Opinie

    • Ido Weijers

Zitzak in een jeugdcel? Een slecht idee

Probeer cellen niet ‘kindvriendelijk’ te maken, schrijft Stop liever met het opsluiten van kinderen om futiliteiten.
Een kindvriendelijke politiecel in Borne. Foto Marcel van den Bergh

‘Speciale cel nodig voor kinderen’, kopte NRC op 18 juli. Volgens de krant eisten de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten (NVSA), de Vereniging van Nederlandse Jeugdrechtadvocaten, de Kinderombudsman en Defence for Children dat er ‘kindvriendelijke’ politiecellen komen voor kinderen ‘die na hun arrestatie moeten worden opgesloten’. Deze gezamenlijke actie is een gevolg van de column van journalist Toine Heijmans in de Volkskrant waarin hij verslag deed van het feit dat zijn 13-jarige zoon 6,5 uur lang in een politiecel was vastgehouden vanwege het stelen van een pak koekjes. Dat stuk bracht een pittige discussie over deze politiepraktijk op gang. Ook Defence for Children pleit al sinds jaar en dag voor aanpassing van dergelijke onacceptabele situaties. Het is zonder meer verheugend dat er nu naar aanleiding van de column op dit punt een bredere beweging op gang lijkt te komen.

Volgens de voorzitter van de NVSA is het goed als de politie nadenkt over alternatieven. De titel en strekking van het stuk in NRC was dat er in elk geval zou moeten worden gezorgd voor een ‘kindvriendelijke’ cel. Daarbij gaan de gedachten naar een vrolijke ruimte waarbij worden genoemd een picknicktafel, een zitzak en Donald Ducks, zoals de ophoudruimte in sommige rechtbanken is ingericht. De Volkskrant meldde dezelfde dag dat op sommige plaatsen wordt geëxperimenteerd met een aparte ‘kindercel’.

Dat zijn absoluut goedbedoelde suggesties, maar ze wijzen in de verkeerde richting. Het uitgangspunt dient helder te zijn: de cel hoeft niet aangepast maar het vastzetten van kinderen voor een flutdelict dient gestopt. Een minderjarige verdachte van een flutdelict hoort simpelweg niet in een cel, ook niet in een opgeleukte cel. Dat kind lever je thuis af met een vermaning in het bijzijn van de ouders of laat je op het bureau door de ouders ophalen, waar kind (en ouders) eveneens een vermaning van een politieagent in vol ornaat mogen incasseren. En gaat het om een verdenking van een iets zwaarder delict, dan dient de jeugdige zich de volgende dag met een advocaat te melden op het politiebureau. Vasthouden in een politiecel past alleen bij een serieuze verdenking van een ernstig misdrijf en bij een jeugdige recidivist. Daar hoeft echt geen aparte ‘kindercel’ voor te worden ingericht.

Geen kinderen in de cel, tenzij... dat is de regel en daar dient men naar te handelen

De leidende gedachte van het Kinderrechtenverdrag (artikel 40 lid 3b) op dit punt is dat bij kinderen juridische stappen tot het uiterste moeten worden vermeden. Dit was ook nog niet zo lang geleden de vaste overtuiging bij politie en Openbaar Ministerie. Daar is de afgelopen decennia nogal wat verandering in gekomen. Met de sluiting van veel bureaus Kinderpolitie sinds de jaren zeventig kwam het jeugdspecialisme onder druk te staan. Dit sneuvelde definitief bij de ingrijpende reorganisatie van de politie in 1994, waarbij de gedachte leidend werd dat politiemensen algemeen inzetbaar moesten zijn. Deze ontwikkeling sloot naadloos aan bij de verharding die het jaar daarop onmiskenbaar is opgetreden met de herziening van het jeugdstrafrecht.

Maar zie, daar heeft nu juist recent een nieuwe verandering plaatsgevonden! Sinds 1 december 2017 is namelijk de nieuwe Richtlijn strafvordering jeugd 2016 van kracht waarin is opgenomen dat eenvoudige en lichte strafbare feiten door de politie door middel van een reprimande buiten het justitiële circuit kunnen worden gehouden. Per ommegaande dienen alle politie- en parketmedewerkers hier dan ook op te worden gewezen. Niks aparte kindercel; geen kinderen in de cel, tenzij... dat is de regel en daar dient men naar te handelen.

Lees ook: 13-jarige steelt blikje fris: urenlang de cel in

Overigens moeten ook vanuit een heel andere, helemaal niet-pedagogische invalshoek, namelijk vanuit het oogpunt van efficiëntie, vragen worden gesteld bij het vasthouden van kinderen op het politiebureau. Waar is de politie in zo’n geval nu eigenlijk mee bezig? In een organisatie die zoals bekend voortdurend menskracht tekort komt om alle aangiftes in behandeling te nemen en om voldoende tegenwicht te bieden aan de zware en georganiseerde criminaliteit wordt veel werk gemaakt van de vervolging van kattenkwaad? Laten we ons realiseren dat uit zelfrapportages blijkt dat de meeste kinderen wel eens een of tweemaal over de schreef gaan. ‘Hormonale criminaliteit’, zoals de bekende jeugdofficier van justitie in Twente, Carlo Dronkers, dit noemt. Als we ons daarbij realiseren dat de pakkans bij kinderen werkelijk extreem klein is, dan krijgt de energie die aan typische kinderdelicten wordt besteed – te vroeg vuurwerk afsteken, snoep of mascara jatten uit de supermarkt, fikkie steken, vechtpartijtje – een ronduit bizarre betekenis. Daarbij komt nog eens dat de kans dat een kind dat eenmaal is opgepakt bij de politie terugkeert, zeer gering is. En wellicht is het voor die paar procent die meerdere malen terugkeert juist minder verstandig om te koersen op het inrichten van een aparte cel met zitzak en Donald Ducks.

    • Ido Weijers