Recensie

Door de sneeuw naar papa

Arthouse Het Frans-Japanse ‘Takara, la nuit où j’ai nagé’ is een masterclass in het naturel in beeld brengen van een jong kind.

Takara (Takara Kogawa).

Om midden in de huidige warmte en droogte Takara, la nuit où j’ai nagé (‘Takara, de nacht dat ik ging zwemmen’) uit te brengen, is een sterk staaltje ‘tegenprogrammering’. De film van het Japans-Franse regisseursduo Kohei Igarashi en Damien Manivel speelt zich af in het winterse landschap van Aomori, de provincie met de meeste sneeuw van Japan. De zesjarige Takara (Takara Kogawa) besluit op een dag niet naar school te gaan, maar om een tekening te gaan brengen naar zijn vader, die in een verderop gelegen stad bij een vismarkt werkt. Daartoe baant hij zich een weg door pakken sneeuw, verliest een handschoen en neemt moederziel alleen de plaatselijke boemeltrein, die hem naar zijn vader moet brengen.

De filmmakers volgen Takara minutieus bij zijn omzwervingen. Ze geven een ware masterclass in het naturel in beeld brengen van een jong kind. Maar Takara heeft meer te bieden dan alleen een intieme, kleine roadmovie. Gaandeweg blijkt dat de makers gaten laten vallen in hun eenvoudige plot. De kijker begint te twijfelen aan wat hij ziet. Er doen zich wendingen voor in het verhaal die niet goed te plaatsen zijn. Maar de toeschouwer heeft ook geen conventionele aanwijzingen gekregen dat de film zich afspeelt in een droomwereld. Dat is een radicale keuze, gewend als we zijn aan films die – of ze nu realistisch of fantastisch zijn – in iedere geval consistent zijn in hun opbouw. Takara bevindt zich in een realistische wereld noch in een magische droomwereld, maar ergens daartussenin; in de belevingswereld van een zesjarige. De titel zet de kijker al meteen op het verkeerde been, want de film speelt zich grotendeels overdag af, en Takara gaat ook niet zwemmen.

    • Peter de Bruijn