Ze besefte niet dat ze euthanasie kreeg

Euthanasie bij gevorderde dementie De tuchtrechter spreekt zich deze dinsdag uit over een bepalende euthanasiezaak: is een verpleeghuisarts te ver gegaan bij de euthanasie van een diep demente vrouw?

Wilsverklaring en reanimeer-mij-niet penning. Foto Roos Koole/ANP

Een verpleeghuisarts drinkt koffie met een oud-kleuterleidster op leeftijd en haar familie. Het is ochtend, de sfeer is op dat moment goed. Maar de voormalig kleuterleidster is diep dement en het grootste deel van de dag heel ongelukkig. Ze heeft nooit in een verpleeghuis willen wonen, maar verblijft daar nu toch al zeven weken. Haar man kan na een bezoek alleen weg als de vrouw wordt afgeleid door het personeel. ’s Nachts bonkt ze op ramen en deuren, schopt ze tegen muren, schreeuwend om haar echtgenoot. Als de verpleging haar probeert te kalmeren krabt, schopt en bijt ze soms.

De vrouw weet niet dat deze ochtend een sterk slaapmiddel in haar koffie is gedaan. Als ze versuft raakt, wordt ze op bed gelegd. De vrouw is nog niet helemaal in slaap en krijgt daarom een prikje. Ze vloekt, roept „au” en valt daarna in slaap. Er wordt een infuus aangebracht. Even lijkt de verpleeghuisbewoonster wakker te worden. Ze richt zich op, maakt een beweging met haar arm en kijkt met verschrikte ogen naar het infuus. Haar familie legt haar zachtjes terug op bed. De verpleeghuisarts dient een euthanaticum toe. Korte tijd later is de vrouw overleden.

‘Beroepsnormen overschreden’

Het regionaal tuchtcollege voor de gezondheidszorg in Den Haag doet deze dinsdag uitspraak in een zaak die de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd heeft aangespannen tegen de verpleeghuisarts. De inspectie vindt dat de arts beroepsnormen heeft overschreden door euthanasie te verlenen aan deze dementerende, niet-wilsbekwame vrouw. Het was volgens de inspectie onvoldoende duidelijk of de vrouw in een situatie was gekomen waarin ze euthanasie wilde. De inspectie neemt het de arts bovendien kwalijk dat op de dag van het overlijden niet aan de vrouw is verteld dat ze euthanasie zou krijgen. De verpleeghuisarts kan door de tuchtrechter in het uiterste geval worden geschrapt uit het artsenregister, al is zij inmiddels met pensioen.

De euthanasie werd in 2016 uitgevoerd. Sindsdien heeft de zaak zich ontwikkeld als middelpunt van de medisch-ethische discussie over euthanasie bij vergevorderde dementie. Het Openbaar Ministerie kondigde vorig jaar een strafrechtelijk onderzoek aan naar dezelfde zaak. Dat onderzoek loopt parallel met deze tuchtzaak. Het OM laat weten dat de zaken „los van elkaar staan” en dat nog een besluit genomen moet worden over eventuele strafrechtelijke vervolging.

De regionale toetsingscommissie euthanasie, die alle uitgevoerde euthanasiegevallen onderzoekt, oordeelde eerder al wel dat de verpleeghuisarts „onzorgvuldig” zou hebben gehandeld. In de uitspraak is de commissie kritisch over de manier waarop de arts het euthanasieverzoek van de vrouw heeft beoordeeld. Het door de koffie roeren van het slaapmiddel wordt in het oordeel bovendien gekwalificeerd als „heimelijk”.

Lees ook: artsen protesteren tegen euthanasie bij dementerenden die wilsonbekwaam zijn.

Het leidde tot veel ophef. In februari vorig jaar publiceerden ruim tweehonderd artsen een advertentie waarin ze schrijven „morele weerzin” te voelen tegen euthanasie bij vergevorderd dementerenden. Het voelt voor hen als het beëindigen van „het leven van een weerloos mens”. In januari van dit jaar stapte ethicus Berna van Baarsen op als lid van de regionale toetsingscommissie euthanasie, omdat ze vindt dat euthanasie bij wilsonbekwame, demente mensen geenszins te rechtvaardigen is.

Ondraaglijk en uitzichtloos

Het komt regelmatig voor dat dementerende mensen euthanasie krijgen. Vorig jaar gebeurde dat 166 keer (op een totaal van ruim 6.500 euthanasiegevallen), volgens cijfers van de toetsingscommissies. Het is wél uitzonderlijk dat iemand die zo dement is dat diegene niet meer ‘wilsbekwaam’ is, zoals de oud-kleuterleidster, euthanasie wordt verleend. Dat kwam vorig jaar drie keer voor, dit jaar tot nu toe tweemaal.

Uitgangspunt bij het uitvoeren van een euthanasieverzoek is dat de arts tot de overtuiging moet komen dat iemand „ondraaglijk” en „uitzichtloos” lijdt en diegene het verzoek tot levensbeëindiging vrijwillig doet. Het is niet per se verboden euthanasie te verlenen aan iemand die niet meer wilsbekwaam is, als diegene eerder een schriftelijk euthanasieverzoek (‘wilsverklaring’) heeft opgesteld.

Maar hoe beoordeel je als arts een schriftelijk euthanasieverzoek zonder dat je er nog met de patiënt over kunt communiceren? Op een moment dat de patiënt soms niet eens meer beseft wat euthanasie betekent?

In de pleitnota’s van zowel de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd als van de (advocaat van de) verpleeghuisarts staat beschreven dat er behoefte is aan duidelijkheid voor artsen. „Artsen raken in dubio terwijl ze toch een beslissing moeten nemen. De inspectie hoopt dat de artsen met uw oordeel meer duidelijkheid krijgen”, schrijft de inspectie. Advocaat Mieke de Die van de verpleeghuisarts schrijft: „Verweerster hoopt oprecht dat deze casus ook iets voortbrengt. Namelijk een verder debat over de complexe juridisch-ethische afwegingen over euthanasie bij wilsonbekwame patiënten.”

In een interview met NRC sprak Jacob Kohnstamm, voorzitter van de toetsingscommissies euthanasie, zich uit over euthanasie bij ernstig dementerenden.

Traumatische herinneringen

De oud-kleuterleidster kreeg vier jaar voor haar overlijden de diagnose alzheimer. Dat kwam in haar familie ook veel voor. De vrouw had naar eigen zeggen „traumatische herinneringen” aan de aftakeling van haar moeder. Kort na de diagnose stelde de vrouw een wilsverklaring op. „Ik wil beslist niet geplaatst worden in een instelling voor demente bejaarden. Ik wil een menswaardig afscheid nemen van mijn dierbare naasten”, schreef de vrouw.

Een jaar voor haar dood, toen ze nog wilsbekwaam was, paste de vrouw haar verklaring op een paar punten aan. Ze wil, schrijft ze, euthanasie op het moment dat ze daar „zelf de tijd voor rijp acht”. En: „Vertrouwende, tegen de tijd dat de kwaliteit van mijn leven zodanig slecht is geworden, dat op mijn verzoek euthanasie zal worden toegepast.”

Huisarts laat moment voorbij gaan

Daarna komen de vrouw en haar familie in een situatie terecht die euthanasie bij gevorderde dementie zo moeilijk maakt. De huisarts wist dat de vrouw euthanasie wilde, maar laat het moment voorbijgaan dat zij daar zelf nog over kan communiceren. Op een gegeven moment zegt de vrouw de ene keer dat ze dood wil, maar een volgende keer dat het „nog te vroeg” is.

Twee maanden voor het overlijden gaat het niet meer thuis. De vrouw komt in een verpleeghuis. De arts van het verpleeghuis, die later de euthanasie zou uitvoeren, wordt door de echtgenoot van de vrouw op de hoogte gebracht van het euthanasieverzoek en begint de vrouw te observeren. Ze komt tot de overtuiging dat de vrouw „ondraaglijk” en „uitzichtloos” lijdt. Twee artsen die ze om een second opinion vraagt, zijn het met haar eens.

‘Ik wil dood’

Ook de familie van de vrouw is niet tegen de euthanasie. De dochter heeft in een getuigenverhoor verklaard dat haar moeder een dag voor het overlijden een helder moment had en toen gezegd zou hebben dat ze wilde sterven. „Ik weet dat ik ziek ben, ik weet dat ik niet meer beter word. Ik wil dood”, zou de vrouw hebben gezegd.

De Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd wijst er desondanks op, net als eerder de toetsingscommissie al deed, dat in de wilsverklaring staat dat de vrouw euthanasie wilde „wanneer zij daar zelf de tijd rijp voor achtte” en dan alleen „op haar verzoek”. De inspectie vindt dat op de dag van uitvoering nog eens tegen de vrouw gezegd had moeten worden dat euthanasie zou worden verleend. De inspectie schrijft: „Zij wilde de regie houden en zelf het moment bepalen waarop de euthanasie zou worden uitgevoerd. Zij heeft daarop nooit om uitvoering van de euthanasie verzocht en toch is euthanasie bij haar uitgevoerd.”

De verpleeghuisarts ziet in dat het beeld dat de uitvoering van de euthanasie oproept „schrik aanjaagt”. Toch gaat zij ervan uit dat de klacht ongegrond wordt verklaard. Advocaat Mieke de Die: „Als mensen zonder kennis van de details naar deze zaak kijken, rijst gemakkelijk het beeld van een dokter die een willoze, demente vrouw mogelijk tegen haar zin van het leven beroofd heeft.”

‘Niet heimelijk’

Desondanks was het voor de arts duidelijk dat de vrouw in een situatie was beland die ze niet wenste, schrijft de advocaat. De arts wilde de vrouw op de dag van de euthanasie niet extra prikkelen door nog te vragen naar haar wensen of voor te leggen dat er een slaapmiddel in haar koffie werd gedaan.

Het is, zo stelt de advocaat, „niet heimelijk” verlopen. Enige uitleg zou de vrouw volgens de verpleeghuisarts niet meer hebben begrepen, omdat ze al zo dement was. „Het is niet omdat zij patiënte het niet wilde zeggen en uitleggen, maar omdat zij het niet meer aan patiënte kón uitleggen.”

De tuchtrechter doet deze dinsdag vanaf 11.00 uur uitspraak. Op nrc.nl doen we verslag van de uitspraak en de reacties.
    • Enzo van Steenbergen