Het meest gemotiveerd, maar geen cursus voor tijdelijk personeel

Rapport

Tijdelijke werknemers zonder uitzicht op een vast contract hebben veel minder kans een cursus of opleiding te volgen.

Werkgevers hebben een belang bij scholingsbeleid stelt het rapport. Foto Istock

Het zijn sombere conclusies die deze dinsdag naar buiten komen over de scholing van werknemers. Mensen met een tijdelijk contract zijn het meest gemotiveerd, maar krijgen van hun baas de minste kansen om cursussen te volgen, concludeert het Researchcentrum Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA).

Al jaren benadrukken economen en de overheid dat mensen ook ná hun studie moeten blijven leren. Vooral omdat de pensioenleeftijd stijgt, waardoor loopbanen langer duren. Maar ook omdat de arbeidsmarkt snel verandert. Er verdwijnen banen – in administratieve beroepen bijvoorbeeld – en op andere plekken komt er juist werkgelegenheid bij, zoals in de ICT en de zorg.

Daarom zou het steeds belangrijker worden dat mensen hun kennis en vaardigheden op peil houden. Ook, of misschien wel juist als ze geen vast contract hebben. Het percentage werkenden met een vast dienstverband is sinds 2003 gedaald van 73 naar 61 procent, volgens CBS-cijfers.

Lees ook: Nederland is kampioen in flexwerken. Is dat erg?

Nu blijkt uit het ROA-rapport dat tijdelijke werknemers zonder uitzicht op een vast contract 40 procentpunt minder kans hebben om een cursus of opleiding te krijgen dan hun collega’s met een vaste aanstelling. Als zij wél uitzicht hebben op een vast contract, is die kans groter, maar nog steeds 10 procentpunt minder dan werknemers in vaste dienst. Het rapport is onder meer gebaseerd op een enquête onder ruim duizend werkgevers.

Juist deze tijdelijke werknemers zijn het meest gemotiveerd om zich te laten bijscholen, ontdekte het ROA. Ze zijn vaker dan het vaste personeel bereid om zelf geld bij te leggen of vrije tijd in te leveren.

Maar zelfs als tijdelijke krachten veel eigen geld bijleggen, zijn werkgevers nog fors minder bereid om hen een cursus te laten volgen dan vaste werknemers die géén geld bijleggen.

Dat is slecht nieuws, volgens hoogleraar economie en ROA-directeur Andries de Grip. Niet alleen voor de groeiende groep flexwerkers, maar ook voor de werkgevers. Op de lange termijn is het in hun eigen belang om tijdelijke werknemers bij te scholen, zegt De Grip. „Als je dat nalaat, merk je op een gegeven moment dat hun competenties niet meer op peil zijn en dan gaan ze voor de sector verloren.” Daarnaast is een royaal scholingsbeleid een aantrekkelijke arbeidsvoorwaarde, zegt De Grip. Erg handig in deze tijden van personeelstekorten.

Het ROA beschrijft dat laagopgeleide werknemers minder scholing volgen dan hoogopgeleiden. Dat lijkt vooral te komen doordat ze zelf minder gemotiveerd zijn.

Ook oudere werknemers volgen minder cursussen. Bij hen ligt het aan hun eigen motivatie én die van hun baas. De Grip denkt dat werkgevers een te slecht beeld hebben van de motivatie en het leervermogen van 60-plussers. „Dat is tegenwoordig heel anders dan vijftien jaar geleden.” Ook hier geldt: werkgevers hebben zelf belang bij een ruimhartig scholingsbeleid. Ouderen voelen zich meer erkend als de baas cursussen aanbiedt die zij goed kunnen gebruiken, zegt De Grip. „En dat is ook interessant voor veertigers. Die zien dan: dit is goed, bij dit bedrijf wil ik blijven. Het bindt mensen aan je organisatie.”

Lees ook dit artikel over de stijgende pensioenleeftijd: Langer werken? Blijf leren!
    • Christiaan Pelgrim