Opinie

    • Jannetje Koelewijn

De lotgevallen van de familie Vogel (I)

Piet Vogel, gepensioneerd Philips-man, amateur-sterrenkundige en amateur-filosoof, komt uit een familie van armoedzaaiers. Tot diep in de zeventiende eeuw: daggelders en dekschuitknechten, scharrelaars die in de winter geen emplooi hadden en zich in leven hielden met kleine criminaliteit. Zijn vader was slager, voor een baas. Maar hij was zo’n driftkop dat hij het nooit ergens langer dan een paar maanden volhield. Ruzie en ellende. „Daarom waren we naar Limburg verhuisd”, zegt Piet Vogel. „Naar een dorp bij de Belgische grens. Kon hij smokkelen.” Boter, suiker, sigarettenvloei, pistolen en revolvers uit de FN-fabrieken in Herstal. Tot hij werd gesnapt en de rechter hem beval om ergens anders te gaan wonen.

Het werd Bodegraven, het Rode Dorp. Piet Vogels vader ging in de vleesfabriek van Domburg werken, werd ontslagen en toen begon de Tweede Wereldoorlog. Hier neemt het verhaal een wending die er uiteindelijk toe zou leiden dat Piet Vogel op zijn tachtigste nog altijd zwaar getraumatiseerd is. Zelf zegt hij dat niet zo. Hij zegt dat hij een zeer gelukkig mens is. En dat geloof je ook wel, als je hem in zijn fris gestreken overhemd in zijn tuinstoel ziet zitten, op het terras van zijn doorzonwoning in Zwolle-Zuid. „Ik ken mijn monsters”, zegt hij. „Ik weet hoe ik ze moet beheersen.”

Maar hij had me wel een brief van zes kantjes geschreven over wat hem in mei 1945 als jongetje van zeven overkomen was.

Zijn vader, gecharmeerd van fascisme en nazisme, vertrok met achterlating van zijn gezin naar Duitsland en ging weer smokkelen, vooral sigaretten. Deze keer kon hij kiezen toen hij gearresteerd was: de kogel of het front. Pieter Vogel: „Hij koos natuurlijk voor het front. Hij vocht voor de Duitsers op de Balkan en bij Leningrad, en nadat de Duitsers zich hadden moeten terugtrekken heeft hij het op een of andere manier voor elkaar gekregen om zogenaamd als Duitse sergeant naar Nederland terug te keren.”

Dat was in januari 1945. Wat ging hij doen? Duitse soldaten commanderen om de huizen van mensen die gedeporteerd waren leeg te maken. Die kwamen, dacht hij, toch niet meer terug en hij verkocht hun spullen voor eigen gewin. „Geen enkel moreel besef”, zegt Piet Vogel. „Als hij maar geld kon verdienen.”

Maar wel tegen de Duitse regels. Hij werd weer gearresteerd, door de Sicherheitspolizei, en veroordeeld tot drie jaar Dachau. Mei 1945. Vlak voordat hij op transport kon worden gezet viel hij in handen van de Binnenlandse Strijdkrachten. Hij zou veroordeeld worden tot tien jaar gevangenisstraf, uit te zitten in Scheveningen. Wat er met het gezin gebeurde, zes kinderen en de zevende op komst, daarover woensdag meer.

Jannetje Koelewijn (j.koelewijn@nrc.nl) schrijft deze zomer de wisselcolumn met Petra de Koning.
    • Jannetje Koelewijn