Opinie

    • Maxim Februari

In een gestroomlijnde wereld geen champagne

Vroeger. Vroeger! Vroeger was er literair meesterschap. Reuzen torenden hoog boven het cultuurlandschap uit. Maar tegenwoordig? Helaas is bij mijn recente verhuizing een mapje verloren gegaan met de misprijzende antwoorden van literair recensenten op die vraag, maar sinds het verlies van dat mapje heb ik alweer nieuwe antwoorden verzameld.

„Onder hedendaagse auteurs lijkt een mode te heersen van afgemeten proza, rechtlijnig als een filmscript. De handeling wordt helemaal uitgeschreven, zonder iets aan de lezer te laten. Het is in alle facetten eenduidig.” „Zelden heb ik zo naar die reuzen verlangd als in 2017, toen ik als lid van de jury van de Libris Literatuurprijs meer dan tweehonderd romans moest beoordelen. ‘Geef mij maar een reus!’ riep ik soms wanhopig als ik het zoveelste tweeballenboek uit had.” Aldus de literair recensenten.

Het moet toch ergens door komen, denk je dan als lezer. Hoe komt het dat er vroeger, vroeger, zo fenomenaal werd geschreven? En dat het hedendaagse proza zo verschrikkelijk tekortschiet? Iets in het eten? Iets structureel mis met de maatschappij? Waarom neuriede de dichter Tennyson vroeger „my dove, my dear” en zong Christina Rossetti „my heart is like an apple tree”, en waarom neuriet niemand tegenwoordig dat nog, vroeg Virginia Woolf zich al af. Is het de moderniteit?

Lees ook de reactie van literair redacteur Thomas van Veen: Ook onze tijdgeest inspireert tot meesterwerken

Het is de saaiheid, zeggen de trendwatchers. De Tour de France is saai, het Franse voetbal is saai. Er wordt tegenwoordig niet meer gespeeld. Er wordt in Nieuwspoort niet meer gedronken. „Vroeger ging het er ruig aan toe. De fles kwam rond het middaguur op tafel”, schrijft Thijs Niemantsverdriet in NRC. En nu? „In het Kamergebouw zelf vloeit amper nog drank. Om met kelner Rob te spreken: ‘Wat we vroeger in een week schonken, schenken we nu niet eens in een jaar.’” De kunst in de openbare ruimte is saai, schrijft Joke de Wolf in Trouw. „Nederland hád een voorbeeldfunctie in de wereld. Die is het nu kwijt.” Wat rest in het landschap: Daan Roosegaarde en brave beelden van risicoloze dieren.

Het is bezuiniging, zegt de een. Het is verzakelijking, zegt de ander. Het is een optelsom van het een en het ander, zeg ik. Een afnemend geloof in avontuur. Als je vroeger (vroeger!) een literair klusje deed voor de een of ander, kreeg je borrels en roddels en artistieke vergezichten. Nu krijg je drie strenge mails. Eén met de publicatievoorwaarden. Eén om je, ‘wellicht ten overvloede’ te herinneren aan de deadline. Eén omtrent de ‘factuur’. Spreek je jonge schrijvers, dan rillen ze van angst voor de strenge redacties, de commerciële druk, het verbod om te rommelen. Twee misprijzende recensies, een tegenvallende verkoop en je leven is voorbij.

Het is angst. Het is dwang. Het is het misleide geloof dat je mensen tot perfectie kunt verplichten. Met toezicht. Voorwaarden. Formulieren. Zelf kreeg ik definitief de schrik te pakken toen ik dit jaar een paar keer met studenten ging spreken. Om mijn reiskosten te vergoeden wilden de universiteiten niet alleen mijn paspoort zien, ze wilden als bewijs van de kosten ook nog eens een pdf van de opgave van gereden kilometers via afstandberekenen.nl. Naar de jeugd gekomen om in gesprek te gaan over tedere onderwerpen, had ik dat tedere spreken net zo goed kunnen laten. Het systeem deed alle tederheid ogenblikkelijk teniet.

Lees ook het essay van Floor Rusman: Nee, je bent nog niet te oud, ook volwassenen willen spelen

Het zijn de boze burgers. Die vertrouwen niets en niemand meer en willen van alles bewijs. Controle, toezicht. Boekhoudkundige terreur. Het zijn u en ik; wij geloven heilig in de verzakelijking die zal leiden tot de volmaakte samenleving. Ziekte en misdaad uitgebannen. Ondeugd geëlimineerd. En om die perfectie te bereiken leggen wij onszelf de verplichting op pdf’s te maken van afstandberekenen.nl. De verplichting om alles droog te leggen; we houden onszelf goed in de smiezen.

We spelen niet meer, zei Johan Huizinga voor de Tweede Wereldoorlog. We neuriën niet meer, zei Virginia Woolf na de Eerste Wereldoorlog. Als wij op onze beurt in onze eigen tijd niet meer tintelen, als de champagne niet meer stroomt en de fonteinen niet meer spuiten, dan beschrijven die rechtlijnige romans van tegenwoordig dat geniaal.

Dit jaar heb ik veel gesprekken aangehoord over kunst en literatuur en ik ben ervan overtuigd geraakt dat over honderd jaar de eenduidigheid van het hedendaagse proza zal worden gewaardeerd als een weergaloze neerslag van de huidige cultuur. Een cultuur die niet meer neuriet, die jonge mensen niet meer uitnodigt tot experimenteren in de openbare ruimte en het landschap, maar die ze terroriseert met studieschulden, literaire voorschotten, boekhoudprogramma’s, oplagecijfers, leesminuten, bestsellerlijsten, recensiesterren, recensieballen – en ze vervolgens verwijt eenduidig te zijn.

Maxim Februari is jurist en schrijver, maximfebruari.nl.
    • Maxim Februari