Oudste oorlogsveteraan was 1,65 meter, maar gooide de handgranaat het verst

André du Pon (1912-2018)

André du Pon hielp na zijn pensioen ontslagen mensen aan het werk. Hij kreeg een koninklijke en een militaire onderscheiding.

André du Pon in juni van dit jaar op 105-jarige leeftijd. Foto Ministerie van Defensie

Dat hij de strijd niet zou overleven, wist André du Pon tijdens de meidagen van 1940 bijna zeker. De Duitse militaire overmacht waarmee de sergeant zich geconfronteerd zag, was zo groot dat hij een briefje aan zijn vrouw Annie schreef om haar voor te bereiden op zijn waarschijnlijke dood. Du Pon zou het haar niet kwalijk nemen als ze later een nieuwe man tegenkwam, krabbelde hij.

Maar André du Pon bleef in leven. Heel lang zelfs. Hij was de oudste veteraan van Nederland en kreeg als oudste Nederlander ooit een koninklijke onderscheiding. Maandag overleed hij op 105-jarige leeftijd.

Du Pon, van 18 november 1912, moest zich bij het leger melden toen eind augustus 1939 de Duitse invasie op handen leek. Militaire ervaring had hij al: een paar jaar eerder had hij zijn dienstplicht vervuld. „Ik was met mijn 1,65 meter de kleinste onderofficier, maar ik gooide de handgranaat het verst van iedereen”, zei Du Pon onlangs tegen de Defensiekrant.

Twee dagen vrij

In een ander opzicht was de oproep wel problematisch: Du Pon zou op 20 september trouwen met Annie. Die datum werd een week naar voren gehaald. Terwijl in Polen de eerste gevechten van de Tweede Wereldoorlog woedden, kreeg Du Pon twee dagen vrijaf voor zijn huwelijk. Daarna moest hij terug.

Het zou tot 10 mei 1940 duren voordat ook in Nederland de oorlog uitbrak. In alle vroegte vielen Duitse jachtvliegtuigen in het Gelderse Kesteren de loopgraven aan waar Du Pon met zijn eenheid zat. „Het eerste slachtoffer viel na nog geen tien minuten”, vertelde hij eerder dit jaar tegen de NOS. „Hij werd vanuit de lucht neergeschoten, naast mij.”

Terwijl de eerste gevechten woedden, kreeg Du Pon twee dagen vrijaf voor zijn huwelijk. Daarna moest hij terug.

Duidelijk was voor Du Pon dat Nederland geen kans maakte. „Ons bijzonderste wapen was het Pantser Afweer Geschut, een heel klein kanonnetje. Als je dan de grote kanonnen van de Duitsers zag… Daar bliezen ze heel Nederland mee weg.”

Ook honger was een probleem. Op de tweede dag van de strijd kreeg Du Pons eenheid geen eten. Voedsel van burgers aannemen mochten ze niet, uit angst voor vergiftiging door landverraders. „Toen heb ik een soldaat met een pistool naar het station laten gaan”, vertelde Du Pon vorige maand aan Den Haag FM. Het doel was een automaat met chocoladerepen van Kwatta. „Die hebben ze kapot geschoten. Met die Kwatta-repen konden we ons die dag voeden.”

Grebbeberg

Later werden Du Pon en zijn strijdmakkers naar Vianen gestuurd, nadat ze aanvankelijk het bevel hadden gekregen om naar de Grebbeberg te gaan. Bij de slag om die heuvel vielen ruim vierhonderd Nederlandse doden. Du Pon werd na de capitulatie op 15 mei herenigd met Annie. Het stel kreeg drie kinderen.

Du Pon werkte tot zijn pensioen bij supermarktketen Coop. Ook deed hij tot na zijn honderdste allerlei soorten vrijwilligerswerk en richtte een reïntegratiebureau op waarmee hij bijna duizend ontslagen Coop-medewerkers weer aan een baan hielp.

In april werd Du Pon benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau. Hij ontving toen ook het Mobilisatie-Oorlogskruis. „Daar werd ik toch door getroffen”, zei hij tegen de NOS. „De herinneringen van vroeger kwamen weer boven.”

Eind juni zou Du Pon eregast zijn bij Veteranendag in Den Haag. Dat bezoek ging niet door nadat zijn artsen het hem hadden afgeraden. Eerder had hij tegen Den Haag FM nog gezegd hoe belangrijk het is om veteranen te eren. „Wij als burgers zijn ons vaak niet bewust van wat deze mensen ondervonden hebben.”

    • Vincent Sondermeijer