Benelux: politiewerk stopt niet langer aan de grens

Sinds 2004 gold al zo’n verdrag voor grensoverschrijdende samenwerking, waarin onder meer was afgesproken elkaar te ondersteunen bij grote evenementen als NAVO-toppen. Dat verdrag is nu herzien en uitgebreid.

Nederlandse agenten controleren samen met hun Belgische collega's en douane, langs de A16, vlak voor de grensovergang op Belgisch grondgebied. Na de aanslagen in Brussel is de grensbewaking op de snelwegen aangescherpt. Foto Vincent Jannink

De Nederlandse, Belgische en Luxemburgse politie mogen straks over elkaars grenzen optreden. Maandag hebben de drie landen daartoe een nieuw, verstrekkend Benelux-politieverdrag getekend waar „andere EU-landen zich hopelijk aan op kunnen trekken”, zoals minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie, CDA) bij de ondertekening zei. Sinds 2004 gold al zo’n verdrag voor grensoverschrijdende samenwerking, waarin onder meer was afgesproken elkaar te ondersteunen bij grote evenementen als NAVO-toppen. Dat verdrag is nu herzien en uitgebreid.

In het nieuwe verdrag is onder meer afgesproken dat de drie landen bij achtervolgingen de grens mogen oversteken zonder toestemming vooraf, dat getuigen en slachtoffers over de grens mogen worden verhoord, en dat antiterreureenheden over de grens te hulp mogen schieten. Daarnaast krijgen politiediensten toegang tot elkaars politie- en bevolkingsregisters. In de toekomst zullen nog meer gegevens worden uitgewisseld, waaronder beelden van kentekenherkenningscamera’s. Politiediensten, gerechtelijke diensten en lokale besturen gaan gerichter informatie uitwisselen over georganiseerde criminaliteit.

Momenteel kunnen achtervolgingen of onderzoeken soms vertraging oplopen doordat diensten niet zomaar de grens mogen oversteken. Sommige problemen houden zich niet aan landsgrenzen: in februari meldde NRC dat België last had van motorbendes die zich net over de grens vestigden door de strenge aanpak in Nederland. In juni publiceerden twee Belgische universiteiten onderzoek waaruit bleek dat Nederlandse en Belgische drugsbendes steeds vaker samenwerken, terwijl de gemeenschappelijke politieaanpak daarbij achterbleef. Al dit soort zaken hopen de landen met het verdrag makkelijker te kunnen voorkomen en oplossen.

Dit betekent niet dat politiediensten te pas en te onpas elkaars dossiers inkijken en de grens oversteken, legt een woordvoerder van het Nederlandse ministerie van Justitie en Veiligheid uit. Verdachten mogen enkel worden gearresteerd als onderdeel van een gezamenlijke patrouille: „Je mag niet gewoon de grens over om iemand die verdacht wordt te arresteren en mee terug te nemen. Dat moet nog altijd via Europese arrestatiebevelen geregeld worden.” Ook voor het inkijken van dossiers geldt dat dit binnen de „afgesproken waarborgen” moet gebeuren. De Nederlandse belangen moeten daarbij niet „onevenredig geschaad” worden.

De drie parlementen moeten de plannen nog goedkeuren, daarna kan het verdrag in werking treden.

    • Anouk van Kampen