Recensie

De fysieke uitputting van twee illegale Rohingya-vluchtelingen

Drama Of je nu voor oorlog wegvlucht of door de oorlog niet kunt werken en vertrekt, de Myanmarese filmmaker Midi Z laat zien dat het resultaat hetzelfde is: een leven als illegaal in de marge.

Wu Ke-Xi en Kai Ko inThe Road to Mandalay.

Door de dreiging van een nieuwe burgeroorlog en de honderdduizenden islamitische Rohingya-vluchtelingen is Myanmar de laatste jaren weer in het nieuws. Dat was nog niet zo sterk toen de Myanmarese filmmaker Midi Z (1982) in 2016 in zijn derde speelfilm liet zien hoe het zijn landgenoten in buurland Thailand vergaat. De protegé van veteraan Hou Hsioa-hsien (o.a. The Assassin, 2015) focust vooral op economische vluchtelingen, en het openlijke racisme dat ze moeten weerstaan. Hun voorgeschiedenissen doen er voor hem niet toe. Want of je nu voor oorlog wegvlucht of door de oorlog niet kunt werken en daarom vertrekt, hij wil laten zien dat het resultaat hetzelfde is: een leven als illegaal in de marge, gevangen in een corrupt bureaucratische handel in legitimatiebewijzen waardoor je uiteindelijk gedwongen wordt je identiteit op te geven.

In de observerende slow cinemastijl van de (Aziatische) artfilm giet hij het verhaal van Guo en Liangqing in dat van een onmogelijke liefdesgeschiedenis. We hebben dit eerder gezien, en veel blijft impliciet. Toch vertelt Midi Z niet zomaar een verhaal: ook zijn broers en zussen vertrokken naar Thailand. Dat verklaart vast waarom hij zoveel oog heeft voor de kleinste details van hun deplorabele woon- en werkomstandigheden. En waarom hij, in de beste momenten van de film, dat realisme kan verheffen tot doorvoelde en soms surrealistische beelden van fysieke uitputting en uitbuiting.

    • Dana Linssen