NRC Checkt: ‘Kind op strand vaker kwijt door smartphone’

Dat meldde de reddingsbrigade in Kijkduin vorige week in de Volkskrant.

Foto Robin Utrecht/ANP

De aanleiding

De vakantie is begonnen en de zon schijnt onophoudelijk. Dus zoekt Nederland afkoeling op het strand. Daar verliezen ouders geregeld hun kinderen uit het oog. Hoe dat komt? „Mensen zitten de hele tijd op hun telefoon”, aldus Mark, senior lifeguard van de Haagse Vrijwillige Reddingsbrigade, in de Volkskrant. „En ondertussen laten ze hun kinderen bij de zee spelen.” De suggestie is dat ouders daardoor vaker hun kinderen kwijtraken. Dat checken we.

Waar is het op gebaseerd?

Het is een waarneming van medewerkers van de reddingsbrigade die zoeken naar een verklaring voor het hoge aantal van vijftig vermissingen in één weekend op het strand van Kijkduin, een seizoensrecord.

En, klopt het?

Je hebt vermissingen en vermissingen. Een ouder die zijn kind op het strand niet meer ziet of een kind dat zijn ouders niet kan terugvinden, telt formeel pas als vermissing als dat langer duurt dan een half uur, zegt Kees Buis, woordvoerder van Reddingsbrigade Nederland. „Als een kind een half uur kwijt is, moeten wij dat officieel melden aan de politie. Vermissingen oplossen is een politietaak.”

Het komt vaker voor dat ouder en kind elkaar binnen een half uur hebben teruggevonden. Het is de bedoeling dat reddingsbrigades dit soort incidenten ook registreren, maar volgens Buis zijn de cijfers daarover niet altijd even betrouwbaar. Niet iedere regio registreert op dezelfde manier.

Ook Buis, werkzaam op het strand bij IJmuiden, ziet dat smartphone en tablet op het strand krant, tijdschrift en boek hebben verdrongen. Hij denkt dat smartphones sneller de aandacht afleiden van ouders en daarom kan hij zich wel iets voorstellen bij de stelling van de strandwachten in Kijkduin. „Maar het lijkt me niet mogelijk om een causale relatie te leggen tussen de smartphone en vermissingen”, zegt Buis. „We doen eigenlijk nooit onderzoek naar de achtergrond van een vermissing.” Er zijn dus geen harde cijfers.

Buis heeft wel gegevens over het aantal vermissingen in de zomermaanden dat de reddingsbrigades tussen 2012 en 2017 hebben doorgegeven aan de politie. In 2012 lag dat op 1.509, vorig jaar op 329. Wat je daaruit kunt afleiden is volgens Buis niet helemaal zeker. „Het weer is natuurlijk bepalend voor het aantal bezoekers en dus voor het aantal vermissingen. Daar zijn de cijfers niet voor gecorrigeerd. Tijdens een goede zomer worden die cijfers weer beïnvloed door het weer in het weekend.”

Toch is de trend onmiskenbaar: het aantal vermissingen daalt. Sterker nog: dat komt misschien juist dóór de smartphone. Sinds een aantal jaar voeren reddingsbrigades namelijk actief campagne voor een polsbandje bij kinderen met daarop het mobiele nummer van een ouder. „Dat helpt echt”, zegt Buis. „Het is makkelijker om ouders snel te vinden. En door dat bandje zijn mensen zich ook bewust van de risico’s. Daardoor letten ze beter op.”

Tot slot zijn er cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek over verdrinkingen in Nederland. Die cijfers hebben niet alleen betrekking op recreatie en strandbezoek. Ook hier een dalende trend. Verdronken in 1996 nog ruim twee op de 100.000 kinderen tussen nul en vijf jaar, in 2015 was dat minder dan een kind per 100.000, ook onder jongeren tot 15 jaar is de trend dalend. Voor volwassenen is het cijfer stabiel. Alleen bij 65-plussers is sprake van een stijging sinds 1996.

Conclusie

Dat ouders worden afgeleid door smartphones lijkt evident, maar een relatie met het aantal vermiste kinderen is niet aan te tonen. Gezien de daling van het aantal vermissingen zou de smartphone zelfs een positief effect kunnen hebben. Toch is ook dit nog niet te bewijzen. We beoordelen de stelling als niet te checken.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt
    • Jan Meeus