Arts berispt om euthanasie bij ernstig demente patiënt

Levenseinde Het tuchtcollege stelt in de uitspraak dat er „geen ruimte voor interpretatie” is bij een onduidelijk opgesteld euthanasieverzoek.

Euthanasie bij mensen met dementie komt regelmatig voor. Vorig jaar gebeurde dat 166 keer op ruim 6.500 euthanasiegevallen, aldus toetsingscommissies. De agenda op de foto houdt geen verband met de zaak uit het artikel. Foto Roos Koole/ANP

Het regionaal tuchtcollege voor de gezondheidszorg in Den Haag heeft een verpleeghuisarts berispt voor het onzorgvuldig uitvoeren van euthanasie bij een ernstig dementerende vrouw. De euthanasieverklaring van de vrouw was te onduidelijk om aan de hand daarvan euthanasie te verlenen, aldus de tuchtrechter.

Ook had de verpleeghuisarts op de dag van de euthanasie niet mogen verzwijgen dat de patiënt ter dood gebracht zou worden. Dat de arts een slaapmiddel door de koffie van de demente vrouw roerde om haar rustig te krijgen, had ze ook moeten proberen te overleggen met de patiënt.

De uitspraak van het tuchtcollege was op een aantal punten zeer principieel. Zo maakte de tuchtrechter duidelijk dat er „geen ruimte voor interpretatie” is bij een onduidelijk opgesteld euthanasieverzoek. In dit geval had de vrouw, een oud-kleuterleidster, in haar euthanasieverklaring beschreven dat ze dood wilde als ze in een verpleeghuis terecht kwam. Maar in dezelfde verklaring staat dat ze euthanasie wilde als ze daar „zelf de tijd voor rijp acht” en pas wanneer ze daar zelf om verzoekt.

De verpleeghuisarts woog het feit dat de vrouw niet in een verpleeghuis wilde terechtkomen zwaarder dan de passages over dat de patiënt er nog zelf om wilde vragen. Het was voor de verpleeghuisarts duidelijk dat de vrouw verschrikkelijk leed in het verpleeghuis. Ze doolde ’s nachts rond, op muren bonkend, roepend om haar echtgenoot. Ze sloeg, krabde en beet het personeel soms.

Zo had deze vrouw niet willen leven, oordeelde de verpleeghuisarts. Dit was „ondraaglijk” en „uitzichtloos” lijden – gronden voor euthanasie zoals beschreven in de euthanasiewet. Communiceren over de wilsverklaring met de patiënt was volgens de arts bovendien niet meer mogelijk, omdat ze zo dement was dat ze niet meer begreep wat euthanasie inhield.

Lees ook de reconstructie van NRC over deze zaak

Waarschuwing aan samenleving

Maar zelf een weging maken van een onduidelijk opgesteld euthanasieverzoek bij een dusdanig demente patiënt mag niet, maakte de tuchtrechter duidelijk. Want het was feitelijk niet meer te achterhalen wat de oud-kleuterleidster bedoelde: wilde ze euthanasie als ze in een verpleeghuis kwam, of pas als ze daar zelf om verzocht?

Daarmee kwam de arts in de knel met een andere voorwaarde voor euthanasie die de wet stelt, namelijk dat het moet gaan om een „vrijwillig en weloverwogen” verzoek. Persrechter Renate Dozy legde na afloop uit dat de uitspraak wat dat betreft is bedoeld als waarschuwing aan de samenleving: „Een euthanasieverklaring moet kraakhelder zijn.”

De euthanasiewet uit 2002 biedt ruimte om euthanasie te verlenen aan ernstig demente mensen. Dat kan dan alleen als zij een duidelijke, schriftelijke wilsverklaring hebben opgesteld. Maar, zo maakte de tuchtrechter duidelijk, er moet altijd ook nog naar een demente patiënt worden geluisterd. Andersom kan het namelijk ook gebeuren dat een demente patiënt die in een wilsverklaring glashelder heeft omschreven wanneer hij dood wil, daar toch vanaf wil zien. „Een demente patiënt raakt het recht om over diens eigen leven te beschikken niet kwijt”, zei de rechter.

Dat is ook de reden dat de tuchtrechter kritisch is over de manier waarop de verpleeghuisarts de euthanasie heeft uitgevoerd. Aan de patiënt werd niet verteld dat ze die dag euthanasie zou krijgen, volgens de arts omdat het haar alleen onrustig zou maken en zij toch niet meer kon begrijpen wat er gebeurde. Uit de uitspraak blijkt dat een arts altijd moet proberen uit te leggen aan een patiënt wat er gebeurt. Als diegene tegenstribbelt, hoe dement ook, moet de euthanasie worden afgebroken.

De beste bedoelingen

Een berisping is een van de lichtere straffen die een tuchtcollege kan opleggen. De tuchtrechter is namelijk wel van mening dat de verpleeghuisarts, inmiddels met pensioen, met de beste bedoelingen heeft gehandeld. Ze heeft goed contact onderhouden met de familie, die bij de euthanasie aanwezig was, en raadpleegde meerdere deskundigen en andere artsen om tot een beslissing te komen.

De uitspraak heeft grote maatschappelijke betekenis. Het Openbaar Ministerie doet namelijk ook nog een strafrechtelijk onderzoek naar deze zaak, die zich de afgelopen tijd ontwikkelde tot symbool van de medisch-ethische discussie over euthanasie bij gevorderde dementie. De regionale toetsingscommissie euthanasie beoordeelde het handelen van de verpleeghuisarts eerder als ‘onzorgvuldig’.

Het leidde onder meer tot de beweging ‘Niet stiekem bij dementie’, een protest van ruim 200 artsen die duidelijk maakten geen euthanasie te willen verlenen bij vergevorderd demente mensen op basis van een schriftelijke verklaring. Eerder dit jaar stapte een ethicus op bij de regionale toetsingscommissies euthanasie, omdat ze vond dat dementerende mensen te eenvoudig euthanasie wordt verleend.

Op tijd zijn bij dementie

Mirna Oosting, jurist bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, noemde de uitspraak na afloop „belangrijk voor de samenleving”. Steven Pleiter, directeur van de Levenseindekliniek (dat complexe euthanasieverzoeken behandelt) zei dat er „twee lessen” te trekken zijn uit de uitspraak: „De wilsverklaring moet duidelijk zijn. En het is beter er bij dementie op tijd bij te zijn, omdat mensen die ernstig dement zijn niet vaak euthanasie krijgen.”

Vorig jaar kregen 166 mensen met dementie euthanasie. Van hen waren er drie al zo ziek dat ze niet meer wilsbekwaam waren. Dit jaar kwam dat tot nu toe twee keer voor. Er zijn bij het tuchtcollege geen vergelijkbare zaken bekend. De toetsingscommissies beoordeelden het handelen van de arts in de twee zaken waarbij een diep demente patiënt euthanasie kreeg dit jaar allebei als ‘zorgvuldig’.

    • Enzo van Steenbergen