Vrije verkiezingen? De Pakistanen zijn niet zo vrij

Parlementsverkiezingen in Pakistan

Voor de tweede keer op rij kon een burgerregering haar termijn afmaken en rolden er geen tanks door de straten. Maar volgens critici bepaalt het leger nog altijd het leven in Pakistan.

Een straat in Rawalpindi, in het noorden van Pakistan, hangt vol met de vlaggen en spandoeken van politieke partijen die deelnemen aan de algemene verkiezingen. Pakistanen gaan woensdag naar de stembus. Foto Faisal Mahmood/Reuters

‘Er valt helemaal niets te vieren”, zegt Taha Siddiqui. „De buitenwacht denkt dat Pakistan een democratie is, maar we worden vanuit de schaduwen geregeerd door het leger.” Volgens Siddiqui, een van de weinige Pakistaanse journalisten die openlijk kritiek leveren op het leger, is een soft coup gaande in zijn land. Die zachte staatsgreep wordt uitgevoerd door de beruchte inlichtingendienst ISI.

Volgens Siddiqui hebben de militairen geleerd van eerdere staatsgrepen. „Zodra ze aan de macht waren verloren ze hun populariteit, zoals generaal Musharraf, die uiteindelijk het land is ontvlucht”, vertelt hij aan de telefoon vanuit Parijs. „Nu oefenen ze controle uit op de achtergrond; ze laten activisten verdwijnen, intimideren politici en brengen onafhankelijke journalisten tot zwijgen.”

Het leger wordt door kritische bloggers aangeduid met codetaal – “het establishment” of “de werkelijke machthebbers”.

Siddiqui (34) weet hoe de stille machten die druk uitvoeren. Hij schreef voor dagbladen als The Guardian en The New York Times over de geheime gevangenissen waar het leger honderden mensen vasthield op beschuldigingen van terrorisme. Op sociale media stelde hij het machtsmisbruik aan de kaak. „Blijkbaar vond de ISI dat ik te gevaarlijk werd.”

Op een ochtend in januari werd zijn taxi, midden op een drukke autoweg in de hoofdstad Islamabad, klemgereden door twee auto’s. „Er stapte een groep mannen uit. Ze waren goed gekleed en gewapend met pistolen. Ze waren arrogant en ze handelden open en bloot: ik wist meteen dat het ISI was. Ze gooiden de chauffeur uit de taxi en namen de wagen over. Eén man zat naast me en hield zijn wapen in mijn nek. Ik had gezien dat het portier aan mijn kant niet op slot zat. Toen we eenmaal reden, heb ik me uit de auto gegooid.”

Knikkende knieën

Siddiqui hield zich een poosje schuil en besloot toen naar de politie te gaan. Met knikkende knieën, hij wist niet of de politie betrokken was bij de ontvoeringspoging. Tot zijn verbazing prezen de agenten hem. „Ze zeiden het leger niet te steunen, maar dat het erg machtig was, mensen werden opgepakt door ISI-agenten vermomd als politieagenten die vervolgens in de geheime gevangenissen verdwenen.”

Hij besloot te vluchten, met vrouw en zoontje. Hij probeert zo goed en kwaad als het gaat een appartement in Parijs in te richten. „Ik spreek de taal nauwelijks en heb hier geen werk. Maar ik kan tenminste de waarheid verkondigen.”

De meeste ontvoerden in Pakistan doen er na hun vrijlating het zwijgen toe. Ze zeggen niets over de daders, die hen vaak ernstig mishandelden, en staken hun kritiek jegens ‘het establishment’ of ‘de werkelijke machthebbers’ – codetaal waarmee het leger wordt aangeduid. Zo verging het onder meer een groep kritische bloggers die na weken van vermissing één voor één opdoken; en ook de bekende activiste en columniste Gul Bukhari. Begin juni werd ze ontvoerd in een militaire wijk. Eenmaal op vrije voeten noemde ze haar ontvoering „een duidelijke waarschuwing” – en zweeg vervolgens.

Dat het de generaals in aanloop naar de verkiezingen menens is, blijkt volgens bezorgde waarnemers uit de manier waarop ex-premier Nawaz Sharif is aangepakt. Sharif, zijn dochter (en beoogd opvolger) Maryam en zijn schoonzoon Safdar Awan zitten in een Pakistaanse cel. Ze zijn veroordeeld tot respectievelijk zeven en twee jaar gevangenis wegens corruptie. Vorig jaar al werd Sharif door het Hooggerechtshof uit zijn functie ontheven en voor het leven uit de politiek verbannen.

Posters van de verkiezingen in Rawalpindi, Pakistan.

Foto Wakil Kohsar/ AFP Photo

Volgens Sharif is hij slachtoffer van een campagne door de legertop die van hem af wil. Toen hij eerder premier was, in 1999, werd hij al eens afgezet tijdens een openlijke coup door generaal Pervez Musharraf. Veel Pakistanen denken dat Sharif gelijk heeft. Hij werd afgezet na een onderzoek van het National Accountability Bureau dat herhaaldelijk weigerde corruptie onder hoge officieren te onderzoeken. Vervolgens werden twee militairen, onder wie een officier van de ISI, toegevoegd aan een juridische onderzoekscommissie.

Afgelopen week verklaarde een rechter uit het hoogste rechtscollege van de hoofdstad Islamabad dat de ISI stelselmatig en met succes „druk uitoefende” op de rechters. De inlichtingendienst zou „garanties” hebben geëist dat Sharif tot de verkiezingen niet op borgtocht vrij kwam.

Lees ook: Premier Sharif van Pakistan stapt op na uitspraak van Hooggerechtshof

Na zijn afzetting werd Sharifs partij, de conservatieve Pakistaanse Muslim League (PML-N) aangepakt. Verscheidene dagbladen en twee tv-zenders die gunstig over Sharif berichtten, kregen problemen met hun distributie en na contact met legerkringen haakten hun adverteerders massaal af. Ook werd een campagne opgezet om Sharifs PML-N uit te dunnen.

„Belangrijke partijleden werden gebeld door militairen om ze te intimideren. Sommigen sloten zich aan bij de PTI van [voormalig cricket-ster] Imran Khan. Hij is verdacht positief over het leger”, zegt Saleem Hij is een van de krachten achter de Pashtun Tahafuz (‘Veiligheid’) Movement een beweging van jonge Pathanen, de bevolkingsgroep in de grensregio met Afghanistan. Samen met een handvol vrienden begon Saleem een campagne om de ‘misdaden’ van het leger in die gebieden aan het licht te brengen: verdwijningen, buitenrechtelijke executies, beschietingen van woongebieden, vernederingen bij controleposten en zo meer.

Jonge Pathanen

Saleem – die om veiligheidsredenen alleen met zijn voornaam vermeld wil worden (zijn achternaam is bij de redactie bekend – is niet makkelijk aan de telefoon te krijgen. Dit kan pas nadat hij maatregelen heeft genomen „om te voorkomen dat ze meeluisteren of ons traceren”. Zijn PTM is uitgegroeid tot een massabeweging, de jonge Pathanen komen met tienduizenden bijeen.

Een van de belangrijkste eisen van de beweging is dat het leger stopt met steun aan bepaalde terreurgroepen. In hun leefgebieden vecht het leger met de Pakistaanse Talibaan, maar er zijn ook trainingskampen die het leger ongemoeid laat. Daar zitten groepen gevestigd die het voorzien hebben op India, of die meevechten met de Afghaanse Talibaan. „Zolang de ISI die groepen steunt zullen extremistische ideeën dood en verderf zaaien in Pakistan. Premier Sharif heeft zich daar openlijk tegen verzet. Daarom heeft het leger hem te grazen genomen.”

Jonge Pathanen kenden alleen oorlog. Wij hebben weinig te verliezen, dus gaan we door

Saleem, oprichter jongerenbeweging Pashtun Tahafuz Movement

Ook de PTM-leiders worden door het leger bedreigd, zegt Saleem. „Ze noemen ons ‘agenten van India’ en ‘landverraders’ omdat we kritiek hebben. De mainstream-media durven nauwelijks nog aandacht aan onze bijeenkomsten te besteden. Maar wij beheersen de sociale media.”

Zijn de jonge PTM-aanhangers niet makkelijk bang te maken door het leger? „Dat zal niet lukken”, zegt Saleem. „Er is geen Pathaan die geen naasten heeft verloren tijdens de offensieven. Onze jongeren hebben alleen maar oorlog gekend. Wij hebben weinig meer te verliezen, dus gaan we door.”

    • Joeri Boom