demonstratie van de boeren maar de charge van de politie maakt dat de koers moet worden geneutraliseerd, en met vertraging opnieuw op gang moet worden geschoten.

Links doemt een tractor op die strobalen op de weg smijt. Het peloton is maar een paar minuten weg

Het duurt even voordat Cluzel zijn aandacht weer bij de koers heeft. Hij schaamt zich, biedt zelfs zijn verontschuldigingen aan. De man is groot fan van wielrennen, groeide op met Eddy Merckx en Raymond Poulidor, en is zo dik met Bernard Thévenet dat hij hem mag tutoyeren. Maar nu is hij stil. De Tour gaat evenwel door, en bij het stadje Pamiers sijpelen berichten door dat er een kopgroep wordt geformeerd. Cluzel is wakker. Als ze een minuut voorsprong pakken mag hij zich uit laten zakken en kan hij achter ze aan rijden. Kan hij eindelijk wat van de koers zien.

Acht man is los, maar wordt weer teruggepakt, dan een groep van 25 renners, maar ook die krijgen de ruimte niet. „Peloton groupé”, klinkt het steeds weer, tot frustratie van de motard. Hij doet dit voor z’n lol, niet voor het geld. Elke twee jaar moet hij zich bijscholen, om de organisatie te laten zien dat hij nog wel sturen kan.

Vakantiegangers langs de kant genieten van de zon en het groene heuvelland van het departement Ariège. Het staat er vol met picknicktafels, opgesteld onder de fraaiste boom in de omtrek. Het is Frankrijk op haar mooist.

Bij Le Mas-d’Azil voert de weg door een grot, uitgesleten door de rivier Arize. Buiten cirkelt een bruine roofvogel langs steile rotskammen, binnen is het aardedonker en koel. Op Radio Tour gaat het over 25 renners die zijn ontsnapt, Bauke Mollema daarbij, Robert Gesink ook. En Cluzels favoriet – Julian „Juju” Alaphilippe. In een buitenbocht houdt hij halt, en wacht hij tot het klapperende geluid van helikopterwieken aanzwelt. Als de karavaan in zicht komt, is de chaos compleet.

Bijna-aanrijding

Stationwagens van alle teams met een renner in de kopgroep zoeven van links naar rechts over het wegdek. Dit is het kloppend hart van de Tour. Lege bidons vliegen door de lucht. Ploegleiders rijden zoals ze voorheen koersten: vechtend voor elke centimeter. Ze toeteren, schampen elkaar geregeld. Twee keer gaat het bijna mis: Nico Verhoeven (Lotto-Jumbo) rijdt bijna een gendarme op een motor aan, en tijdens een radio-interview door het raam komt Brian Holm (Quick-Step) met zijn wagen in aanraking met de motor van twee Franse journalisten. Ze blijven ternauwernood overeind.

Onderweg naar de Col de Portet d’Aspet wordt het steeds grauwer, maar op een of andere manier cirkelt het parcours precies om de slagregens heen. De genoemde klim, ruim vijf kilometer lang, slaat de kopgroep in stukken. Als de verschillen tussen de renners groot genoeg zijn mogen de motoren met pers, materiaal, en politie één voor één passeren, in hun zoektocht naar de kop van de wedstrijd.

Philippe Gilbert rijdt even aan de leiding, maar even na de top is zijn moment van glorie voorbij. Hij vergist zich in een bocht naar links en tuimelt in de afdaling over een stenen muurtje een paar meter omlaag. Cluzel raast met negentig kilometer per uur langs flikkerende sirenes. Een glimp van Gilbert. Hij staat en kan door. Later stapt hij uit de Tour.

Cluzel gaat net als het peloton met doodsverachting naar beneden, soms stuurt hij zijn motorfiets zo scherp door een bocht dat de voetsteunen aan de zijkant over de grond krassen. Tussen de wagens ruikt het naar verbrand rubber. Deze weg heeft levens geëist, bijvoorbeeld dat van Fabio Casartelli, in 1995. De kopgroep is niet bij te houden. Wielrenners dalen nog harder, gekleed in slechts een lycrapak.

Na de moordende afzink gaat het nog twee keer omhoog. Op de Col de Menté kiezen velen ervoor om in een eigen tempo naar de finish te rijden. Twintig renners fietsen zij aan zij Spanje binnen, met Cluzel in hun zog.

Lees meer over etappe 16: Bergkoning Alaphilippe wint eerste Pyreneeën-rit

Op de Col du Portillon blijven alleen de besten over. Het wegdek is nat, de temperatuur zakt naar twintig graden. Mollema en Gesink klampen aan, maar kunnen Adam Yates niet volgen als hij door het ruige Pyreneeënland naar boven jakkert. Het gebeurt allemaal ver achter de ronkende motoren in de koers, die op deze wegen ver van de renners vandaan worden gehouden.

In de afdaling neemt Yates te veel risico. Hij schuift onderuit. Julian Alaphilippe blijft wel overeind. Als Cluzel via Radio Tour hoort dat zijn favoriete renner aan kop gaat en de zestiende etappe gaat winnen, balt hij een vuist met de hand die eigenlijk om de rem had moeten zitten. De motard is uitzinnig, bij het binnenrijden van Bagnères-de-Luchon. Over de boeren van vanochtend spreekt hij niet meer.

Correctie (25 juli 2018): In een eerdere versie van dit artikel werd foutief gesproken over een bolide (een auto) in plaats van over een motorfiets. Ook werd gesproken van hooi en hooibalen, waar het feitelijk ging om stro en strobalen. Beide punten zijn hierboven aangepast.

    • Dennis Meinema