Waarom deze Nederlandse onderzoeker Israël niet in mocht

Lydia de Leeuw mocht vrijdag Israël niet in, omdat ze een boycot van de staat Israël zou promoten. Ze is de eerste Nederlander die wordt geweerd vanwege ‘BDS-activiteiten’.

Een vliegtuig landt op het Eilat vliegveld in Israël. Foto Amir Cohen/Reuters

Eigenlijk had Lydia de Leeuw afgesproken met mensenrechtenorganisaties in door Israël bezet gebied. In plaats daarvan zit de 32-jarige juriste met een kop muntthee in een restaurant in Amsterdam. Vrijdag mocht ze na aankomst op vliegveld Ben-Gurion bij Tel Aviv, Israël niet in. Volgens de Israëlische autoriteiten heeft ze zich schuldig gemaakt aan het „promoten van een boycot van de staat Israël”.

Lydia de Leeuw. Foto SOMO

Ook haar collega Pauline Overeem werd vrijdag geweerd: zij zat een dag vast in Israël. Beide vrouwen werken voor de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO), die onder meer onderzoek doet naar mensenrechtenschendingen in Palestijns gebied.

Tijdens het interview wil De Leeuw één ding duidelijk maken: „Ik heb mij op geen enkele manier bezig gehouden met de BDS-beweging.” Daarmee doelt ze op een wereldwijde beweging die oproept tot boycots, desinvesteren en sancties (BDS) tegen Israël uit protest tegen de bezetting van Palestijnse gebieden.

Criminoloog

Israël nam vorig jaar een wet aan waarmee activisten die hieraan meedoen, de toegang tot het land mag worden geweigerd. Voor zover bekend is De Leeuw de eerste Nederlander die op basis van deze wetgeving geweerd is.

De Leeuw is criminoloog en zo’n negen jaar actief in de regio. Vorige maand publiceerde ze met SOMO een rapport over de invoer van groenten en fruit uit bezet gebied. Door de import van „producten uit illegale nederzettingen”, concludeert de onderzoeker, „raken bedrijven, consumenten en overheden in Europa betrokken bij schendingen van mensenrechten en humanitair oorlogsrecht. Waarom vertaalt zich dat niet in een importverbod?”

„Ik heb mij op geen enkele manier bezig gehouden met de BDS-beweging.”

In een reactie tegenover NRC noemt het Israëlische ministerie van Strategie dit rapport als een van de bewijzen dat De Leeuw een boycot van Israël zou promoten.

Wat gebeurde toen u op het vliegveld aankwam?

„Bij de paspoortcontrole werd ik apart genomen voor verhoor. Ik vertelde de ambtenaar dat ik onderzoeker ben en vroeg hem of ik iets verkeerd had gedaan. ‘Je hebt de Israëlische wet overtreden’, reageerde hij. ‘Ik heb bewijs dat jij lid bent van de BDS-beweging’. Als bewijs toonde hij twee privéposts die ik op Facebook had gedeeld met vrienden, uit 2015 en 2016. Ik weet niet hoe ze daaraan gekomen zijn. De ambtenaar vervolgde: ‘Jij hebt dit gepost, jij liegt tegen mij’.” Haar SOMO-onderzoek werd verder niet genoemd.

De Leeuw heeft die berichten die volgens haar zijn aangehaald laten zien aan NRC. In de twee posts lijkt zij zich inderdaad positief uit te laten over de beweging en bij een van de berichten mogelijk zelfs op te roepen tot BDS. De Leeuw benadrukt dat ze deze posts heeft gedeeld voordat Israël met de anti-BDS wetgeving voor internationale organisaties en activisten kwam.

„Op persoonlijke titel kan ik politieke uitspraken doen. Dat maakt mijn onderzoek niet minder onafhankelijk.”

„Ik mocht niet bellen tot ik op een vlucht terug zat. Toen ik mijn manager [van SOMO] inlichtte, wist hij het al via Israëlische kranten. Israël zoekt de media op en geeft naam en toenaam van mensen die geweigerd worden, om een voorbeeld stellen. Mensen die opkomen voor mensenrechten worden in een frame gedrukt: dat ze de staat Israël delegitimeren en een boycot promoten.”

Lees ook: Buitenlanders die voor een Israël-boycot zijn, komen het land niet meer in

Had u hier rekening mee gehouden?

„Als je kritiek uit op de bezetting [van Palestijnse gebieden], weet je dat de Israëlische autoriteiten daar niet op zitten te wachten. Maar ik had op geen enkel moment bedacht dat ik nu aan de beurt zou komen met de inzet van deze anti-BDS wetgeving.”

U staat op sociale media vol met pro-Palestijnse uitingen en u bent bestuurslid bij Kifaia, een organisatie die oproept tot ‘opheffing van de bezetting van Palestina’. Bent u onderzoeker of activist?

„Ik ben onderzoeker. Maar als je mij vraagt of ik een standpunt heb over mensenrechtenschendingen die plaatsvinden in de regio, dan heb ik die natuurlijk. Op persoonlijke titel kan ik politieke uitspraken doen. Dat maakt mijn onderzoek niet minder onafhankelijk, zolang ik het internationaal recht als leidraad aanhoud. Internationaal recht moet consequent worden nagevolgd. Ik ben het daarom ook niet eens met de term ‘pro-Palestijns’.”

En de BDS-beweging?

„Die is wat mij betreft een van de middelen om legaal actie te voeren, op te roepen tot verandering in Israël en de bezette gebieden. En het valt binnen de vrijheid van meningsuiting. Ik ben zelf niet actief in de beweging, maar sta er volledig achter dat andere mensen voor een uitoefening van dit recht kiezen.”

Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken, dat SOMO subsidieert, noemt het incident in een reactie „betreurenswaardig”. „Ieder land bepaalt zijn eigen toelatingsbeleid”, aldus het ministerie. „Maar dit betekent niet dat Nederland het eens is met deze gang van zaken. Hoewel het kabinet BDS categorisch afwijst, valt het onder vrijheid van meningsuiting.” Buitenlandse Zaken gaat er „binnenkort het gesprek over aan”.

Twitter avatar LydiaDeLeeuw Lydia de Leeuw Yesterday, me and my @SOMO colleague were denied entry into #Israel, based on a decision by the Israeli Minister of Interior, citing anti-#BDS legislation. This is part of a concerted effort to silence #HRDs and prevent #HumanRights research. https://t.co/cSYdUsjvtf #Palestine
    • Christiaan Paauwe