Op de massagetafel in de Tour komen de verhalen

Tweede rustdag De Tour de France was maandag toe aan de tweede rustdag. Laurens ten Dam en Koen de Kort zijn net als de andere renners even weg van de hectiek van de koers.

Laurens ten Dam op de massagetafel. Foto Joris Knapen

Ze zijn op tweederde van de Tour, hebben ruim tweeduizend kilometer achter de kiezen en moeten er nog meer dan duizend. Het ging al door Bretagne, over kasseien naar Roubaix, door de Alpen en het Centraal Massief, bij tropische temperaturen en in een tempo dat boven de veertig kilometer per uur lag. Velen van hen zijn gevallen; ze schaafden de huid op hoge snelheid open, of kregen uit stilstand een dreun. Verbandje d’r om, en door. In de Tour geef je niet zomaar op.

De vermoeidheid vreet zich steeds dieper in hun kwetsbare lijven. Ogen liggen dieper in de kassen, het vetpercentage kruipt richting het minimum. En het einde is nog niet in zicht. Vanuit Carcassonne kun je de Pyreneeën bijna zien liggen, en daar moet iedereen overheen.

De tweede rustdag in de Tour komt voor 150 renners als geroepen. Er is een kortstondig weerzien met familie en vrienden en de spanning kan even van de benen, en uit het hoofd. Het trainingsrondje ’s ochtends stelt niet veel voor. Daarna is het eten, dutten en naar de soigneur – alles in het kader van maximaal herstel.

Liggend op de massagetafel een moment van bezinning, weg van de hectiek van de koers. Ze liggen daar in niet meer dan een handdoekje. Er is rust, veiligheid, geborgenheid. En dan komen de verhalen.

Laurens ten Dam (37)

‘Life is good today’

Het is aangenaam koel in kamer 9 van hotel Le Top du Roulier, nabij Carcassonne. De airco staat op 22 graden. Twee eenpersoonsbedden zijn aan weerszijden tegen de muur geschoven om in het midden plaats te maken voor een massagetafel. Gordijnen houden de warmte buiten. Soigneur Nelis Koeken geeft een ferme handdruk, typisch voor een fysiotherapeut.

Even na drie uur komt Laurens ten Dam binnen. Hij lag nog te pitten, alle uurtjes zijn meegenomen. In één ruk trekt hij zijn broek uit en dan gaat hij onder een witte handdoek liggen, op zijn rug, het hoofd in twee stevige kussens. Op het programma staat als elke dag een massage van de benen en de onderrug, drie kwartier lang. Ten Dam heeft die graag stevig. Daar moet Koeken bij Tom Dumoulin niet mee aankomen. „Lau heeft taaie, ouwe spieren.”

Lees ook: Op de eerste rustdag van de Tour nam Dennis Meinema een kijkje bij de Mecaniciens

Terwijl Koeken zijn duimen diep in Ten Dams bovenbenen zet, scrolt de cultrenner des vaderlands door zijn Spotify-lijst. Er is één countrynummer dat hij altijd aanzet als de massage begint – countrymuziek. Met een glimlach op zijn gezicht zingt hij mee met de Zac Brown Band, zijn wijsvinger geeft de maat aan: „I got my toes in the water, ass in the sand/ Not a worry in the world, a cold beer in my hand/ Life is good today, life is good today.”

„Biertje in je hand, en dan maakt het allemaal niet meer uit”, zegt hij. „Life is good today.” Zo komt hij tot rust. Ten Dam zou de Tour helemaal niet rijden, maar omdat Wilco Kelderman onderuitging op het NK, werd hij in allerijl opgeroepen. Het is zijn tiende Tour, en als hij Parijs haalt, heeft hij ze allemaal uitgereden. Is hij trots op. „Ik baalde er flink van dat ik er niet bij zat.”

Ten Dam heeft last van zijn rug en zijn kont. „M’n bekken stond scheef van het uit elkaar trekken in de bergen”, zegt hij. „Maar ik rijd er niet minder om. Na de Giro ben ik goed door blijven trainen. Wel wat biertjes en barbecuen, maar niet extreem. Ik bleef superscherp staan. 68 kilo.”

Hij praat honderduit, bijvoorbeeld over de twintig zakken van zijn eigen koffiebonen die hij al verkocht deze Tour. Zijn stem klinkt hees, zijn blik is gericht op het scherm van zijn telefoon.

Volgende nummer in de playlist is het geluid van zijn Live Slow Ride Fast-podcast. Opnieuw pikt hij er één zin uit: ‘My golden days are all around me’. „Dat is op mij van toepassing”, zegt hij. Koeken vestigt zijn aandacht op een harde spier in het linkerbovenbeen. „Ik ben bezig aan mijn tweede jeugd. Dit zijn bonusjaren, zeker deze Tour.”

Hele verhalen komen er los op de massagetafel, zijn handen gevouwen op de borst. Ten Dam vertelt over zijn vaste verzorger bij Rabobank, Gerard Kemper, net als hij een Noord-Hollander. Het gaat over Dikke Charles – voormalig koning van de Wallen, een zwager van Kemper – en over Malle Wimpie, figuren uit zijn omgeving. En over André Hazes, en diens ‘Kleine Jongen’. Die muziek draait hij als hij met zijn twee zoontjes gaat kamperen. „Van kinderen leer je relativeren”, zegt hij ineens. „Kom je van je fiets af en zeggen ze: ‘Daar woont m’n nieuwe vriendje, die is al acht.’” Ze zetten hem met beide benen op de grond.

Koenen is klaar met de voorkant. Ten Dam draait zich om en steekt zijn gezicht in het gat van de massagetafel. Meestal is hij dan zo vertrokken.

Koen de Kort op de massagetafel. Foto Joris Knapen

Koen de Kort (35)

‘Ik heb makkelijke benen’

Novotel in Narbonne, kamer 124. John Degenkolb heeft zijn massage er net op zitten, en banjert in zijn onderbroek en t-shirt naar buiten. Op de tafel ligt Koen de Kort, de man die voor Degenkolb de sprint aantrekt. Soigneur Stefano Cerea is al met zijn bovenbenen bezig.

„De massage is een relaxmomentje”, zegt De Kort met zijn armen over elkaar. Niet alleen vanwege de fysieke behandeling. „Je praat elke dag een uur met elkaar, en Stefano moet dan aanvoelen wat ik nodig heb. Het gaat er niet alleen om dat hij kan masseren. Als ik me rot voel, beurt hij me op. Maar op zo’n rustdag gaat het op ’t gemakkie.”

Uit een boxje op het bed waar Degenkolb daarnet lag, komt muziek van Pearl Jam. De 90’s rockhits-playlist staat op, zegt De Kort. De kamer is rommelig, er liggen sporttassen en bidons, en er komt daglicht binnen.

Cerea focust zich op de hamstring van De Kort, een zwakke plek, bij veel wielrenners trouwens. „Komt door het lange zitten op het zadel”, zegt hij.

Lees ook over het gewicht van Tom Dumoulin: Verschil tussen plaats één en vijf in de Tour? Eén kilo

Met wringende bewegingen maakt Cerea het bovenbeen los. Het ziet er pijnlijk uit, maar dat valt wel mee, zegt De Kort. „Ik heb makkelijke benen, maar na twee weken Tour krijg je last van knopen. Gelukkig weet hij waar de problemen zitten. Mijn onderrug doet wat pijn, komt door het klimmen.”

De Kort slaapt nooit op de massagetafel. „Ik ben sowieso geen talentvolle slaper.” Cerea duwt De Korts linkerbeen gestrekt richting schouder, tot het verticaal staat. De spierbundels in hamstring en kuit kun je één voor één tellen. De Kort geeft geen krimp. „Het doet best een beetje pijn. Een goede pijn.”

De Kort is bezig aan zijn zesde Tour. Hij zit goed in zijn vel, presteert naar behoren, hoewel de dynamiek bij Trek-Segafredo is veranderd sinds kopman Bauke Mollema niet meer meedoet voor het algemeen klassement. In de resterende dagen hoopt hij dat hij Degenkolb nog twee keer op volle snelheid kan lanceren in de sprint.

Al die tijd heeft De Kort zijn zwarte teampolo aangehouden. Een stukje tattoo is zichtbaar op zijn rechterarm. Op verzoek trekt hij zijn shirt uit, en dan wordt zijn volledig ingekleurde rechterflank zichtbaar – een leeuwenkop, gladiatoren, een buste van Caesar. Op zijn rug heeft hij een grote tijger. „Het is zes jaar geleden begonnen met een valpartij. Mijn huid aan de rechterkant lag er af, en was dus al niet mooi meer. Toen dacht ik: dan kan ik het net zo goed tatoeëren. En het is waar wat ze zeggen. Ik ben er verslaafd aan geraakt. Maar ik laat ze alleen zetten op plekken onder mijn wielerpak. Ik houd ze graag voor mezelf. Tenzij je ernaar vraagt. Ik ben er behoorlijk trots op.”

Meer verhalen uit de Tour de France:

Op de eerste rustdag nam redacteur Dennis Meinema een kijkje bij de mecaniciens van Lotto-Jumbo: Voor hen was de rustdag geen rustdag
De Tour de France kan in de Pyreneeën al worden beslist: Voor Tom Dumoulin telt elke kilo, zeker bergop
Op de Alpe d’Huez werden extra maatregelen genomen in de fameuze Bocht 7, de Hollandse enclave: Van schelden naar Chris Froome kunnen de fans niet worden weerhouden
    • Dennis Meinema