Opinie

    • Ilja Leonard Pfeijffer

Wat wil het personage?

Terwijl de president van de Verenigde Staten in vijf dagen de wereldorde veranderde en in eigen land duidelijk werd waarom we Stef Blok liever inzetten als een commies die tot achter de komma beleid implementeert dan als een visionair denker die inspireert met duizelingwekkende vergezichten, verkeerde ik in een zelfverkozen dubbele ballingschap die ver verwijderd was van deze ontwikkelingen. Ik had mijzelf, als een soort omgekeerde Dante, verbannen naar Florence om mijn vriendin gezelschap te houden die daar onderzoek moest doen. En tegelijkertijd was ik niet in Florence, maar in mijn eigen fictieve wereld, want ik probeerde de tijd die mijn vriendin in de bibliotheek doorbracht te benutten door vorderingen te maken met de roman die ik aan het schrijven ben en op termijn een boek aan die bibliotheek toe te voegen. Het was misschien maar beter ook dat ik niet echt met mijn volle aandacht in Florence kon zijn, want de combinatie van hitte en massatoerisme is niet in alle opzichten even gelukkig. Die onaangename werkelijkheid kwam van pas voor mijn boek, dat wel, in dat opzicht zat ook ik onderzoek te doen, want mijn roman zal Grand Hotel Europa heten en toerisme speelt er een belangrijke rol in.

De poreuze scheidingswand tussen fictie en werkelijkheid, die ik in mijn werk vaak thematiseer, speelt ook een rol bij het schrijfproces. De werkelijkheid sijpelt soms de roman binnen op manieren die de schrijver niet heeft voorzien. Ik zat daar in een barretje te schrijven en had een naam nodig voor een nieuw personage. De meeste personages kunnen prima zonder naam, maar deze man moest een Italiaans klinkende achternaam hebben die niet echt lijkt. Een soort zwierige artiestennaam, dat zocht ik. Ik kwam er niet op. Ik keek peinzend voor mij uit en aan de overkant zag ik een sieradenwinkeltje dat Montebello heette. Ik had onmogelijk een perfectere naam kunnen bedenken.

Vervolgens merkte ik onder mijn handen dat meneer Montebello buitengewoon in zijn nopjes was met zijn naam. Hij ging zich er anders door gedragen. Hij begon sierlijker te formuleren en bewoog zich dansend over het hoogpolige tapijt als een kunstschaatser. Ik heb hem nu al helemaal niet meer in de hand. Hij voelt zich zozeer op zijn gemak in mijn roman dat hij de plot volledig begint over te nemen.

„Maar jij schrijft het toch?” zei mijn vriendin toen ik haar ‘s avond aan het diner hierover vertelde. Dat is een groot misverstand. Ik had mijn personages ook niet tot leven kunnen wekken, dat is waar, maar zodra zij bestaan heb ik in nog maar beperkte mate invloed op hun daden. Het is een soort oefening in empathie. Ik moet mij als schrijver inspannen om aan te voelen wat mijn personages denken, voelen en willen doen. Ik moet luisteren naar wat ze zeggen. Deze empathie verkruimelt als ik zelf te veel wil.

En zo komen we weer uit bij Trump en Blok, die zelf te veel willen en brokken maken door hun onvermogen tot empathie, want als schrijver die zijn personages alle vrijheid gunt, houd ik de teugels natuurlijk wel strak in handen zodat ik mijn ringcompositie in precies 525 woorden netjes rond kan maken.

Ilja Leonard Pfeiffer vervangt op maandag Frits Abrahams tijdens zijn vakantie.
    • Ilja Leonard Pfeijffer